Kwaliteitssystemen in GGZ hebben betreurenswaardig weinig impact

Facebooktwitterlinkedinmail

20 mei 2019 – HKZ, ISO, ROM. Het zijn slechts drie van de tientallen kwaliteitssystemen die bedoeld zijn om de kwaliteit van de zorg in de  Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) te verbeteren. Helaas worden veel systemen niet (goed) gebruikt, zijn ze onbekend of ineffectief in het beantwoorden van relevante vragen, en vaak heeft niemand het overzicht over het geheel van systemen. Zelfs de kwaliteitsmedewerker of de manager niet. Dat stelt bestuurskundige Marieke van Geffen, zelf werkzaam als manager in de GGZ, in haar promotieonderzoek. Ze promoveerde op 15 mei aan de Radboud Universiteit.

We zijn doorgeslagen in het monitoren van kwaliteit. Dat is de bottom-line van het onderzoek van Van Geffen. ‘Kwaliteitssystemen hebben een betreurenswaardig lage impact’, aldus van Geffen. ‘Iedere organisatie heeft 10 tot 20 kwaliteitssystemen, van een certificering  tot een klanttevredenheidsonderzoek, maar wat ze opleveren is onduidelijk. Wel kosten ze veel tijd en geld.’

Wildgroei en wantrouwen

Van Geffen  deed onderzoek onder zowel zorgverleners, managers, cliënten en zorgverzekeraars. Met haar onderzoek geeft Van Geffen voor het eerst een totaal  en bestuurskundig perspectief op het gebruik van kwaliteitssystemen in de GGZ. Wat ze in kaart bracht, is wat ze noemt, een ‘wildgroei aan kwaliteitssystemen, onduidelijkheid ten aanzien van rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen, wantrouwen en gevoelens van onmacht’.  Problemen die gezamenlijk de werking van de kwaliteitssystemen ondermijnen.

Van Geffen bekeek in GGZ-instellingen welke kwaliteitssystemen werden gebruikt, of ze ook daadwerkelijk werden gebruikt en hoe ze werden gebruikt. Wat bleek? Veel werknemers kennen maar één tot drie van de systemen. Ook de grote mate van professionele autonomie en geringe sturing vanuit het management op de kwaliteit van de zorg belemmeren de impact van de systemen. Van Geffen: ‘Bovendien sluiten de systemen vaak niet aan op wat een zorgprofessional nodig heeft. Het is zelfs regelmatig  onduidelijk waarom een bepaald kwaliteitssysteem wordt gebruikt.’

Vaak heeft niemand het overzicht over het totaal aan systemen. Ook de partijen die zouden moeten sturen op kwaliteit op basis van de uitkomsten (managers, zorgverzekeraars) weten vaak niet hoe ze de gefragmenteerde en complexe data kunnen gebruiken om verbeteringen in het systeem te bereiken. Van Geffen: ‘Ik promoveer op dit onderwerp, maar ik snap het organogram van kwaliteitssystemen vaak ook niet.’

‘Meer vertrouwen nodig in de zorgprofessionals’

Toch blijkt het lastig om aan het systeem te veranderen. Dat ziet Van Geffe ook in haar eigen werk. ‘Zelf ben ik ook onderdeel van het systeem. Tijdens mijn promotieonderzoek kwam ik als manager met een nieuwe ISO-certificering in aanraking. Naar mijn mening vrij zinloos, want vrijwel niemand doet er wat mee.’ Toch besloot ze de weg van de minste weerstand te kiezen en een nacht door te halen om ze af te maken en alle ISO-protocollen op orde te brengen.

Op basis van haar onderzoek kan van Geffen wel wat concrete aanbevelingen doen. ‘Organisaties moeten keuzes durven maken en het aantal systeem gaan terugbrengen. Ook zou de overheid duidelijker moeten zijn over wat ieders rol is. Daarnaast is er meer vertrouwen nodig in de zorgprofessionals, waarbij niet alles gecontroleerd hoeft te worden.’

Marieke van Geffen behaalde in 2009 de mastertitel in de Klinische Psychologie en in 2012 in de Bestuurskunde. Tijdens haar promotieonderzoek was Marieke werkzaam als manager informatievoorziening bij de Viersprong en als manager healthcare bij Deloitte. Momenteel is Marieke werkzaam als manager bedrijfsvoering bij de Boba Autisme Groep.

Bron: ru.nl

Dit bericht is 1546 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail