Cliëntondersteuning in recent gefuseerde gemeenten: risico op lagere prioriteit

Facebooktwitterlinkedinmail

30 augustus 2022 – Hoe ervaren recent gefuseerde gemeenten het om in te zetten op doorontwikkeling van cliëntondersteuning (Co)? Wat is het juiste moment, wat zijn kansen en hoe bereik je harmonie? Movisie ging hierover in gesprek met Gerjan Beniers, projectleider cliëntondersteuning in de gemeente Beekdaelen, en Maaike Duiker, projectleider in de gemeente Dijk en Waard.

Zowel gemeente Beekdaelen als gemeente Dijk en Waard zijn vrij recent gefuseerd. Het zijn twee van de 26 nieuwe gemeenten die sinds 2016 zijn ontstaan uit 75 voormalige gemeenten volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Beekdaelen ontstond op 1 januari 2019 uit Onderbanken, Nuth en Schinnen. In deze laatste twee voormalige gemeenten was MEE Zuid-Limburg gecontracteerd voor de formele Co, terwijl dit in Onderbanken was ondergebracht bij de plaatselijke welzijnsinstelling CMWW (Stichting Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk). De informele cliëntondersteuning lag bij alle drie de voormalige gemeenten bij één partij, namelijk de KBO Zuid-Limburg. Recenter is gemeente Dijk en Waard ontstaan; op 1 januari 2022 fuseerden Heerhugowaard en Langedijk. Dijk en Waard heeft te maken met vier verschillende organisaties. Er bestonden grote verschillen tussen Heerhugowaard en Langedijk. Zo vertelt Duiker: ‘Waar in Heerhugowaard eigenlijk alles belegd was bij formele aanbieders, speelde in Langedijk de informele Co ook een grote rol.’

Fusie zorgt voor urgentie 
Verschillen in de organisatie van cliëntondersteuning tussen voormalige gemeenten kunnen bij een fusie uitdagend zijn. Toch biedt een fusie ook kansen, aldus Beniers en Duiker. Het biedt een momentum voor nieuwe plannen en projecten. ‘Een fusie zorgt voor urgentie’, zo vertelt Duiker. In haar gemeente vormde het een nieuwe aanzet en aanleiding om cliëntondersteuning hernieuwde aandacht te geven. Ook de gemeente Beekdaelen heeft nadrukkelijk het ‘koploperproject cliëntondersteuning’ aangewend om de harmonisatie tussen de voormalige gemeenten verder vorm te kunnen geven. Beniers: ‘Bij een fusie willen gemeenten subsidies en de inhoud op elkaar afstemmen. Dit geldt ook voor cliëntondersteuning en andere deelterreinen, zoals het welzijnswerk.’

Het beste van elkaar verenigen 
Bij een fusie moet je ook opnieuw gaan nadenken over de inrichting van Co, vertelt Duiker. ‘Je moet op zoek gaan naar nieuwe manieren van samenwerken, mogelijk het aanbod van Co aanpassen en afstemming bereiken over communicatie en bereikbaarheid. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om het beste van elkaar mee te nemen. Dat zie ik ook zeker wel als een voordeel’, vertelt Duiker.

In Beekdaelen leidde de fusie tot het toewerken naar één werkwijze rondom cliëntondersteuning voor de totale gemeente. Beniers: ‘Hierin hebben we ook een heel nieuw element in kunnen voegen, wat wij in Beekdaelen ‘het centrale loket’ noemen. Los van de toegang willen we een centraal loket inrichten om zo cliëntondersteuning een grotere bekendheid te geven en om inwoners minder afhankelijk te laten zijn van één van de drie aanbieders.’

‘De positie die je als projectleider inneemt is van grote betekenis’

Heroverweeg specifiek aanbod 
Daarnaast biedt het een momentum om aan te sluiten bij doelgroepen die vóor de fusie nog weinig in beeld waren. In Beekdaelen is nadrukkelijk in de opgave meegenomen om de doelgroep jongeren – die nog beperkt of niet in beeld is – prominenter onderwerp te laten worden voor Co. Beniers: ‘Met name de informele cliëntondersteuners zijn heel nadrukkelijk gericht op ouderen. Door de fusie moeten zij hoe dan ook reorganiseren en structureel aanpassingen doen. Dit bracht mij in de gelegenheid hen ook mee te nemen over ondersteuning aan andere doelgroepen, zoals jongeren.’

De winkel draaiende houden 
Hoewel een fusie een momentum met zich meebrengt waarin cliëntondersteuning hernieuwde aandacht krijgt, kent de doorontwikkeling van Co in tijden van harmonisatieopgaven ook uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan de vele lopende veranderprocessen en de wens om het onderwerp Co hoog op de agenda te houden. Duiker beaamt dit: ‘Wat ik zelf merk is dat het proces van fuseren veel druk met zich meebrengt rondom beleid, maar zeker ook voor de uitvoering. Dat is natuurlijk ook wel logisch: de winkel wordt verbouwd, maar we moeten wel openblijven.’ Belangrijk is volgens Duiker daarom om vóór de fusie de ambities rondom cliëntondersteuning van de afzonderlijke gemeenten goed te borgen.

Gemengde belangen en werkwijzen 
Ook zijn de voormalige werkwijzen en gedachten rondom cliëntondersteuning niet van de één op de andere dag gelijkgetrokken. Beniers vertelt: ‘Wat we tegenkwamen, is dat enkele belanghebbende partijen een wat eigenstandige positie probeerden in te nemen. Ook binnen de nieuwe, gefuseerde adviesraad ontstond er wat schuring.’ Duiker herkent dit in Dijk en Waard. ‘In een van de twee voormalige gemeenten wilde de adviesraad sociaal domein eigenlijk alleen advies geven bij cruciale beslismomenten, terwijl de andere adviesraad erg betrokken wil worden bij het proces.’

Externe projectleider: van niemand, voor iedereen 
‘Het aanstellen van een externe projectleider kan hierbij helpen’, vindt Beniers. De positie die je als projectleider inneemt is van grote betekenis, vooral wanneer organisaties uit voormalige gemeenten nauw moeten samenwerken of worden samengevoegd. Beniers: ‘Je bent als externe wat minder belast met de historie van de fuserende gemeenten, maar je moet het ook niet uit het oog verliezen. Je moet geen oude koeien uit de sloot halen, maar je moet ook niet als een olifant door een porseleinkast gaan.’

De neutrale positie van een externe projectleider kan een extra impuls geven in het proces om de neuzen dezelfde kant op te krijgen, aldus Beniers. ‘Ik heb vanaf het begin gezegd: ik ben van niemand en voor iedereen. Ik heb een opdracht voor een jaar en binnen dat jaar moeten we het samen regelen.’ Beniers vervolgt: ‘Ook heb ik vanaf het begin gezegd dat álle partijen aan tafel, dat zijn de drie uitvoerders van cliëntondersteuning, de adviesraad sociaal domein en de gemeente, gelijkwaardige spelers zijn in het proces. En dat ik verwacht samen een visie te creëren. Dan krijg je een proces waarin je gedeeltelijk vanuit de inhoud en gedeeltelijk vanuit rollen en verantwoordelijkheden met álle betrokkenen in gesprek gaat en het samen oppakt.’ Ook Duiker ziet het belang van de neutrale positie van de projectleider, vooral in een fuserende gemeente. In zo’n rol stuur je volgens haar enkel op een procesmatig juist verloop en vooruitgang. Duiker: ‘Als onafhankelijk projectleider kun je niet alleen aanbieders, maar ook professionals vanuit de gemeente mee laten praten als gelijkwaardige partij.’

Tips 
Ben je als gemeente ook recent gefuseerd en ben of wil je aan de slag met de doorontwikkeling van cliëntondersteuning? Of is een fusie onderdeel van de (nabije) toekomst? Duiker en Beniers delen hun twee belangrijkste tips:

  1. Stel een externe projectleider aan. Volgens Duiker en Beniers is de onafhankelijke en neutrale positie van een projectleider van grote meerwaarde, vooral in een gemeente die recent is gefuseerd. Je bent in principe voor iedereen en niet van de gemeente. Als externe partij kun je erop toezien dat alle belanghebbenden gelijkwaardig en in gelijke mate worden betrokken.
  2. Zet extra in op het creëren van draagvlak. Zoals Duiker zegt: ‘De winkel wordt verbouwd, maar we moeten wel openblijven.’ Door alle veranderprocessen binnen de gemeentelijke organisatie kunnen de prioriteiten elders komen te liggen en bestaat het risico op te weinig focus of draagvlak.

Bron: movisie.nl

Dit bericht is 243 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail