Forse verslechtering van de mentale gezondheid van meisjes

Facebooktwitterlinkedinmail

14 september 2022 – Onder meisjes in Nederland vond tussen 2017 en 2021 een ongekende daling in mentale gezondheid plaats. Dat schrijven onderzoekers in het Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-rapport, waarin de resultaten van 20 jaar onderzoek naar het welzijn en de gezondheid van jongeren in Nederland worden gepresenteerd. Op woensdag 14 september wordt het rapport tijdens het symposium ‘Jong in de 21ste eeuw’ uitgereikt aan Hare Majesteit Koningin Máxima. 

Omslag van het HBSC-rapport
Hoofdonderzoeker Gonneke Stevens van de Universiteit Utrecht: Tussen 2017 en 2021 is het percentage meisjes in het voortgezet onderwijs met emotionele problemen gestegen van 28 naar 43%. Onder meisjes uit groep 8 nam dit in deze periode toe van 14 naar 33%. Ook op andere gebieden is er reden tot zorg. Meisjes rapporteren in 2021 niet alleen veel meer emotionele problemen dan vier jaar eerder, maar ook meer gedragsproblemen en hyperactiviteit/aandachtsproblemen. Ook onder jongens is de mentale gezondheid gedaald. Zo is het cijfer dat zowel meisjes als jongens voor hun leven geven, nog nooit zo laag geweest als in 2021: gemiddeld 7,1. Terwijl dit cijfer in eerdere jaren ruim 7,5, en in 2001 zelfs een 8 was. Toch staat de omvang van de daling in mentale gezondheid onder jongens in geen verhouding tot die onder meisjes. Volgens de onderzoekers onderstrepen deze resultaten het belang van de nieuwe kabinetsaanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal, waarin specifieke aandacht uitgaat naar jongeren.

Druk door schoolwerk in 20 jaar verdriedubbeld
Net als tussen 2013 en 2017 is in de periode 2017-2021 het percentage leerlingen dat druk door schoolwerk ervaart aanzienlijk toegenomen. In de afgelopen 20 jaar is dit percentage zelfs verdriedubbeld. Stevens: In 2001 gaf slechts 16% van de jongeren in het voortgezet onderwijs aan dat zij (nogal) veel druk ervaren door schoolwerk. In 2021 is dit opgelopen tot 45%. Ook hier zien we voor meisjes een ongunstigere ontwikkeling dan voor jongens.

Voor meisjes op de basisschool is het percentage dat aangeeft vaak online gepest te worden gestegen van 1 naar 6%.

Goede sociale relaties 
Al vanaf de eerste meting in 2001 vallen jongeren in Nederland op door hun goede sociale relaties met hun ouders, klasgenoten en vrienden. Dat is in 2021 nog steeds zo. Het percentage jongeren dat aangeeft heel gemakkelijk met hun vader, moeder of beste vriend(in) te kunnen praten is in 2021 bijvoorbeeld even hoog als in 2017. Wel zijn meisjes in het voorgezet onderwijs tussen 2017 en 2021 wat minder positief geworden over de steun van vrienden, de sfeer tussen klasgenoten, en hun relatie met leraren. Ook het percentage jongeren dat aangeeft vaak online te pesten of gepest te worden is toegenomen tussen 2017 en 2021. Voor meisjes op de basisschool is het percentage dat aangeeft vaak online gepest te worden bijvoorbeeld gestegen van 1 naar 6%. In dezelfde groep is het percentage problematisch socialemediagebruikers tussen 2017 en 2021 gestegen van 2 naar 5%.

Invloed van de coronacrisis
De verslechtering van de mentale gezondheid onder (vooral) meisjes hangt waarschijnlijk voor een aanzienlijk deel samen met de coronacrisis. Stevens: Maar dit betekent niet dat het probleem is opgelost zodra de coronacrisis tot het verleden behoort. Volgens de Utrechtse jeugdonderzoeker is het goed mogelijk dat de ontwikkelde mentale kwetsbaarheid onder meisjes niet zomaar verdwijnt. En ook een daling in het percentage leerlingen dat druk door schoolwerk ervaart, is niet per se te verwachten. De onderwijsachterstanden ten gevolge van de coronacrisis zijn mogelijk een katalysator geweest van een al bestaande maatschappelijke ontwikkeling: het toegenomen belang dat jongeren, hun ouders en de maatschappij in het algemeen hechten aan presteren op school, aldus Stevens.

Beluister de podcast over het HBSC-onderzoek
Gonneke Stevens, projectleider van het HBSC-onderzoek gaat in de podcast JongGeleerd in gesprek met Henk Hagoort, voorzitter van de VO-raad over de resultaten van het onderzoek en wat dit betekent voor het onderwijs. Wat kunnen scholen en docenten doen om jongeren te ondersteunen bij de stijgende druk door schoolwerk en mentale problemen?

Jongens rookten en dronken in eerdere jaren vaker dan meisjes, maar deze verschillen zijn in 2021 verdwenen.

Roken en alcoholgebruik nog steeds te hoog
Na een lange periode waarin het roken en alcoholgebruik onder jongeren afnam, is dit in de laatste jaren niet verder gedaald. Het percentage jongeren dat rookt of drinkt is in 2021 nog steeds te hoog. Zo heeft van de 15- en 16-jarigen in 2021 respectievelijk 42 en 60% in de laatste maand gedronken. En deze jongeren drinken veel. 74 tot 83% van deze alcoholgebruikers heeft de afgelopen maand weleens vijf of meer glazen alcohol op één gelegenheid gedronken. Daarnaast heeft in 2021 één op de tien jongeren in de afgelopen maand gerookt. Opvallend is bovendien dat waar jongens in eerdere jaren vaker rookten en alcohol dronken dan meisjes, deze verschillen in 2021 zijn verdwenen.

Het HBSC-onderzoek wordt sinds 2001 elke vier jaar uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau. In het HBSC-rapport 2021, gefinancierd door het ministerie van VWS, komen ook andere thema’s aan bod, zoals eetgedrag, bewegen, seksueel gedrag en gamen. Voor alle thema’s worden verschillen naar leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, migratieachtergrond, gezinsvorm en gezinswelvaart bestudeerd.

Bron: uu.nl 

Dit bericht is 496 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail