De zorgvuldige uitvoering van dwang in de zorg kan alleen regionaal

Facebooktwitterlinkedinmail

3 december 2020 – Er zijn grote verschillen tussen zorgverleners bij het uitvoeren van twee nieuwe wetten over gedwongen zorg aan patiënten en cliënten. Ook zijn er verschillen tussen de twee wetten. Zorgverleners proberen dwang zo veel mogelijk terug te dringen, maar het duurt te lang voordat belangrijke zaken echt goed geregeld zijn.

De coronamaatregelen in de zorg maken het soms nog lastiger. Vooral op regionaal niveau moeten zorgkantoren, zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg afspraken maken over de beschikbare crisisopvang en crisisbedden.

De verschillen in implementatie tussen de wetten én tussen zorg- aanbieders zijn groot: dat maakt dat voor beide wetten heel verschil- lende vraagstukken en signalen gelden. Over het algemeen is de uitvoering van de Wvggz beter op weg dan de uitvoering van de Wzd. Op het moment dat de Wvggz in werking trad, waren zorgverleners doorgaans goed voorbereid. Zij waren tijdig geschoold en zich bewust van (de vormen van) verplichte zorg. Er zijn ook zorgaanbieders die de uitvoering van zorg die valt onder de Wzd, goed geregeld hebben.

De Wzd zorgt bij de gesprekspartners van de inspectie voor meer bewustwording van onvrijwillige zorg. Zorgverleners vertellen dat een aantal vrijheidsbeperkingen in het dagelijks leven van cliënten in de loop der jaren ‘vanzelfsprekend’ werd. Vaak gaat het om maatregelen waarvan zorgverleners zich niet van het dwingende karakter bewust zijn. Voorbeelden zijn verplichte vaste rusttijden, het beperken van het gebruik van de eigen slaapkamer en het op slot doen van kastdeuren. Zorgaanbieders gaan vanwege de Wzd (opnieuw) kritisch na of ze onvrijwillige zorg toepassen bij hun cliënten en welke kaders hiervoor gelden.

Vanwege de verschillen, kan de inspectie kan geen algemeen geldend beeld geven over de uitvoering van de Wvggz en de Wzd: de situatie is daarvoor bij de zorgaanbieders te verschillend en te complex. De inspectie ziet wel dat zorgverleners ontzettend hard werken: zij willen de wetten goed uitvoeren en zetten zich hiervoor extra in. Zorg- verleners hebben oog voor het terugdringen van verplichte en onvrijwillige zorg. Ook hebben zij aandacht voor het bedenken van alternatieven voor het toepassen van dwang. Zelfs tijdens de verzwaarde werkomstandigheden in de coronacrisis, met steeds veranderende coronamaatregelen.

Ondanks alle extra inzet, gelden de meeste aandachtspunten die de inspectie zag na de eerste drie maanden van dit jaar, nu nog steeds. De stappen vooruit die worden gezet zijn klein. En het duurt te lang totdat belangrijke zaken écht goed geregeld zijn. Prangende problemen zijn:

  • de voortdurende invloed van de coronacrisis en –maatregelen;
  • administratieve lasten voor zorgverleners bij de uitvoering Wvggz;
  • de rechtspositie van de cliënt staat onder druk;
  • gebrek aan regionale crisisopvang en crisisbedden voor Wzd-cliënten;
  • ICT-systemen ondersteunen registratie van dwang in de zorg onvoldoende.

Dat staat in een rapportage over de twee wetten die op 1 januari 2020 zijn ingevoerd: de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). De rapportage gaat over de periode april tot en met september 2020.

Download ‘De zorgvuldige uitvoering van dwang in de zorg écht goed regelen, kan alleen regionaal’ PDF document | 5 pagina’s | 207 kB Publicatie | 02-12-2020            

Bron: igj.nl

Dit bericht is 877 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail