NEET’s – kwetsbare jongeren vragen om gepersonaliseerde aanpak

Facebooktwitterlinkedinmail

12 december 2023 – Ze houden zich – ‘plezierig samenwerkend’ – bezig met een beetje ‘gekke’ groep: NEET’s. Jongeren die niet werken, geen opleiding volgen en hiertoe moeilijk zijn aan te zetten. In het promotieonderzoek dat Lynn van Vugt onder begeleiding van Mark Levels, hoogleraar Gezondheid, Onderwijs en Werk, deed, trekt zij ‘ontluisterende’ conclusies. Daarom moet beleid heel anders.

De studie van Lynn van Vugt onder jongeren van 15 tot 29 jaar, maakt deel uit van een door Levels geleid breed internationaal consortiumonderzoek naar NEET’s, waarin zij de rol van instituties belicht vanuit internationaal perspectief. Wat blijkt: in al de onderzochte landen geeft laaggeletterdheid (te weinig kunnen lezen en schrijven om mee te komen in de informatiemaatschappij) de meeste kans op NEET (Not in Education, Employment or Training) worden. Ook blijkt deze kwetsbare groep weinig geholpen met actief arbeidsbeleid zoals sollicitatietrainingen. “Zulk beleid is alleen succesvol bij al geletterde jongeren. Beleidsmakers, dat zien we soms ook in Limburg, richten zich op deze gemakkelijkere groep, omdat er vaak ook subsidies aan vastzitten.” De achterblijvers behoren tot een zogenoemde ‘granieten’ bestand.

Vervolgens onderzoekt Van Vugt vanuit nationaal perspectief de rol van het gezin bij het NEET worden. Ze laat zien dat ouderlijke hulpbronnen (inkomen, opleiding, vaardigheden) een beschermend en preventief effect hebben, maar dat ‘schokken’ kunnen leiden tot voortijdige schoolverlating, een sterke voorspeller van NEET worden. Voorbeelden van zulke schokken zijn een scheiding van de ouders of een dramatische inkomensdaling.

Het zijn ontluisterende conclusies volgens hoogleraar Mark Levels. “Lynn laat overtuigend zien dat de kinderen zelf vaak niets aan de schoolverlating kunnen doen. NEET worden heeft vaak weinig te maken met of zij hun best wel doen. Dankzij haar onderzoek kan ik zonder pardon zeggen dat de sociaaleconomische achtergrond hen kwetsbaar maakt. Ze zijn niet te mobiliseren omdat ze iets vaak gewoon niet kúnnen. Als je er op die manier naar kijkt, snap je dat beleid anders moet.”

Relevant onderzoek
Toen de onderzoeksplaats vrijkwam, heeft Levels meteen Van Vugt gevraagd. “Zij had zich als jonge onderzoeker ruimschoots bewezen. Lynn had de verantwoording op zich genomen voor het ontwikkelen van de schoolrapportages voor het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO). Ze heeft de skills om dit supercomplex project te organiseren.” Voor Van Vugt was doorslaggevend dat het een zowel maatschappelijk als wetenschappelijk relevant onderzoek is. “Je weet dat het niet snel in de prullenmand belandt en dat beleidsmakers iets kunnen met de conclusies.”

Over hun ‘plezierige’ samenwerking zegt Van Vugt dat zij echt een team vormde. Waarbij zeker ook de naam van emeritus hoogleraar Rolf van der Velden, haar tweede promotor, genoemd moet worden. Levels: “Wat ik bij Lynn altijd heb gewaardeerd is dat zij je beredeneerd tegen spreekt, en kan overtuigen. Dat zijn belangrijke vaardigheden waarvoor moed nodig is. Van haar heb ik geleerd dat je in alle drukte op een respectvolle manier voorrang kan vragen om wat je snel nodig hebt.” Van Vugt deed veel vakkennis op van haar begeleider en kreeg de les ingeprent om werk en privé meer gescheiden te houden. Levels: “Ze bleef ook tijdens haar zwangerschap maar doorwerken totdat ik zei: nu is het klaar.”

Gepersonaliseerde aanpak
Een belangrijke aanbeveling is dat er geen containeroplossing bestaat voor zowel de preventie van het NEET worden als de aanpak van het granieten bestand. Levels: “Een belastingprikkel, een onderwijsinspecteur aan de deur, het lost het onderliggende probleem niet op. Bestaand beleid faalt juist, omdat het zich richt op de grote gemene deler, de gemakkelijke casussen.” Wellicht is de kinderopvang hierop een uitzondering, zoals blijkt uit het onderzoek. Van Vugt: “Maak je deze goedkoper, of nog beter gratis, dan maken jonge moeders er eerder gebruik van en kunnen ze weer gaan werken of naar school gaan.”

Maar voor de meeste gevallen adviseert Van Vugt een gepersonaliseerde aanpak. “Er is altijd meer aan de hand dan dat iemand bijvoorbeeld alleen maar laaggeletterd is. Elk geval is complex.” Bij de preventie denkt zij aan een grotere rol van de school, die meer in gesprek moet gaan met deze kwetsbare leerlingen. Hoe houden zij jongeren met complexe multiproblematiek binnen boord? “Daarnaast kun je denken aan betaalde werkstages – half leren, half werken – op jongere leeftijd. Zo leren zij bovendien een sociaal netwerk op te bouwen bij bedrijven en relevante vaardigheden opdoen.”

Jongerencoaches
Bij de aanpak van de granieten kern is een eerste drempel hoe je NEET’s bereikt. Ze staan meestal niet geregistreerd in het onderwijssysteem of in de werkloosheidstatistieken. Ook lopen zij niet over van vertrouwen en accepteren ze niet gauw hulp. Hierin is een rol weggelegd voor jongerencoaches, denken beide sociologen. Van Vugt: “Er wordt voor elk individueel geval gekeken waar de obstakels zitten. Hoe kun je die omzeilen of weghalen? Wat motiveert deze jongeren? Gaan we terug een schoolproject in, stage lopen of op zoek naar een passende baan? Ook kun je de ouders erbij betrekken en proberen hen nieuwe vaardigheden te laten opdoen.”

Sociale weerbaarheid
Inmiddels is Van Vugt projectleider van het NCO en bereidt zij een aantal publicaties voor. En ze ziet uit naar een nieuw uitdagend onderzoek: hoe krijgen we NEET’s uit het granieten bestand? “Er komen nieuwe data voor het NEET-onderzoek, waarbij ook niet-cognitieve vaardigheden zoals sociale weerbaarheid zitten. Vaak is de oorzaak geen motivatieprobleem. Als kwetsbare jongeren weerbaar gemaakt kunnen worden, worden ze misschien geen NEET.” NEET’s zullen voorlopig een belangrijk maatschappelijk probleem blijven, verwacht Levels, gelet op de toename van psychosociale problemen bij jongeren als gevolg van corona.

Lynn van Vugt is gepromoveerd aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) aan de School of Business and Economics van de Universiteit Maastricht. Haar onderzoek concentreert zich op NEET’s, jonge mensen die niet werken en geen opleiding volgen. Tegenwoordig is zij werkzaam als projectleider bij ROA en is zij betrokken bij het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs en de OnderwijsMonitor Limburg.

Mark Levels is hoogleraar Gezondheid, Onderwijs en Werk en programmadirecteur bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, en decaan Leven Lang Ontwikkelen van de Universiteit Maastricht. Hij onderzoekt hoe beslissingen en gedrag van mensen worden beïnvloed door wetgeving en overheidsbeleid. Levels is een van de oprichters van het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs.

Bron: maastrichtuniversity.nl

 

Dit bericht is 1749 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail