Verfijn de diagnostiek van hechtingsproblemen in de jeugd-ggz

Facebooktwitterlinkedinmail

27 november 2017 – Door gericht onderzoek kan onderscheid worden gemaakt tussen verstoord gehechtheidsgedrag en autistisch gedrag. Dat blijkt uit onderzoek van Hans Giltaij waarop hij 23 november promoveert aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Giltaij diagnosticeerde 102 kinderen van 5 tot 11 jaar in de jeugd-ggz. Bijna 40 procent van deze kinderen vertoonden gehechtheid gerelateerde gedragsproblemen.

Door gebruik te maken van de juiste meetinstrumenten blijkt een gehechtheid gerelateerde stoornis goed vast te stellen. Onderscheid kunnen maken tussen gedragssignalen van verstoorde gehechtheid en die van het autismespectrumstoornis maakt het mogelijk een passender behandeling aan te bieden.

Hans Giltaij levert met zijn promotieonderzoek een bijdrage aan de definiëring van de classificatiecriteria, en de ontwikkeling van diagnostische instrumenten en protocollen van hechting gerelateerde stoornissen. Daarbij richt zijn onderzoek zich op de doelgroep van kinderen met een licht verstandelijke beperking en psychische en/of gedragsproblemen.

Onderzoeksresultaten

Giltaij onderzocht een combinatie van onderzoeksinstrumenten, zoals interview, gestructureerde observatie en ontwikkelingsgeschiedenis op hun onderlinge verbanden om mate van gehechtheid te bepalen. Deze verbanden bleken sterk te zijn. De instrumenten zijn in combinatie goed te gebruiken bij het vaststellen van een gehechtheid gerelateerde stoornis. Hij stelde bij 18% van de kinderen uit deze onderzoeksgroep een dergelijke stoornis vast. Kinderen met deze stoornis zijn zeer kwetsbaar aangaande hun verdere ontwikkeling. Zij vertonen meer psychiatrische stoornissen, hebben meer psychische en gedragsproblemen en laten een grotere ontwikkelingsachterstand zien dan kinderen zonder een gehechtheid gerelateerde stoornis.

Giltaij toont aan dat bijna 40% van deze kinderen gedragssignalen van verstoorde gehechtheid laten zien. Het blijkt goed mogelijk om met een specifiek interview onderscheid te maken tussen gedragssignalen van verstoorde gehechtheid en die van autismespectrumstoornis. Deze bevinding is van belang voor zowel de definiëring van de DSM-5 criteria van de reactieve hechtingsstoornis als voor de klinische praktijk van diagnostiek en behandeling.

Meer informatie over het proefschrift in PURE

Bron: vu.nl / nji.nl

Dit bericht is 5055 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail