26 februari 2026 – Het kabinet wil dat er minder jongeren (en gezinnen) gebruik gaan maken van jeugdzorg, en gaat daarvoor de wet aanpassen. Daardoor zal veranderen: wie jeugdzorg kan krijgen, en hoe je jeugdzorg kan krijgen. Tot 13 april 2026 kan je jouw mening geven over het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. Lees hier wat het wetsvoorstel inhoudt en waarom reageren belangrijk is.
> Direct naar reageren op wet Reikwijdte
Reageren kan tot 13 april
DE ‘WET REIKWIJDTE’: licht als het kan, zwaar als het moet
De afgelopen jaren is het aantal jongeren in de jeugdzorg hard gestegen. Gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor (het betalen van) de jeugdzorg hebben daardoor geldproblemen gekregen. De regering wil dat er minder jongeren in de jeugdzorg terechtkomen, en dat jeugdzorg als eerste beschikbaar is voor de meest kwetsbare jongeren. Ze zeggen daarbij dat (lichte) jeugdzorg voor veel jongeren niet passend en weinig helpend is. Problemen van jongeren moeten vaker in het gezin, op school of in de buurt worden opgelost. Vanuit MIND zullen we het belang benadrukken van het aanpakken van onderliggende oorzaken die vaak liggen in aanpalende domeinen zoals onderwijs, wonen, participatie en schuldhulpverlening. Ook zullen we ons opnieuw uitspreken over de noodzaak van meer inzet op preventie, zoals het versterken van de sociale basis in gemeenten en inloopvoorzieningen.
Grootte jeugdhulpplicht
Daarom wordt de belangrijkste wet voor de jeugdzorg, de Jeugdwet, aangepast. Deze wetswijziging wordt ook wel de ‘wet reikwijdte’ genoemd, omdat deze opnieuw zal bepalen hoe groot de jeugdhulpplicht van gemeenten is. Oftewel: aan welke jongeren en gezinnen zijn gemeenten straks nog verplicht om jeugdzorg aan te bieden?
Financiële houdbaarheid jeugdzorg
Deze wet reikwijdte is onderdeel van een groter pakket aan afspraken voor de jeugdzorg, die de Hervormingsagenda Jeugd heet. De Hervormingsagenda is bedoeld om passende zorg voor de meest kwetsbare jongeren te regelen, maar ook om het systeem van de jeugdzorg financieel houdbaar te houden. Doordat er veel jongeren jeugdhulp ontvangen, is er ook steeds meer geld naar de jeugdzorg gegaan. De regering wil dat omkeren, en daarom moet de Hervormingsagenda ook ervoor zorgen dat er veel kan worden bezuinigd op de jeugdzorg. Ook de wet reikwijdte moet ervoor zorgen dat er straks minder jongeren in de jeugdzorg terechtkomen, en dus dat er minder geld naar de jeugdzorg hoeft. Voor MIND is sturen op alleen beheersing een duidelijke rode lijn. Maatregelen die primair zijn ingegeven door financiële overwegingen raken direct aan de kwaliteit van leven en de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg voor kinderen en jongeren die afhankelijk zijn van jeugdhulp.
Wet verandert op 10 punten
Hieronder staan tien belangrijke punten waarop de nieuwe wet gaat veranderen:
1. Plan voor opvoeden en opgroeien
Gemeenten moeten een plan gaan opstellen voor hoe ze ervoor zorgen dat kinderen en jongeren goed kunnen opgroeien. Daarvoor moeten er jongerenwerkers zijn, en plekken waar jongeren en ouders makkelijk terecht kunnen. Bijvoorbeeld de bibliotheek, maar ook sportclubs. Gemeenten moeten hierover afspraken maken met belangrijke organisaties, zoals school, de kinderopvang en jeugdgezondheidszorg.
2. Lokale teams
Sommige gemeenten werken voor jeugdzorg al met een lokaal team. Alle gemeenten worden verplicht om te werken met een lokaal team. Jongeren en ouders moeten makkelijk bij deze lokale teams terechtkunnen, zowel online als in je buurt. Zij helpen je dan met informatie en advies en helpt je om jeugdzorg te krijgen als dit nodig is.
Ook kan het lokale team zelf jeugdzorg verlenen. Gemeenten mogen bepalen of dit alleen gaat om lichte of ook zware jeugdzorg. Voor lichte jeugdzorg hoef je geen verwijzing te krijgen, voor zware wel. Een verwijzing kan je dan krijgen van het lokale team.
3. Onderwijs
School en jeugdzorg moeten beter worden verbonden. Scholen gaan daarom samenwerken met de lokale teams. Gemeenten moeten hier plannen voor maken. Als je op school tegen een probleem aanloopt, moet je school gemakkelijk het lokale team om hulp kunnen vragen.
4. Verwijzing naar (zware) jeugdzorg
De wet maakt een verschil tussen lichtere en zwaardere (aanvullende) jeugdzorg. Er staat niet in de wet wat licht en zwaar precies betekent. Dat mogen gemeenten gaan bepalen. Om zwaardere jeugdzorg te krijgen, zal je een verwijzing nodig hebben. Het is de bedoeling dat je vooral bij het lokale team terecht kan voor een verwijzing. Daarvoor voert het lokale team onderzoek uit, onder andere naar wat je (hulp)vraag precies is, hoe ernstig je probleem is, wat je zelf wel en niet kan doen en welke hulp/jeugdzorg passend is. In de wet staan drie begrippen die voor dit onderzoek belangrijk zijn:
- a) Ernst: (zware) jeugdzorg wordt alleen gegeven als een probleem ernstig genoeg is. De professional in het lokale team bepaalt dit zelf.
- b) Gebruikelijke hulp: professionals kijken of de hulp, waar een jongere of ouders vragen, ook door de ouders zelf gegeven kan worden. Welke ‘gebruikelijke hulp’ precies van ouders kan worden verwacht, wil de regering later bepalen, nadat de wet is aangenomen.
- c) Eigen kracht: professionals kijken ook naar of een probleem kan worden opgelost met de ‘eigen kracht’ van een jongere en de ouders. Gemeenten moeten regels opstellen voor hoe een professional kijkt naar deze eigen kracht, bij de vraag of iemand jeugdzorg moet krijgen. Een gemeente mag dan bijvoorbeeld ook kijken naar of ouders minder kunnen gaan werken, als dat betekent dat zij zo beter kunnen helpen bij de problemen van hun kind.
5. Eerst lichte jeugdzorg en groepshulp
Lichte jeugdzorg (waarvoor geen verwijzing nodig is) wordt ‘voorliggend’ op zwaardere jeugdzorg. Dat betekent dat je niet bij zwaardere jeugdzorg terecht kan als er ook lichtere hulp moet worden ingezet. Dit betekent niet dat je eerst lichtere jeugdzorg moet krijgen, voordat je zwaardere jeugdzorg kan krijgen. Als de professional vindt dat het passender is om direct zwaardere jeugdzorg te krijgen, dan kan dat. Hetzelfde geldt voor groepshulp. Als er passende groepshulp is, kan je niet terecht voor individuele hulp. Tenzij de professional vindt dat individuele hulp passender is.
6. Hulp vanuit de juiste plek
Soms kloppen jongeren en ouders aan bij jeugdzorg met een vraag die niet direct door jeugdzorg is op te lossen. Bijvoorbeeld als het gaat om armoede, wonen of schulden. Het lokale team zorgt er dan voor dat er vanuit de juiste organisatie hulp wordt aangeboden.
7. Heroverwegen jeugdzorg
De gemeente moet vaker opnieuw bepalen of een jongere die in de jeugdzorg zit, nog steeds jeugdzorg nodig heeft. Per jongere wordt bepaald hoe vaak dit moet gebeuren.
8. Zorgvormen
Later, wanneer de wet is aangenomen, wil de regering bepalen welke (niet passende of goed werkende) vormen van zorg en hulp sowieso niet meer als jeugdzorg aangeboden mogen worden. We weten nog niet om welke zorgvormen dit gaat.
9. Huisartsen
Op dit moment mogen huisartsen en jeugdartsen een verwijzing naar jeugdzorg geven. 40% van de jongeren in de jeugdzorg komt hier via de huisarts terecht. Huisartsen moeten in de nieuwe wet afspraken maken met de gemeente over hoe zij doorverwijzen naar jeugdzorg. Wel worden de mogelijkheden van huisartsen om te verwijzen naar jeugdzorg beperkt. Zodra er genoeg (sterke) lokale teams in Nederland zijn, zal de regering besluiten dat huisartsen alleen nog maar door mogen verwijzen naar een lokaal team. De lokale teams moeten dan een verwijzing geven voor (zwaardere) jeugdzorg.
10. Trajectduur
Jongeren die in jeugdzorg zitten, zitten langer in jeugdzorg dan vroeger. Gemeenten moeten daarom met zorgaanbieders bij het inkopen van jeugdzorg afspraken gaan maken over hoe lang jeugdzorgtrajecten mogen zijn. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe deze afspraken eruit zien.
Reactie MIND
Ook MIND schrijft aan een reactie op het wetsvoorstel. Deze delen wij zodra het volledig is (en juridisch onderbouwd). Houd onze social media kanalen in de gaten. Het algemene MIND standpunt op jeugd lees je op de themapagina Jeugd .
LAAT JE STEM HOREN!
Een eerste versie van de nieuwe wet is door de regering online gezet (in ‘internetconsultatie’). Tot 13 april 2026 kan je jouw mening geven over de wet. Dat kan via deze site:
>> Internetconsultatie Reikwijdte Jeugdwet
Gemakkelijk reageren
Reageren op de Wet Reikwijdte kan door vier vragen te beantwoorden en/ of op de pagina een eigen document te uploaden. Let hierbij op dat je geen persoonsgegevens deelt. Dit betekent dat informatie direct over iemand gaat, ofwel naar deze persoon te herleiden is. Alle reacties kunnen namelijk door iedereen gelezen worden.
Je kan ook reageren op de vier vragen die op de website staan. Je hoeft ze niet allemaal te beantwoorden. De vragen:
- Welke suggesties heb je bij de wet?
Hier mag je alles opschrijven van wat je vindt van de wet. - Lokale teams:
Denk je dat er in jouw gemeente al een sterk genoeg lokaal team bestaat? Welke dingen gaan er nog mis? En wat heeft een lokaal team volgens jou nodig? Deze vraag is vooral van belang als jij al ervaring hebt (gehad) met een lokaal team! - Rechtszekerheid binnen gemeentelijke beleidsruimte:
Wat denk je van de verschillen die tussen gemeenten kunnen ontstaan bij het aanbieden van jeugdzorg? Zoals je hierboven kan lezen, houden gemeenten best veel ruimte om zelf bepaalde zaken rondom jeugdzorg in te vullen. Bijvoorbeeld wat lichte en zware jeugdzorg is, en wat voor problemen je zelf op moet kunnen lossen. Over welke dingen zou juist landelijk beslist moeten worden (zodat dit in alle gemeenten hetzelfde is)? Bij welke zaken is het goed als deze bij de gemeente blijven? - Groepsgerichte jeugdhulp en passende, tijdige inzet:
Wat vind je van groepshulp in de jeugdzorg? Hoe kan groepshulp wel en niet passend zijn? Is het handig om groepshulp aan te bieden boven individuele hulp?
Reageren kan door zowel jeugdigen als ouders/verzorgers.
Bron: mindplatform.nl
Dit bericht is 24 keer gelezen.