22 augustus 2026 – Wie een alcohol- of drugsverslaving heeft, voldoet lang niet altijd aan het stereotype beeld van iemand die zijn werk, sociale leven of gezin is kwijtgeraakt. Ook mensen die op het eerste gezicht goed functioneren, kunnen voldoen aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van alcohol of andere middelen. Onderzoek laat zien dat er binnen de groep mensen met een alcoholstoornis verschillende patronen van functioneren bestaan, waaronder mensen die ondanks zwaar alcoholgebruik relatief goed blijven functioneren op psychosociaal gebied en op het werk. [1]
Juist bij deze groep kunnen herkenning en behandeling lang op zich laten wachten. Het ontbreken van zichtbare problemen betekent immers niet automatisch dat er geen sprake is van een middelenstoornis.
Goed functioneren sluit een verslaving niet uit
Volgens de DSM-5 wordt een stoornis in het gebruik van alcohol niet bepaald door iemands maatschappelijke positie of de vraag of iemand zijn werk en gezin nog kan onderhouden. De diagnose is gebaseerd op een problematisch patroon van alcoholgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk. Daarbij wordt gekeken naar elf mogelijke symptomen, waaronder controleverlies, sterke trek, het niet nakomen van verplichtingen, voortgezet gebruik ondanks problemen, risicovol gebruik, tolerantie en ontwenningsverschijnselen. Bij minimaal twee symptomen binnen een periode van twaalf maanden kan sprake zijn van een stoornis in het gebruik van alcohol; het aantal symptomen bepaalt de ernst. [2]
Dat betekent dat iemand een baan kan hebben, een gezin kan onderhouden en sociaal actief kan zijn, terwijl er tegelijkertijd sprake is van een alcoholstoornis. Een studie onder hoogopgeleide mannen liet bijvoorbeeld zien dat ook binnen een groep die als hoogfunctionerend kon worden beschouwd, alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid voorkwamen. [3]
Ook recenter onderzoek laat zien dat functioneren en alcoholgebruik niet altijd één-op-één met elkaar samenhangen. In een analyse van deelnemers aan een grote behandelstudie werden verschillende profielen van herstel gevonden, waaronder een groep die relatief hoog scoorde op psychosociaal functioneren en werk, terwijl er tegelijkertijd sprake was van een geschiedenis van zwaar alcoholgebruik. [1]
Waarom blijft problematisch gebruik zo lang onzichtbaar?
Een belangrijke factor is het hardnekkige beeld van hoe iemand met een verslaving eruit zou moeten zien. Wanneer iemand een baan heeft, verantwoordelijkheden draagt en maatschappelijk succesvol is, kunnen signalen van problematisch gebruik gemakkelijker worden gerelativeerd.
Daar komt stigma bij. Een systematische review van 24 studies uit negen landen laat zien dat mensen met een alcoholstoornis relatief vaak als verantwoordelijk voor hun aandoening worden gezien. Ook blijkt de wens tot sociale afstand ten opzichte van mensen met een alcoholstoornis relatief groot. [4]
Stigma kan daarmee een belemmering vormen voor het herkennen en bespreekbaar maken van problemen. Ook gevoelens van schaamte en schuld spelen in de behandeling een belangrijke rol. De Nederlandse richtlijn voor stoornissen in het gebruik van alcohol benadrukt daarom het belang van een veilige, steunende en oordeelvrije therapeutische relatie, met aandacht voor een stigmatiserende attitude en gevoelens van schuld en schaamte. [5]
Bij alcohol speelt daarnaast de maatschappelijke normalisering van het middel een rol. Alcoholgebruik is in veel sociale situaties vanzelfsprekend, waardoor een geleidelijke toename van de frequentie of hoeveelheid niet altijd direct als problematisch wordt herkend.
Signalen waar je op kunt letten
Er bestaat geen checklist waarmee je op basis van gedrag alleen een middelenstoornis kunt vaststellen. Diagnostiek vereist een professionele beoordeling van het middelengebruik, de gevolgen daarvan en de aanwezigheid van relevante symptomen. [2]
Wel kunnen veranderingen in gedrag aanleiding zijn om het onderwerp bespreekbaar te maken. Voorbeelden zijn:
- Steeds vaker afwezig zijn op momenten die ogenschijnlijk niet belangrijk lijken.
- Geïrriteerder reageren dan de situatie rechtvaardigt.
- Kleine leugens vertellen over waar iemand is geweest.
- Kleine leugens vertellen over wat of hoeveel iemand heeft gedronken.
- Sociale verplichtingen vermijden waarbij geen alcohol aanwezig is.
- Meer moeite hebben met onverwachte veranderingen.
- Meer moeite hebben met situaties die niet gecontroleerd kunnen worden.
Deze signalen zijn op zichzelf niet specifiek voor middelengebruik en kunnen ook andere oorzaken hebben. Het gaat daarom niet om het afvinken van een lijst, maar om het herkennen van een mogelijk patroon en het bespreekbaar maken van zorgen.
Wanneer is ingrijpen zinvol, en hoe doe je dat?
Dit is de vraag waar veel naasten en collega’s op vastlopen. Je wilt niet overreageren, de ander beschadigen of een goede relatie op het spel zetten. Maar je wilt ook niet wegkijken.
Ingrijpen of het onderwerp bespreekbaar maken is vooral zinvol wanneer er een terugkerend patroon ontstaat en zorgen niet langer incidenteel zijn. Ook wanneer naasten hun eigen gedrag gaan aanpassen om het middelengebruik van iemand anders te vermijden, te verbergen of te compenseren, kan dat een aanleiding zijn om hulp of advies te zoeken.
Een gesprek hoeft daarbij niet te draaien om een harde confrontatie. De Nederlandse richtlijn adviseert juist een oordeelvrije en motiverende benadering. Motiverende gespreksvoering richt zich onder meer op het onderzoeken van ambivalentie en het versterken van de eigen motivatie en zelfeffectiviteit. [5][6]
Een interventie bij verslaving kan in sommige situaties onderdeel zijn van een bredere aanpak. Daarbij is het belangrijk dat zo’n interventie zorgvuldig wordt voorbereid en aansluit bij de persoon en de ernst van de problematiek. Het doel zou niet moeten zijn om iemand te beschamen, maar om zorgen bespreekbaar te maken en de stap naar passende hulp mogelijk te maken.
Vroege herkenning vergroot kans op herstel
Vroegsignalering is belangrijk omdat problematisch alcoholgebruik kan samengaan met lichamelijke, psychische en sociale problemen. De Nederlandse richtlijn adviseert om alcoholgebruik actief en op een niet-veroordelende manier bespreekbaar te maken en mensen waar nodig te motiveren tot verandering en naar passende hulp te verwijzen. [5]
Volgens richtlijnen voor de behandeling van middelenstoornissen is een open, niet-veroordelende benadering daarbij essentieel. Een gesprek vanuit bezorgdheid werkt doorgaans beter dan een confronterende aanpak. Wanneer sprake lijkt van problematisch gebruik, is het raadzaam om professionele hulp of advies in te schakelen. Herstelcoaching biedt vaak een toegankelijk beginpunt, zowel voor de persoon zelf als voor de mensen om hem heen.
Bronnen:
[1] Witkiewitz, K., Wilson, A. D., Pearson, M. R., Montes, K. S., Kirouac, M., Roos, C. R., Hallgren, K. A., & Maisto, S. A. (2019). Profiles of recovery from alcohol use disorder at three years following treatment: Can the definition of recovery be extended to include high functioning heavy drinkers? Addiction, 114(1), 69–80. https://doi.org/10.1111/add.14403.
[2] American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association. De DSM-5-TR-criteria voor alcohol use disorder worden ook overzichtelijk weergegeven door het National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism (NIAAA).
[3] Schuckit, M. A., Smith, T. L., & Landi, N. A. (2000). The 5-year clinical course of high-functioning men with DSM-IV alcohol abuse or dependence. American Journal of Psychiatry, 157(12), 2028–2035. https://doi.org/10.1176/appi.ajp.157.12.2028.
[4] Kilian, C., Manthey, J., Carr, S., Hanschmidt, F., Rehm, J., Speerforck, S., & Schomerus, G. (2021). Stigmatization of people with alcohol use disorders: An updated systematic review of population studies. Alcoholism: Clinical & Experimental Research, 45(5), 899–911. https://doi.org/10.1111/acer.14598.
[5] Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. (2024). Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van alcohol. Richtlijnendatabase. De richtlijn behandelt onder meer diagnostiek, therapeutische relatie, vroegsignalering en psychologische behandeling.
[6] Lundahl, B. W., Kunz, C., Brownell, C., Tollefson, D., & Burke, B. L. (2010). A meta-analysis of motivational interviewing: Twenty-five years of empirical studies. Research on Social Work Practice, 20(2), 137–160. Deze meta-analyse wordt ook als onderliggende wetenschappelijke bron genoemd in de Nederlandse richtlijn voor de behandeling van stoornissen in het gebruik van alcohol.
Dit bericht is 4 keer gelezen.