Tweede Kamer laat zich informeren over aanpak personen met verward gedrag

Facebooktwitterlinkedinmail

26 september 2019 – Op 23 september organiseerde de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over personen met verward gedrag.

In drie rondes kwamen vertegenwoordigers van ggz-instellingen, gemeenten, politie, GGD, woningcorporaties en patiëntenorganisaties aan bod. Uit de ggz-sector schoven Gerco Blok (Emergis), Tom van Mierlo (Reinier van Arkel), Martin Mennen (Transfore) en Peter van der Noord (GGZ Drenthe) aan.

Pleidooi voor samenwerking
Centrale boodschap tijdens het rondetafelgesprek was de noodzaak van betere samenwerking tussen alle betrokken partijen. Die samenwerking komt in de praktijk om tal van redenen onvoldoende van de grond, waardoor de meest kwetsbare mensen soms tussen wal en schip belanden. In Drenthe maakte men goede samenwerkingsafspraken, waardoor het aantal E33-meldingen afnam, zo illustreerde Peter van der Noord van GGZ Drenthe.

Betekenis van E33-meldingen
Tom van Mierlo van Reinier van Arkel betoogde dat de E33-melding verwarrend werkt. Het is onduidelijk wat deze registratiecode van de politie eigenlijk zegt over personen met verward gedrag, waarvan psychische stoornissen de oorzaak van dat verwarde gedrag zijn. In veel gevallen is er bij verward gedrag geen sprake van een psychische stoornis. In de publieke opinie lijkt de E33-melding echter een diagnose, benadrukte Van Mierlo, waardoor het publiek een groter veiligheidsrisico ervaart. De politie benadrukte in het gesprek dat de E33-melding inderdaad een vergaarbak is, maar dat het wel een duidelijk signaal is dat burgers niet weten waar ze aan moeten kloppen als ze verward gedrag opmerken in hun omgeving. Goede bereikbaarheid van een voor iedereen bekend meldpunt kon daarom op bijval rekenen.

Betere financiering door schotten weg te nemen
Tijdens het rondetafelgesprek kwam ook herhaaldelijk de financiering van de zwaarste doelgroep aan de orde. Nu belemmeren de verschillende financieringskaders van de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een gecombineerde, persoonsgerichte aanpak. Financieringsvraagstukken kunnen tot onduidelijkheid leiden over de vraag bij wie de verantwoordelijkheid precies ligt. Ook opschalen of afschalen van de benodigde zorg is in het huidige financieringssysteem erg moeilijk, terwijl praktijksituaties wel vragen om de flexibiliteit om op- of af te kunnen schalen. MIND Ypsilon bepleitte meer regelruimte voor de professional.

Vragen bij ambulantisering
Wethouder De Langen (CDA, Rotterdam) gebruikte het rondetafelgesprek voor een pleidooi om te stoppen met verdere ambulantisering. Kamerleden vroegen door op de relatie tussen de beddenafbouw en het groeiende aantal E33-meldingen. De bestuurders van ggz-instellingen benadrukten dat er brede consensus is – ook wetenschappelijk – dat thuis behandelen van cliënten in veel gevallen tot betere resultaten leidt. Daarom is er breed draagvlak voor ambulantisering, ook onder politici. Maar voor ggz-cliënten die een bed nodig hebben, is een bed beschikbaar, gaven de ggz-aanbieders aan.

Bron: ggznederland.nl

Dit bericht is 2191 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail