Huisartsen – AZWA: vervolgzorg die werkt, met name richting ggz

25 juli 2025 – Verwijzen, wachten, frustratie. Voor veel huisartsen is het organiseren van vervolgzorg – met name richting ggz – een hoofdpijndossier. Onlangs nog bleek uit een peiling onder huisartsen hoe zeer de samenwerking met de ggz knelt. De LHV heeft veel moeite gedaan om de belangen van de huisartsenzorg in relatie tot de ggz in het AZWA te laten opnemen. In dit bericht lees je daar meer over.

Wat staat er voor mij in het AZWA?
De afspraak in het AZWA richt zicht op het verbeteren van de toegankelijkheid van de ggz, met name voor patiënten met een complexe zorgvraag. Bestaande behandelcapaciteit wordt hiervoor vrijgespeeld. Tegelijkertijd blijft het van belang dat ook mensen met lichtere problematiek toegang hebben tot passende zorg of ondersteuning. Daarvoor is een betere samenwerking nodig tussen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz. Zo worden patiënten sneller op de juiste plek geholpen, ook als ggz niet geïndiceerd is.

 Wat zijn voor huisartsen de grootste veranderingen rondom de ggz?

  1. Eenvoudiger contact tussen huisartsen – ggz – sociaal domein
    Het wordt voor huisartsen makkelijker om laagdrempelig te schakelen met de ggz. Dat kan net het verschil maken waardoor iemand sneller op de juiste manier geholpen kan worden, en waardoor doorverwijzing naar de ggz mogelijk voorkomen wordt. Hieronder valt ook consultatie door de huisarts bij de psychiater over (herhaal)medicatie.
  2.  Duidelijke afspraken over terugverwijzing naar de huisarts
    Er worden afspraken gemaakt hoe patiënten met een chronische aandoening (binnen de zogenaamde EPA-groep) én met stabiele klachten op een goede manier kunnen worden overgedragen aan de huisarts. Onderdeel hiervan is het uitwerken een terugvalaanbod, waarbij rekening wordt gehouden met het Aanbod Huisartsgeneeskundige Zorg.
  3. Exclusiecriteria worden afgeschaft
    Ggz-instellingen stoppen vanaf 2026 met het hanteren van exclusiecriteria. Voor huisartsen wordt verwijzen daardoor eenvoudiger en worden patiënten sneller geholpen. Het is de bedoeling dat grote en kleine instellingen nauwer gaan samenwerken.
  4. Vanaf 2028 intake en behandeling binnen de Treeknorm
    Bovenstaande afspraken zijn, samen met de andere afspraken in het AZWA essentieel om vanaf 2028 patiënten binnen de treeknorm geestelijke gezondheidszorg te kunnen bieden. Daarbij vindt de LHV het van belang dat ook de Treeknorm van 4 weken tot de eerste intake wordt gehanteerd. Dan gaat namelijk de verantwoordelijkheid ook over naar de ggz. De huisartsenzorg kan niet langer dan 4 weken verantwoordelijk zijn voor mensen die specialistische zorg nodig hebben.

 Wat merk jij in de praktijk?

  • Minder kastje-naar-de-muur
  • Betere mogelijkheden voor intercollegiaal overleg en consultatie
  • Snellere doorverwijzing van patiënten door het inperken van exclusiecriteria
  • Kunnen verwijzen naar het sociaal domein wanneer ggz niet geïndiceerd is via de mentale gezondheidsnetwerken

“Naar onze zorgen over een mogelijke taakverschuiving naar de huisarts en POH-ggz en de huisarts voor ggz-problematiek is goed geluisterd. Dat neemt niet weg dat we er in de uitwerking en praktijk op moeten blijven letten dat het aanbod huisartsenzorg niet wordt opgerekt door andere partijen.”
–Mariëtte Willems, LHV-bestuurslid & huisarts

Bron: lhv.nl

Dit bericht is 664 keer gelezen.