12 september 2026 – Mensen die hun psychische behandeling vooral via beeldbellen kregen, hadden in een groot Amerikaans onderzoek iets minder vaak een psychiatrische ziekenhuisopname of bezoek aan de spoedeisende hulp. Ook maakten zij vaker hun afspraken af dan mensen die vooral telefonisch of face-to-face werden behandeld. Dat blijkt uit een studie in JAMA Network Open, waarvoor onderzoekers de gegevens van ruim 813.000 Amerikaanse veteranen analyseerden.
De onderzoekers vergeleken drie groepen: mensen die het merendeel van hun GGZ-contacten via beeldbellen hadden, mensen die vooral telefonisch werden behandeld en mensen die voornamelijk naar een fysieke afspraak gingen.
Van de deelnemers kreeg 42,2 procent vooral behandeling via video, 37,5 procent vooral face-to-face zorg en 20,3 procent vooral telefonische zorg. De onderzoekers volgden de deelnemers vervolgens een jaar.
Kleine verschillen
In de videobelloep werd bij 0,9 procent van de deelnemers in het daaropvolgende jaar een psychiatrische ziekenhuisopname geregistreerd. Bij mensen die vooral fysieke afspraken hadden was dat 2,1 procent en bij de telefonische groep 1,6 procent.
Ook het aantal bezoeken aan een psychiatrische spoedeisende hulp lag lager in de videogroep: 1,5 procent tegenover 2,6 procent bij fysieke zorg en 2,3 procent bij telefonische zorg. Daarnaast maakten mensen die via video werden behandeld gemiddeld 71,1 procent van hun afspraken af. Bij fysieke afspraken was dat 68,0 procent en bij telefonische afspraken 68,4 procent.
Na statistische correcties voor verschillen tussen de groepen bleven de voordelen van videobehandeling bestaan. Het verschil bleef echter klein. De onderzoekers schatten dat videobehandeling ten opzichte van fysieke of telefonische zorg ongeveer vijf psychiatrische ziekenhuisopnames per duizend patiënten zou kunnen voorkomen.
Geen bewijs dat beeldbellen beter is
De onderzoekers waarschuwen nadrukkelijk voor een te stellige conclusie. Het onderzoek was observationeel: patiënten werden niet willekeurig toegewezen aan video-, telefonische of fysieke zorg.
De mensen die voor videobehandeling kozen waren gemiddeld jonger, hadden hogere inkomens en waren over het algemeen gezonder dan de andere groepen. Ondanks uitgebreide statistische correcties kan daardoor sprake zijn van factoren die de onderzoekers niet hebben kunnen meten.
Het is daarom niet zeker dat de betere uitkomsten daadwerkelijk door videobehandeling worden veroorzaakt. De onderzoekers noemen onder meer de mogelijkheid dat mensen die voor beeldbellen kiezen over meer middelen en een betere uitgangspositie beschikken.
Een mogelijke verklaring voor het verschil met telefonische zorg is dat hulpverleners tijdens een videogesprek meer informatie krijgen over het gedrag en functioneren van een patiënt. Ook kan het contact persoonlijker zijn dan tijdens een telefoongesprek. De studie heeft deze verklaringen echter niet rechtstreeks onderzocht.
De resultaten betekenen volgens de onderzoekers dan ook niet dat fysieke GGZ kan worden vervangen door beeldbellen. Wel suggereren ze dat video een volwaardige behandelvorm kan zijn voor patiënten bij wie deze vorm past. Vooral de hogere opkomst bij afspraken kan een voordeel zijn van behandeling op afstand.
Welke vorm van behandeling het beste werkt, kan bovendien afhangen van de aandoening, de ernst van de klachten en het type behandeling. De onderzoekers pleiten daarom voor vervolgonderzoek naar onder meer individuele psychotherapie, groepsbehandeling en medicatiebegeleiding.
Lees het oorspronkelijke onderzoek in JAMA Network Open
Bron: Connolly SL, Raciborski RA, Abdulkerim H et al. Comparative Outcomes of Video, Phone, and In-Person Mental Health Care. JAMA Network Open, 8 september 2026.
Dit bericht is 4 keer gelezen.