‘Denk goed na over hoe je ervaringsdeskundigheid kunt professionaliseren’

Facebooktwitterlinkedinmail

11 maart 2022 – Evelien Hulshof is coördinator ervaringsdeskundigheid bij ggz Oost-Brabant. Ze pleit voor een zakelijke houding rond de inzet van ervaringsdeskundigen. Meer draagvlak creëren voor de baten van hun werk in de organisatie is ook aan de ervaringsdeskundigen zelf, vindt ze. ‘Als je zelf niet goed uit kunt leggen wat je precies doet, hoe kun je dan van anderen verwachten dat ze het wél begrijpen?’  Movisie ging met haar in gesprek.

Als coördinator ervaringsdeskundigheid adviseert Hulshof teamleiders binnen ggz-Oost Brabant die ervaringsdeskundigen in hun team hebben over herstelondersteunende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigheid. Verder adviseert ze andere teams over hoe ze ervaringsdeskundigheid in hun teams kunnen gaan inzetten. Daarnaast traint ze de ervaringsdeskundigen die werkzaam zijn bij de organisatie en leidt ze de intervisiesessies met hen. En last but not least is Hulshof bij ggz Oost-Brabant ook docent en coach van de zogenoemde topmodule  ervaringsdeskundigheid.

De toegevoegde waarde van de inzet van ervaringsdeskundigen wordt vooral van bovenaf gezien, door directie en bestuur – is soms de kritiek. Er wordt mee begonnen zonder dat er nagedacht is over draagvlak in de organisatie en een goede taakomschrijving van ervaringsdeskundigen (zie interview Jeroen de Haan-Riβmann/Marc Mulder). Begon dat bij jullie ook zo? 
Hulshof: ‘Die vraag vind ik moeilijk te beantwoorden. Ervaringsdeskundigheid is al vanaf 2008 een onderwerp binnen deze organisatie. Het wordt van bovenaf gestimuleerd, veel teamleiders werken al lang met ervaringsdeskundigen in hun teams. We werken met zogenoemde FACT-teams* en daarvoor is het voor de certificering van belang dat je een ervaringsdeskundige in dienst hebt. Dus het is al zo verweven met de gang van zaken op de werkvloer…’

Dus de inzet van ervaringsdeskundigen is daarmee behoorlijk geborgd in jullie organisatie.
‘Ja, dat zou je kunnen zeggen. Aan de andere kant weet ik dat veel ervaringsdeskundigen bij ons dat niet vinden. Bij bepaalde programma’s, bijvoorbeeld bij wat wij noemen “common disorders” (angst- dwang- , stemmingsstoornissen) is er nog nauwelijks inzet van ervaringsdeskundigen. En ook niet op de woonlocaties. Er is nog geen brede borging.’

Wat belemmert volgens jou die brede borging?
‘Het klinkt misschien lullig maar ik denk vooral geld. Zolang ervaringsdeskundigheid niet gefinancierd wordt, is het heel moeilijk om daar ruimte voor te krijgen. Bij de FACT-teams – die zich vooral bezighouden met langdurige zorg voor cliënten – ligt dat anders want daar hangt het samen met de certificering.’**. Op andere plekken heeft het er vooral mee te maken of een teamleider ervoor kiest om daar ruimte voor te maken. Dat maakt het ingewikkeld.’

Laten we inzoomen op de FACT-teams waar dus wél ervaringsdeskundigen werkzaam zijn. Hoe gaat dat precies in zijn werk? Ze komen binnen in de organisatie en dan?
Ze vallen inhoudelijk onder mij als coördinator maar ik ben niet de leidinggevende. Ik coach deze medewerkers. Eens in de maand hebben ze scholing en intervisie, drie uur lang. Voor de rest maken ze deel uit van een FACT-team, waar ze vaak als enige ervaringswerker in opereren. In de regio vormen ze wel een netwerk met elkaar.’

Wat komt er bij die intervisie aan bod?
‘Daar gaat het vaak over de professionalisering van ervaringsdeskundigheid en over positionering. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat je bezig bent met je taken als ervaringsdeskundige en niet te gemakkelijk wordt ingezet voor allerlei andere dingen. Het kan voorkomen dat een cliënt behoefte heeft aan contact en dan in een FACT-team wordt gezegd: ‘dat kan de ervaringsdeskundige doen.’ Terwijl het in wezen weinig met diens ervaringsdeskundigheid te maken heeft.’

‘Het is niet dat ervaringsdeskundigheid niet serieus wordt genomen’, haast Hulshof te zeggen. ‘Maar vaak is andere teamleden niet helemaal duidelijk wat ervaringsdeskundigen precies doen.’ Om eraan toe te voegen dat de ervaringsdeskundigen deels ook debet zijn aan die onduidelijkheid. ‘Zij hebben zelf ook moeite om hun precieze rol te formuleren en zich te positioneren.’ ‘Als we het hebben over kwartiermaken’, stelt Hulshof nuchter vast, ‘als ervaringsdeskundige zul je dit toch ook zelf moeten doen. Als je zelf niet goed uit kunt leggen wat precies doet, hoe kun je dan anderen verwachten dat ze het wel begrijpen?’

Volgens Hulshof is de ontvankelijkheid voor de inzet van ervaringsdeskundigen dus best groot binnen haar organisatie. ‘Natuurlijk, ze snapt wel – zeker landelijk gezien – dat ervaringsdeskundigen soms tegen muren aanlopen binnen hun organisatie. Maar de manier van spreken, ‘wij-zij’, ‘het is allemaal zo moeilijk voor ervaringsdeskundigen’, ziet ze toch als een misplaatste uiting van zelfbeklag. ‘Als het niet loopt, is het is aan ervaringsdeskundigen zelf om daarin verandering in te krijgen. Grijp je kansen, laat je niet in het verdomhoekje drukken. Probeer het meer op de inhoud te laten werken.’

Wat bedoel je daarmee, ‘op de inhoud werken’?
‘De inzet van ervaringsdeskundigheid is ooit begonnen met persoonlijke ervaring. Ze wilden vanuit die ervaring anderen helpen. Inmiddels is er heel veel ontwikkeld en gaat het veel meer over ervaringskennis en niet meer over je eigen persoonlijke ervaringen. Natuurlijk kun je die wel inzetten om je ervaringskennis naar voren te brengen.’

De ervaringskennis ontstijgt het individu, het persoonlijke…
‘Ja, dat klopt.’ Hulshof vindt dat we af moeten af van het wollige en knuffelige waarmee ervaringsdeskundigheid nogal eens omgeven is. ‘Dan wordt er iets gezegd in de trant van: ‘het is allemaal zo bijzonder, die mensen moeten ook een kans hebben.’ Ik kan daar heel slecht tegen. Ervaringsdeskundigheid is gewoon een vak geworden, mensen brengen een bron van kennis is. Wat meer zakelijkheid zou geen kwaad kunnen. Ik probeer dat ook uit te leggen aan onze ervaringsdeskundigen: ‘het gaat erom dat je dingen niet persoonlijk houdt, het is niet een privékwestie. Het gaat erom wat je inbrengt qua inhoud.’

Hoe ontvankelijk zijn de ervaringsdeskundigen voor die boodschap over meer zakelijkheid die jij voorstaat? 
‘De oudere garde vindt dat lastig. Die vinden het moeilijk om buiten hun eigen ervaringen te reflecteren en om echt verantwoordelijk voor hun professie te nemen. Maar ik ben ook betrokken bij de werving van nieuwe ervaringsdeskundigen. We selecteren nieuwe medewerkers op die zakelijk houding.’

Hulshof zegt zich te realiseren dat van borging van de inzet van ervaringsdeskundigen in de ggz en zeker het sociaal domein – nog lang geen sprake is. ‘Komt er een bezuinigingsronde bijvoorbeeld of een andere bestuurder, dan wordt het onderwerp weer losgelaten.’

Om toch even het verschil tussen sociaal domein en ggz aan te stippen: certificering en daardoor de zekerheid van financiering is bij jullie een belangrijke stok achter de deur bij de verankering van de inzet van ervaringsdeskundigen. Zou in het sociaal domein ook zoiets moeten komen?
‘Ik denk wel dat het helpt. Je ziet in elk geval bij ons dat externe financiële prikkels wel een stimulerende werking hebben. Dat neemt niet weg dat er ook inhoudelijke motivatie is hoor…’

Wat zou je een kwartiermaker of coördinator in het sociaal domein adviseren?
‘Denk goed na over hoe je ervaringsdeskundigheid kunt professionaliseren. Denk goed na over hoe je ervaringskennis als belangrijke bron van kennis kunt inzetten.’

Hoe belangrijk is de verankering van de inzet van ervaringsdeskundigen in beleid van de organisatie? Marc Mulder en Jeroen de Haan Riβmann benadrukken het belang daarvan…
‘Ik snap hun punt maar ik kom dat bij onze organisatie niet als struikelblok tegen, dat die inzet niet verankerd is in beleidsplannen. Het enige waar ik wel tegenaan loop is dat het moeilijk is om een hoger niveau in de organisatie besluiten gedaan te krijgen. Ervaringsdeskundigheid is nu bij ons nog sterk op de werkvloer georganiseerd. Daarmee ben ik wel bezig om dat beter georganiseerd te krijgen.’

Wat zijn de valkuilen die kwartiermakers in het sociaal domein volgens jou moeten vermijden?
‘Mensen op hun eigen specifieke ervaring inzetten. Dat zie ik heel vaak gebeuren, dat moet je echt niet doen.’ En zorg ervoor dat je ervaringsdeskundigen op verschillende lagen in de organisatie inzet. Niet alleen op de werkvloer. Daarmee veranker je het ook meer. Bij ondersteunende diensten bijvoorbeeld.’

Hulshof benadrukt daarnaast het belang van de inzet van een coördinator. ‘Niet om mezelf op de borst te kloppen, daar gaat het niet om. Maar als ervaringsdeskundigen vastlopen in een team kun je als coördinator van buitenaf bijvoorbeeld een goede rol spelen om de zaak weer op de rit te krijgen.’

Wat moet je aan competenties in huis hebben om een goede coördinator te zijn?
‘Het vraagt in elk geval dat je op verschillende niveaus kunt opereren in een organisatie. Zowel relaties kunt leggen op directeurenniveau als op de werkvloer met de teams en de ervaringsdeskundigen. Relatiebeheer en relatiemanagement. En het vraagt dat je zelf goed kunt reflecteren. Op landelijk beleid over ervaringsdeskundigheid of over de thema’s die in de organisatie spelen. Het vraagt meer aan competenties dan ik soms zelf wil toegeven. Ik denk vaak: ‘zo moeilijk is het toch allemaal niet?’

Artikelenreeks ervaringsdeskundigen in organisaties
Dit is het derde artikel uit een serie interviews over ervaringsdeskundigen in organisaties. In het voorjaar van 2022 verschijnt hierover een publicatie bij Movisie.
Bekijk hier de eerdere artikelen:

*Een FACT-team levert een behandelings- en begeleidingsvorm die speciaal bedoeld is voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening.

**Vanuit de overtuiging in de ggz dat ervaringsdeskundigheid van toegevoegde waarde is bij het herstel van mensen met een psychiatrische problemen, zijn daar een opleidingsmodule en certificering aan gekoppeld. Bij die scholing werkt ggz Oost-Brabant samen met de Reinier van Arkel stichting en ROC De Leijgraaff.

Bron; movisie.nl

Dit bericht is 1505 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail