Herziening tarieven GGZ met grote gevolgen voor aanbieders

Facebooktwitterlinkedinmail

Budget geld planning bezuinigingen

29 juli 2016 – De NZa heeft voor de tariefbeschikking 2014 een kostprijsberekening uitgevoerd. Het resultaat van dit onderzoek zou betekenen dat de tarieven met 18,9% zouden moeten stijgen. De NZa was hierdoor verrast en heeft vervolgens de onderzoeksmethode (procedure) aangepast en aanpassingen op de berekening doorgevoerd.

De NZa is gaan werken met een gewogen gemiddelde van lokale kostprijzen. Zowel zorgverzekeraars als zorgaanbieders (GGZ Nederland en Verslavingszorg Nederland) waren het hier niet mee eens en hebben bezwaar ingediend. De NZa heeft de bezwaren van zowel de zorgverzekeraars als zorgaanbieders in eerste instantie ongegrond verklaard. Hiertegen hebben de zorgverzekeraars beroep tegen aangetekend via het CBb. Op 14 juli 2016 heeft het CBb het beroep van de zorgverzekeraars gegrond verklaard en de NZa opgedragen opnieuw een tariefbeschikking voor 2014 en 2015 vast te stellen. Het CBb heeft geoordeeld dat de NZa niet achteraf de onderzoeksmethode mag aanpassen als de resultaten haar niet bevallen:
“Het College ziet niet, althans niet zonder nadere en deugdelijke motivering, hoe de middelste waarneming uit een gestratificeerde, scheve steekproef die niet representatief is voor de beroepsgroep als geheel, ten grondslag kan worden gelegd aan een tariefbeschikking.” 

Wat betekent dit?

Allereerst is het een signaal dat het verstandig is kritisch te kijken naar kostprijsberekeningen van de NZa. De NZa moet nu opnieuw een tariefbeschikking vaststellen voor 2014 en 2015. Dat het beroep van de verzekeraars gegrond is verklaard betekent overigens niet dat de NZa de tarieven per definitie lager moet vaststellen. Het CBb geeft expliciet aan dat de NZa in een hoorzitting ook rekening moet houden met de belangen die eerder naar voren zijn gebracht door GGZ Nederland en Verslavingszorg Nederland die hogere tarieven wilden. De echte gevolgen voor de hoogte van de tarieven is dus op voorhand niet te zeggen.

De uitspraak lijkt ook van belang voor de tariefbeschikkingen 2016 en 2017, want op indexaties na zijn die tarieven niet wezenlijk gewijzigd. Dus mogelijk zijn er ook gevolgen voor deze tarieven. Dit betekent veel onzekerheid voor de contractering en de NZA is dus gevraagd door zorgverzekeraars en zorgaanbieders om snel te handelen. Ook al om dat het natuurlijk onduidelijkheid geeft voor reeds ingediende en in te dienen declaraties. De uitkomt van het beroep komt op een goed moment, daar de NZA net gestart is met een nieuwe kostprijsberekening voor tarieven 2018.

Wat zijn de mogelijke gevolgen van een lager vastgesteld tarief?

Als de NZa de tarieven lager vaststelt, dan betekent dit dat de maximumtarieven die zorgaanbieders hadden mogen declareren ook lager worden en dat betekent dat – met terugwerkende kracht – meer is gedeclareerd dan op basis van de tariefbeschikking had gemogen.

Als het tarief dat de zorgaanbieder is overeengekomen met de zorgverzekeraar lager is dan de nieuwe NZa-max, dan is er niet direct een probleem, maar als dit hoger is wel, want dan heeft de zorgaanbieder – achteraf bezien – meer gedeclareerd dan volgens de tariefbeschikking mocht. Het ligt in de lijn der verwachting dat zorgverzekeraars dan aanspraak zullen maken op terugbetaling.

Dit laatste kan ook het geval zijn indien in de overeenkomst het tarief voor een DBC is uitgedrukt in een percentage van de NZa-max. Als de NZa-max wijzigt, dan is het achteraf bezien in strijd met het contract als meer gedeclareerd is. Anderzijds kan dan ook de conclusie zijn dat meer gedeclareerd had mogen worden.

Of dit een zorgaanbieder tegengeworpen kan worden valt nog te bezien. Want een zorgaanbieder is op deze wijze de mogelijkheid ontnomen om niet te contracteren als zij het gecorrigeerde tarief te laag vond.

Of aanspraak gemaakt kan worden op terugbetaling c.q. bijbetaling valt nog te bezien en zal ongetwijfeld voorgelegd worden aan de rechter.

Bovenstaande uitspraak ziet op de SGGZ. Voor de GBGGZ loopt er nog een door zorgaanbieders ingesteld beroep. De casus daar is anders, dus of het CBb in die zaak ook zal oordelen dat de NZa de tariefbeschikking opnieuw moet vaststellen is onzeker, maar die kans is op basis van de huidige uitspraak van het CBb wel groter geworden.

Via deze link kan u de uitspraak van CBb helemaal lezen

De onderbouwing door de NZa van de tarieven voor 2014 en 2015 (en daarmee mogelijk ook voor 2016 en 2017) voor de SGGZ is volgens het CBb (College van Beroep voor het bedrijfsleven) niet goed. De NZa moet deze tarieven opnieuw vaststellen, althans moet de procedure (deels) overdoen. Dat kan grote consequenties voor zorgaanbieders hebben.

Bron: psynip.nl 

Dit bericht is 1899 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail