Herstelondersteunend werken betekent samen onderzoeken

20 april 2026 – Herstelondersteunend werken lijkt vanzelfsprekend, in de praktijk is dat niet altijd makkelijk. Vaak staan symptomen en klachten centraal én worden interventies ingezet en protocollen gevolgd. Dat maakt het soms moeilijk om als ggz-professional aan te sluiten bij het herstelproces van je patiënt. De werkkaart Samen afwegen bij spanning en dilemma’s geeft hier handvatten voor. Gilles de Graaf – Schipper, ervaringsdeskundige Ontwikkeling en Beleid bij Leviaan, heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van deze werkkaart, die onderdeel is van de zorgstandaard Herstelondersteuning.

Gilles: “We zijn opgeleid om te leren kijken vanuit een professioneel denkkader. We leren oplossen, begeleiden en behandelen, maar ergens onderweg zijn we vergeten dat we óók gewoon mens zijn.” De werkkaart is ontstaan vanuit die spanning. Niet om methoden te vervangen, maar om iets terug te brengen dat soms naar de achtergrond verdwijnt: de relatie. “Je bent vertegenwoordiger van een zorginstelling. Maar in eerste instantie zit je daar van mens tot mens. De klik. Het besef, we zitten hier allebei als mens. Methoden en modellen zijn waardevol. Ze zijn helpend maar zijn niet het enige dat een gesprek (of de behandeling) draagt.”

Een verschuiving in mensbeeld
Herstelondersteunend werken vraagt een verschuiving in mensbeeld. “In een klassiek klinisch model is het logisch dat je klachten probeert op te lossen,” zegt Gilles. “In de oncologie was behandelen lange tijd vanzelfsprekend. Inmiddels zie je daar een verschuiving: de vraag is niet alleen hoe we bestrijden, maar ook wat kwaliteit van leven betekent. Wanneer behandelen we wel, wanneer niet?”

Die beweging zie je in de ggz minder sterk. “Wij zijn vaak geneigd om direct te willen oplossen. Symptomen verminderen. Stabiliseren. Terwijl het gesprek soms eerst moet gaan over: hoe wil iemand leven met wat er is? Wat maakt het leven betekenisvol? En wat maakt dat in de omgeving of samenleving juist moeilijker of mogelijk? Daar begint herstelgericht werken. En daar ontstaat de spanning.”

“Wanneer laat je iets los? Wanneer grijp je in? Wanneer accepteer je dat iets – bijvoorbeeld middelengebruik – nog een functie heeft in iemands leven? In de verslavingszorg hadden we lang duidelijke dogma’s,” zegt Gilles. “Je mag niet meer gebruiken. Punt. Maar soms is de echte vraag: wat betekent het gebruik? Wat proberen we eigenlijk te veranderen?”

Herstelgericht werken betekent samen onderzoeken. Een werkhypothese ontwikkelen in plaats van een definitieve waarheid. Twijfel hoort daarbij, niet-weten ook.

Van irritatie naar verbinding
De werkkaart is niet bedoeld voor overzichtelijke situaties. Juist niet. “Je pakt de kaart erbij wanneer je gevoel richting irritatie gaat,” zegt Gilles. “Of wanneer frustratie opkomt. Of wanneer je merkt dat je oordeel al klaarstaat. Bijvoorbeeld als je denkt: waarom nou weer?”

“Op dat moment is de neiging groot om te denken dat er iets bij de ander moet veranderen. En juist dan is het helpend om te beseffen: dit gaat óók over mij. Over wat er in dit contact gebeurt. Over mijn aannames, mijn grenzen. Dat voelt tegenstrijdig. Je bent opgeleid om te interveniëren, niet om je eigen irritatie te onderzoeken. Maar daar zit de uitnodiging.

De kaart helpt om te vertragen wanneer het schuurt. Niet om jezelf te veroordelen of alles bij jezelf neer te leggen, maar om constructief te handelen. Je bent iemand die inschattingen maakt. Iemand die ernaast kan zitten en zich wil ontwikkelen. Dat erkennen verandert al iets in de relatie. En precies daar begint herstelondersteunend werken.”

Ruimte voor reflectie
“In de zorg bestaan ongeschreven regels. Je stigmatiseert niet, je bent objectief, professioneel. Maar iedereen heeft aannames,” zegt Gilles. “Iedereen heeft momenten van ongemak. Juist omdat professionals zijn opgeleid met sterke ideeën over grenzen en regels, voelt het erkennen van een oordeel soms als falen. Wanneer je kunt zeggen: ik merk dat ik geïrriteerd raak, ontstaat ruimte voor reflectie. Dan verschuift het gesprek van goed of fout naar wat er werkelijk speelt.”

Niet elke grens is persoonlijk
De werkkaart maakt onderscheid tussen verschillende soorten grenzen. Soms gaat het om een persoonlijke grens: iets raakt je. Soms om een professionele verantwoordelijkheid. Soms om structurele kaders zoals wetgeving of beleid. “Als je alles personaliseert, wordt het zwaar,” zegt Gilles. “Dan lijkt elke grens iets over jou te zeggen.” Door te onderscheiden wat van wie is, ontstaat ruimte. Voor diversiteit in teams. Voor verschillende gevoeligheden. En voor menselijk contact, zonder dat professionaliteit verdwijnt.

Meer dan methoden en modellen
Wat hoopt Gilles dat er verandert? “Dat de relatie weer op één komt te staan. Dat methoden ondersteunend worden in plaats van leidend. Dat professionals meer van zichzelf mogen laten zien. De patiënt bewandelt een pad dat uitkomt waar hij wil zijn. En jij loopt mee. Je brengt kennis en ervaring in. Maar ook jezelf.”

Werkkaart Samen afwegen bij spanning en dilemma’s

Dit bericht is 8 keer gelezen.