2 maart 2026 – Socialemediagebruikers vinden het ‘normaal’ om online haatspraak tegen te komen op sociale media en denken dat het deel uit maakt van de online omgeving. In bepaalde contexten vinden ze het meer normaal dan in andere, bijvoorbeeld, ten aanzien van prominenten zoals beleidsmakers en contentmakers. Maar ze reageren niet.
Socialemediagebruikers denken dat de normalisering van online haatspraak negatieve gevolgen heeft voor onze maatschappij: ze geloven dat online haatspraak bijdraagt aan polarisatie en dat het kan leiden tot agressie in de offlinewereld, zowel fysiek als verbaal. Dat blijkt uit onderzoek van communicatiewetenschappers Dr. Sara Pabian, Eefje van Moorsel en Jennifer van Zon.
Haatspraak in sociale media is het uiten van haat of neerbuigende houdingen tegenover een individu of groep op basis van een gedeeld kenmerk, zoals afkomst, huidskleur, genderidentiteit of seksuele oriëntatie, met als doel die groep als geheel minderwaardig te maken. De onderzoekers gingen in gesprek met jongvolwassen en gebruikers van sociale media (19 tot 25 jaar) om te begrijpen wat ze van online haatspraak vinden en of ze hier wel eens op reageren.
Toch liever niet reageren
Wanneer gebruikers van sociale media online haatspraak zien, vinden ze vaak dat deze ‘niet nodig’ is. Ze voelen de neiging om zich afzijdig te houden of te doen alsof ze het niet zien en handelen daarom meestal niet. Ze ervaren heel wat hindernissen om iets te doen, terwijl ingrijpen wel kan, bijvoorbeeld, door een bericht of profiel te rapporteren of op een constructieve manier tegengas te geven.
Drempels om in te grijpen zijn bijvoorbeeld dat ze zich niet betrokken voelen om te reageren, het kost te veel energie, of ze maken zich zorgen over hoe anderen op hen zullen reageren. Een incident rapporteren via het socialemediaplatform waarop het plaatsvindt wordt ervaren als te complex en gebruikers hebben de verwachting dat er toch niets wordt gedaan met hun rapportering. Constructief reageren doen gebruikers ook liever niet omdat ze bang zijn dat het algoritme hun reactie oppikt en hen meer van dit soort berichten laat zien. Ook willen ze niet dat hun reactie bijdraagt aan het verder verspreiden of viraal laten gaan van online haat.
Gebruikers gaven overigens aan dat hun gebrek aan reactie niet betekent dat ze akkoord gaan met de inhoud van de online haatspraak boodschappen.
Beter negeren of privé reageren?
Acties van socialemediagebruikers hebben het potentieel om verspreiders van online haat af te remmen en om groepen die aangevallen worden zich gesteund te laten voelen. Handelingen zoals publiek reageren op sociale media lijken ongewenste gevolgen te hebben en houden heel wat gebruikers tegen om te reageren.
Moeten we dan online haatspraak negeren en helemaal niets doen? Privé reageren, door een privé-bericht te sturen naar een doelwit van online haatspraak, kan een laagdrempelige manier zijn om steun te betuigen ten aanzien van slachtoffers. Socialemediaplatformen zelf zouden rapporteren aantrekkelijker kunnen maken door het rapporteringsproces te vereenvoudigen én transparanter te zijn over wat er gebeurt na het rapporteren en de uitkomst daarvan.
Meer informatie
Sara Pabian (Tilburg University): s.j.r.pabian@tilburguniversity.edu. Deze studie is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift ‘Behaviour & Information Technology’ en is voor iedereen toegankelijk via https://doi.org/10.1080/0144929X.2026.2614046.
Bron: tilburguniversity.edu
Dit bericht is 2 keer gelezen.