1 april 2026 – Eén op de vijf jongeren tussen de 16 en 27 jaar zegt via sociale media wel eens een oproep te hebben gezien voor drugs- of geweldsdelicten. 6,1 procent gaf aan ook zelf voor zo’n klus te zijn benaderd. Dat blijkt uit nieuw verkennend onderzoek naar de rol die social media spelen bij de betrokkenheid van jongeren bij deze vormen van criminaliteit.
Jongeren die voor het onderzoek zijn gesproken, vertellen dat zij meestal via hun directe omgeving in aanraking kwamen met criminaliteit. Soms biedt dat bestaande netwerk alleen niet genoeg mogelijkheden om een delict te plegen. Via social media kunnen dan nieuwe contacten worden gelegd voor de uitvoer van een delict. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Het onderzoek laat zien welke rol sociale media spelen bij de betrokkenheid van jongeren bij deze vormen van criminaliteit.
Het onderzoek
De betrokkenheid van jongeren bij zware en georganiseerde criminaliteit staat nadrukkelijk op de politieke en beleidsmatige agenda, mede door recente berichten over jongeren die via sociale media zouden zijn benaderd voor zware gewelds- en drugsgerelateerde delicten. Om daar meer inzicht in te krijgen, legden de onderzoekers een vragenlijst voor aan 1.016 jongeren van 16 tot 27 jaar uit een jongerenpanel en analyseerden zij berichten in openbare Telegramgroepen. Bovendien interviewden ze jongerenwerkers en jongeren die betrokken waren zijn criminaliteit of daartoe risico lopen.
Tachtig procent niet blootgesteld aan dit soort oproepen
Hieruit bleek dat tachtig procent van de respondenten nooit oproepen op sociale media heeft gezien waarin personen werden gezocht voor het plegen van een drugs- of geweldsdelict. Bij één op de vijf jongeren is dat wel het geval. Een kleiner deel van de respondenten, 6,1 procent, zegt ooit via sociale media te zijn benaderd voor een drugs- en/of geweldsgerelateerde klus. Dat zijn relatief vaker mannen jonger dan 21 jaar.
Snapchat, TikTok en Instagram
Onderzoek laat zien dat platforms als Snapchat, TikTok en Instagram daarbij een duidelijke rol spelen. Vooral Snapchat springt eruit als kanaal waarop jongeren vooral voor drugsdelicten worden benaderd. Dit zijn veelal ‘kleinere’ en relatief ‘makkelijkere’ klussen, zoals het uithalen en dealen van drugs en het plaatsen van zwaar vuurwerk bij woningen. Uit de interviews blijkt dat jongeren vaak van tevoren niet weten wat het bericht precies inhoudt en op wat voor ‘job’ ze reageren. De oproepen op social media zijn vaak vaag en pas in privéberichten wordt duidelijk waar het precies om gaat. Naast oproepen waarin uitvoerders voor criminele activiteiten worden gezocht, geven enkele respondenten aan dat er ook personen zijn die zichzelf via social media aanbieden voor het plegen van criminaliteit.
In aanraking via (in)directe sociale netwerk
Het merendeel van professionals en jongeren geeft tot slot aan dat jongeren voornamelijk geleidelijk via hun (in)directe sociale netwerk, zoals familieleden en klas- en buurtgenoten, in aanraking komen met criminaliteit. Social media lijken dus vooral de criminele mogelijkheden voor zowel ‘opdrachtgevers’ en tussenpersonen als voor gemotiveerde daders te vergroten en te faciliteren. De onderzoekers geven aan dat het belangrijk is dat de digitale weerbaarheid zowel jongeren als professionals versterkt wordt en de rol van technologiebedrijven kritisch bekeken wordt.
Het volledige onderzoek kan je hier vinden.
Bron: vu.nl
Dit bericht is 2 keer gelezen.