21 januari 2026 – Laagdrempelige steunpunten door en voor mensen met een psychische kwetsbaarheid ontwikkelen zich en worden steeds zichtbaarder. Dit blijkt uit de vandaag verschenen Monitor Landelijk dekkend netwerk steunpunten ‘Stand van het land’ 2025, opgesteld door MIND, Significant Groep en Pluut & Partners in opdracht van VWS. Het aantal in kaart gebrachte locaties in de inventarisatie van 2025 van 318 steunpunten is een stijging van 14% ten opzichte van het jaar ervoor. Nieuw in de monitor van 2025 is dat ook de omvang van locaties in kaart is gebracht: twee derde van de steunpunten blijken kleine locaties te zijn.
Groot verschil in aantal laagdrempelige steunpunten per regio
Voor de monitor zijn de laagdrempelige steunpunten zoals zelfregie en herstelcentra in Nederland in kaart gebracht. De toename van deze punten is deels het gevolg van daadwerkelijk nieuwe plekken en deels van bestaande steunpunten die in 2024 nog niet in beeld waren. Nieuw in de monitor van 2025 is dat er onderscheid is gemaakt tussen grote, middelgrote en kleine locaties. Twee derde van de in kaart gebrachte steunpunten blijken kleine locaties te zijn die één tot drie dagdelen geopend zijn. Kleine steunpunten dragen positief bij aan de regionale spreiding – meer plekken dicht bij de inwoners, ook in kleine gemeenten – maar kennen ook beperkingen qua capaciteit, activiteiten en continuïteit. Het aantal steunpunten verschilt ook sterk per regio.
Vrijwel alle laagdrempelige steunpunten wensen doorontwikkeling
Voor de definitie van laagdrempelige steunpunten zijn tien kenmerken opgesteld die onder andere gaan over de doelgroep en de wijze waarop het steunpunt wordt vormgegeven, zoals dat ervaringsdeskundigen in de lead zijn. De zelfbeoordeling op de tien kenmerken toont dat de meeste LSP alle kenmerken in hun steunpunt terugzien, maar in veel gevallen tegelijkertijd op vrijwel alle kenmerken ontwikkelruimte zien. Dit bevestigt dat het veld volop in groei is en dat de wens naar verdere professionalisering breed gedragen wordt.
Verder laat de monitor zien dat er een stevige basis is voor verdere ontwikkeling van regionale samenwerking tussen laagdrempelige steunpunten en andere partijen zoals gemeenten, sociaal werk, ggz en huisartsenzorg. Regionale projectleiders kunnen daar een belangrijke rol in spelen. De onderzoekers wijzen in hun bevindingen op het belang van financiering voor de continuïteit van laagdrempelige steunenpunten. Verder bevelen zij aan om landelijk vast te stellen wat bedoeld wordt met een ‘landelijk dekkend netwerk’, om de regionale samenwerking tussen de steunpunten te versterken, te investeren in de samenwerking met ggz, huisartsenzorg en sociaal domein en in te zetten op landelijke kennisdeling, professionalisering en ondersteuning. Structurele en voldoende financiering is een belangrijke factor voor de continuïteit.
IZA afspraak: landelijk dekkend netwerk laagdrempelige steunpunten
De vandaag verschenen monitor is in opdracht van de IZA werkgroep laagdrempelige steunpunten (LSP) opgesteld en is een vervolg op het verkennende onderzoek van de Galan groep uit 2024. In het Integraal Zorgakkoord (IZA, 2022) – dat inzet op betere samenwerking tussen het sociaal domein, de huisartsenzorg en de ggz – is de ambitie opgenomen om tot een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten te komen. Deze is als volgt omschreven: “In vijf jaar komen we tot een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten, zoals zelfregie-en herstelcentra, waar iedere inwoner, met name met EPA, toegang heeft: gerund door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, ondersteund door sociaal werkers en in verbinding met ggz-professionals. Met een link/aanspreekpunt naar huisartsen.”
Bron: mindplatform.nl
Dit bericht is 56 keer gelezen.