Diagnose autisme gemiddeld drie jaar na eerste contact met hulpverlener gesteld

Facebooktwitterlinkedinmail

4 december 2017 – Autisme wordt veelal laat gediagnosticeerd, gemiddeld drie jaar na het eerste contact met een hulpverlener. “Dat moet en kan eerder”, vindt Iris Servatius, initiatiefnemer en voorzitter van het Landelijk Netwerk Autisme Jonge Kind. “Te meer daar er inmiddels meerdere interventies beschikbaar zijn om goede resultaten op jonge leeftijd te behalen.”

Iris Servatius benadrukt dat vroeg erbij zijn wanneer er sprake is van mogelijk autisme meer aandacht verdient van zorgprofessionals. “Bij ouders neemt de stress toe wanneer zij niet goed weten wat er met hun kind aan de hand is. Vroege signalering kan ouders helpen meer duidelijkheid te krijgen over de problemen van hun kind en daar gericht hulp bij te zoeken. Minstens zo belangrijk is dat herkenning van autisme op jonge leeftijd vroege interventie mogelijk maakt. Door specifieke inzet worden  ontwikkelingsmogelijkheden beter benut en vermindert de kans op secundaire gedragsproblemen.”

Van hulpverlener naar hulpverlener

Voordelen genoeg dus om hier werk van te maken. Toch komt hier tot haar spijt in de praktijk nog te weinig van terecht. “Te vaak worden ouders alsmaar doorverwezen. De eerste hulpverlener weet niet goed wat er aan de hand is, waarna bijvoorbeeld een afspraak met de kinderarts volgt. Die kan bij autisme ook vaak niet de vinger op de juiste plek leggen. Logische vervolgstap is dan observatie door weer een andere zorgdeskundige. Al die tijd worden er dus verschillende hulpverleners aangesproken. Natuurlijk loopt het niet altijd zo en wordt ook wel eerder hulpverlening in gang gezet, zoals logopedie of fysiotherapie. Helaas komt het onderliggende probleem dan vaak niet of pas in een laat stadium naar boven.”

Bron en gehele artikel: vakbladvroeg.nl 

 

Dit bericht is 1029 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail