31 januari 2026 – Kinderen die snel boos worden, makkelijk gefrustreerd raken of heftig reageren op stress, krijgen vaak het label ‘moeilijk’. Hun temperament wordt daarbij vaak gezien als iets dat aangeboren is of onveranderlijk. Maar dat beeld is te simpel, blijkt uit promotieonderzoek van pedagoog Marijke Huijzer-Engbrenghof. Ze onderzocht hoe opvoeding, temperament, genetische aanleg en storend gedrag met elkaar samenhangen. ‘Het idee dat een kind “nu eenmaal zo is” klopt niet’, aldus Huijzer-Engbrenghof. Vrijdag 30 januari promoveerde ze aan de UvA.
Een van de belangrijkste conclusies is dat temperament – vaak gezien als aangeboren en stabiel – meer kan veranderen dan lange tijd werd aangenomen. Huijzer-Engbrenghof richtte zich hierbij onder meer op negatieve emotionaliteit als onderdeel van temperament: de neiging van kinderen om heftig te reageren op frustraties of stress. ‘Dat kan een belangrijke voorspeller zijn voor hoe kinderen later in het leven met situaties omgaan’, zegt ze. Zo hangt hoge negatieve emotionaliteit samen met problemen in relaties en op het werk op volwassen leeftijd.
Huijzer-Engbrenghof onderzocht of opvoedinterventies die bedoeld zijn om storend gedrag te verminderen, invloed kunnen hebben op die negatieve emotionaliteit. ‘Wat we vonden, is dat niet alleen het storende gedrag van kinderen afnam, maar dat negatieve emotionaliteit gelijktijdig afnam’, zegt ze. ‘Daarmee zou je voorzichtig kunnen zeggen dat temperament helemaal niet zo’n vaststaand gegeven is.’
De rol van opvoedinterventies
In het onderzoek werd onder meer gewerkt met de opvoedinterventie ‘Incredible Years’. Ouders nemen hierbij in groepsverband deel aan trainingen waarbij zij leren anders om te gaan met moeilijk gedrag van hun kind. Dat is belangrijk, omdat ouders en kinderen volgens haar vaak in een escalerende wisselwerking terechtkomen. ‘Dan pingpongen ze echt heen en weer, waarin ze elkaars gedrag steeds versterken’, zegt ze. ‘Als een kind schreeuwt en zeurt en de ouder uiteindelijk toegeeft, leert het kind dat dit gedrag werkt. Of de ouder schreeuwt waarna het kind luistert uit angst en zo denkt de ouder dat hard en streng opvoeden werkt’. In de training leren ouders meer positieve aandacht te geven, complimenten en beloningen te gebruiken voor goed gedrag, en storend gedrag vaker te negeren’, legt Huijzer-Engbrenghof uit. ‘Zo kan de vicieuze cirkel doorbroken worden’.
Pittig temperament lokt geen hard opvoeden uit
Een andere vraag in het onderzoek was of kinderen met een pittig temperament harder opvoedgedrag bij hun ouders oproepen, bijvoorbeeld schreeuwen of kleineren. Dat bleek niet het geval. ‘Negatieve emotionaliteit en hard opvoedgedrag waren wel voorspellend voor meer storend gedrag, maar die negatieve emotie bij kinderen lokte geen hard opvoedgedrag van hun ouders uit.’ zegt Huijzer-Engbrenghof.
Polygenetische scores
Een polygenetische score is een maat die aangeeft in hoeverre iemand genetische aanleg heeft voor een bepaalde eigenschap, zoals agressie.
Genetische aanleg is geen spelbreker
Ook genetische factoren bleken minder bepalend dan soms wordt gedacht. In een van de studies werd gekeken naar de genetische aanleg van kinderen voor storend gedrag, berekend met zogenoemde polygenetische scores. De verwachting was dat die aanleg invloed zou kunnen hebben op hoe goed een opvoedinterventie werkt.
‘Ook bij kinderen met een genetische aanleg voor storend gedrag zagen we echter dat de interventie effectief was voor het verminderen van dit gedrag’, zegt Huijzer-Engbrenghof. ‘De genetische opmaak van de kinderen had daar geen invloed op.’
Dat betekent niet dat genen geen rol spelen, benadrukt ze, maar wel dat ze verandering niet onmogelijk maken.
Vroeg ingrijpen biedt kansen
De belangrijkste boodschap van haar onderzoek is volgens Huijzer-Engbrenghof dat opvoeding ertoe doet en ouders wel degelijk invloed kunnen hebben op temperamenttrekken van hun kind, vooral op jonge leeftijd. ‘Bij hele jonge kinderen kun je nog heel veel bijsturen, voordat je met elkaar in zo’n vicieuze cirkel terecht komt en elkaars gedrag blijft versterken’.
Tegelijk benadrukt ze dat er geen simpele oplossingen zijn. Niet alle gezinnen profiteren evenveel van interventies en ontwikkeling blijft een samenspel tussen kind, ouder en omgeving. Maar het idee dat een kind ‘nu eenmaal zo is’, klopt volgens haar niet. ‘Er zijn genoeg strategieën die ouders in kunnen zetten om het gedrag van een kind positief te beïnvloeden.’
Proefschriftgegevens
Marijke Engbrenghof-Huijzer: Roots of rebellion. The role of children’s temperament and genetics in disruptive behavior and parenting. Promotor is prof. dr. G.J. Overbeek. Copromotor is dr. L. van Rijn-van Gelderen.
Bron: uva.nl
Dit bericht is 4 keer gelezen.