Kindermishandeling voorkómen, signaleren, stoppen en behandelen

Facebooktwitterlinkedinmail

8 augustus 202 – Kindermishandeling voorkómen, signaleren, stoppen en behandelen verdient topprioriteit. Dat is de focus van het ZonMw-programma Veilig opgroeien. Duidelijk is inmiddels dat dit complexe probleem een blijvende maatschappelijke opgave is. De impact is enorm, ook financieel: de jaarlijkse kosten lopen op tot 11 miljard euro. Waar liggen vooral nog de uitdagingen?

De overheid schat dat elk jaar tegen de 120.000 kinderen in Nederland slachtoffer zijn van kindermishandeling. Elk jaar overlijden er naar schatting zo’n 40 kinderen aan. De maatschappelijke impact van kindermishandeling is gigantisch, omdat kinderen vaak tot ver in hun volwassenheid kampen met de gevolgen. Denk aan psychologische en psychiatrische problemen. Bovendien is kindermishandeling niet zelden een fenomeen dat van generatie op generatie wordt ‘overgedragen’.

Rudy Bonnet is lid van 2 commissies die zich bij ZonMw met de thematiek bezighouden: Veilig Opgroeien en Geweld hoort nergens thuis. ‘De totale maatschappelijke kostenpost van kindermishandeling is jaarlijks zo’n 11 miljard euro. Het is echt een urgent nationaal vraagstuk. Ons pleidooi: maak er een landelijke prioriteit van en pak het probleem bij de wortel aan.’

Diana Monissen, respectievelijk voorzitter van de eerste en vicevoorzitter van de tweede commissie, onderschrijft dit van harte. Ze refereert aan de oorsprong van het programma Veilig Opgroeien: de 10 aanbevelingen uit het eindadvies van de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik uit 2016. Bijvoorbeeld investeringen in preventie, het in alle relevante sectoren introduceren van een meldcode, gerichte opleiding van professionals en het opzetten van wetenschappelijk onderzoek.  Pas als je weet wat er in 5 of 10 jaar met kinderen gebeurt die slachtoffer zijn van kindermishandeling, kun je uiteindelijk ook nieuwe generaties daarvoor behoeden.’

Bron en uitgebreid artikel : vakbladvroeg.nl 

 

 

Dit bericht is 779 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail