Tienduizenden mensen met ernstige psychische aandoeningen raken uit beeld na behandeling

12 augustus 2026 – Tienduizenden mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA) raken na een behandeling uit beeld bij de hulpverlening. Vooral de overgang van behandeling naar zelfstandig wonen blijkt kwetsbaar. Als begeleiding wegvalt, kunnen problemen snel oplopen en kan iemand opnieuw in een crisis terechtkomen.

Uit een analyse waarover de NOS bericht, blijkt dat het om naar schatting ruim 60.000 mensen gaat. Zij krijgen na een behandeling onvoldoende ondersteuning om stabiel te blijven functioneren. Daarmee raakt een grote groep tussen de verschillende vormen van zorg en ondersteuning in de knel.

Problemen stapelen zich op
Voor mensen met ernstige psychische aandoeningen kunnen alledaagse problemen grote gevolgen hebben. Een gemiste rekening kan bijvoorbeeld leiden tot schulden. Wanneer iemand vervolgens de huur niet meer kan betalen, dreigt dakloosheid.

Eenmaal dakloos wordt het nog moeilijker om hulp te krijgen en contact met zorgverleners vast te houden. Problemen kunnen daardoor verder escaleren, met een nieuwe crisis of opname als gevolg.

Ook mensen die na detentie terugkeren in de samenleving vormen een kwetsbare groep. Zonder goede begeleiding is de kans groot dat zij opnieuw problemen krijgen en buiten beeld raken.

Wonen is onderdeel van herstel
Een belangrijke voorwaarde voor herstel is een stabiele woonplek. Juist daar zit een groot knelpunt. Er zijn onvoldoende passende woningen voor mensen met ernstige psychische problemen, waardoor mensen soms langer in een instelling blijven of na behandeling geen geschikte plek hebben om naartoe te gaan.

Daarmee is het tekort aan woningen niet alleen een huisvestingsprobleem, maar ook een probleem voor de geestelijke gezondheidszorg. Goede behandeling heeft minder kans van slagen wanneer iemand daarna geen veilige en stabiele woonomgeving heeft.

Bemoeizorg kan voorkomen dat mensen verdwijnen
Een deel van de oplossing ligt volgens de Nederlandse ggz bij bemoeizorg. Daarbij zoeken hulpverleners actief contact met mensen die zelf geen hulp vragen of het contact met de zorg hebben verloren. Het doel is om vertrouwen op te bouwen en mensen opnieuw met passende ondersteuning te verbinden.

Volgens de Nederlandse ggz is bemoeizorg sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in 2015 niet meer landelijk wettelijk geregeld. Ook ontbreekt een vaste landelijke financiering. Daardoor verschilt de beschikbaarheid per gemeente.

Dat kan ertoe leiden dat hulpverleners wel signaleren dat iemand zorg nodig heeft, maar onvoldoende mogelijkheden hebben om langdurig contact te houden of iemand actief op te zoeken.

‘Goede zorg begint niet pas als iemand erom vraagt’
Ook de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) pleit ervoor om bemoeizorg een vanzelfsprekend onderdeel van de geestelijke gezondheidszorg te maken. Volgens de beroepsvereniging moet deze vorm van hulp overal beschikbaar zijn wanneer dat nodig is.

De gedachte daarachter is dat mensen met ernstige psychische aandoeningen niet altijd zelf om hulp kunnen of willen vragen. Juist voor deze groep is het belangrijk dat hulpverleners niet wachten tot iemand zich opnieuw meldt, maar actief proberen het contact te herstellen.

Voorkomen is beter dan opnieuw behandelen
De problemen laten zien dat goede ggz niet ophoudt zodra een behandeling is afgerond. Voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen is juist de periode daarna belangrijk. Zonder passende begeleiding kunnen problemen rond wonen, financiën, dagbesteding en sociale contacten opnieuw tot psychische ontregeling leiden.

Een betere aansluiting tussen behandeling, wonen en maatschappelijke ondersteuning kan voorkomen dat mensen steeds opnieuw in een crisis terechtkomen. Daarvoor is volgens de Nederlandse ggz niet alleen samenwerking nodig, maar ook een structurele financiering van bemoeizorg.

De kern van het probleem is daarmee niet alleen dat mensen uit beeld raken. Het is vooral dat de hulpverlening onvoldoende mogelijkheden heeft om hen in beeld te houden.

Bronnen: nos.nl / Tijdschrift voor Psychiatrie 

Dit bericht is 11 keer gelezen.