10 februari 2026 – Kijkend naar zes risicogroepen voor depressie, stabiliseert bij de meeste het aandeel personen met depressie- of aanverwante klachten in 2024. Soms is er weer een toename. Dit blijkt uit de zesde peiling van de Landelijke Monitor Depressie. Groepen waarnaar is gekeken zijn jongeren, jonge vrouwen, werknemers, huisartspatiënten, mensen met een chronische ziekte en mantelzorgers. Voor de meeste groepen zet de daling in depressieproblematiek dus niet door na de coronacrisis.
Waarschijnlijk speelt hier een complex samenspel van factoren een rol. Waaronder toenemende prestatie- en geluksdruk, groeiende maatschappelijke onzekerheden, een sterkere nadruk op het individu, risico’s vanuit de online leefwereld en een toenemende bewustwording rondom mentale gezondheid. Vervolgmetingen moeten uitwijzen of de cijfers aanhoudend hoog blijven, verder stijgen of mogelijk toch gaan dalen.
Al langer stijgende trends
Bij meisjes en jonge vrouwen was al vóór de coronacrisis sprake van een aanhoudend stijgende trend in depressieproblematiek. Specifiek voor burn-outklachten was dit ook het geval in de brede groep werknemers (van 18 jaar en ouder). De zesde peiling van de Landelijke Monitor Depressie geeft aan dat deze al langer stijgende trends lijken door te zetten in de jaren na de coronacrisis.
Blijvend aandacht nodig voor risicogroepen én monitoring
Het aandeel personen met depressie- of aanverwante klachten blijft in de risicogroepen relatief hoog. Daarom is het niet alleen belangrijk om te blijven werken aan een betere mentale gezondheid voor iedereen in Nederland, maar blijft ook de specifieke inzet op het voorkómen van depressie en andere psychische aandoeningen nodig.
Daarnaast is het belangrijk om de ontwikkelingen voor de risicogroepen goed in de gaten te houden met volgende peilingen van de Landelijke Monitor Depressie. In de monitor wordt gekeken naar:
- hoe vaak depressieproblematiek vóórkomt in de algemene bevolking en de beroepsbevolking (populatieprevalentie);
- hoe vaak vanwege depressieproblematiek gebruik wordt gemaakt van zorg (zorgprevalentie); en de intensiteit van dit zorggebruik.
- De Landelijke Monitor Depressie maakt gebruik van gegevens uit bestaande landelijke databronnen. De monitor wordt uitgevoerd door het Trimbos-instituut in opdracht van het ministerie van VWS.
Bekijk de infographic Landelijke Monitor Depressie – Trimbos-instituut.
Bron: trimbos.nl
Dit bericht is 7 keer gelezen.