2 februari 2026 – ADHD bij ouderen is een onderschat en onderbelicht probleem, blijkt uit de eerste resultaten van de nationale peiling ‘ADHD op latere leeftijd’. Aan de peiling, uitgevoerd onder het Nederlands publiek deden ruim 8.200 mensen, waaronder veel 60-plussers (66%) mee. De uitkomsten schetsen een beeld van onbegrepen klachten, late herkenning en een duidelijke behoefte aan meer kennis en passende zorg. Vooral vrouwen en 60-plussers ervaren ADHD-klachten maar hebben geen diagnose. Zij kampen vaak met een laag zelfbeeld en krijgen niet de juiste ondersteuning.
Hoewel ADHD officieel een levenslange aandoening is, denken veel mensen nog steeds dat het verdwijnt als je ouder wordt. Veel klachten worden op latere leeftijd toegeschreven aan veroudering, depressie of beginnende dementie, terwijl ADHD een mogelijke oorzaak kan zijn.
Volgens de initiatiefnemers zijn deze cijfers een signaal dat ouderen met ADHD vaak over het hoofd worden gezien. Toen zij jong waren was de diagnose ADHD onvoldoende bekend. En nu ze ouder zijn wordt het door de zorgprofessionals vaak niet meegenomen als ‘mogelijke optie’.
Prof. dr. Arjan Videler (psychotherapeut en GZ-psycholoog) legt uit: “Veel ouderen hebben zich levenslang aangepast en voelden zich altijd anders. Ze werden ‘dromerig’, ‘chaotisch’ of ‘emotioneel’ genoemd. En hebben allerlei manieren gevonden om ermee om te gaan: extra hun best doen, alles controleren, op hun tenen lopen. Ze weten niet beter, en hun omgeving ook niet. Maar als vaste structuren wegvallen, door pensionering, verlies of gezondheidissues, is dit niet meer vol te houden en gaan ze op zoek naar een verklaring. Hun klachten worden dan vaak helaas afgedaan als cognitieve achteruitgang.”
Uit de peiling blijkt ook dat er nog heel wat misvattingen zijn over ADHD op latere leeftijd. Zo denken veel respondenten dat je over je ADHD heen kunt groeien. Het benadrukt de noodzaak tot betere voorlichting. ADHD wordt namelijk niet erger of minder erg naarmate je ouder wordt. De kernkenmerken blijven in grote lijnen hetzelfde. Wat wél verandert door de tijd heen, is hoe goed je jezelf staande weet te houden. Dat hangt samen met factoren zoals structuur en voorspelbaarheid in je leven, hormonale schommelingen, slaapkwaliteit en stress.
- 59% denkt ADHD te hebben, maar heeft geen diagnose
- Klachten worden vaak toegeschreven aan veroudering, geheugenproblemen of dementie
- 96% vindt dat behandeling zinvol blijft op latere leeftijd (96%)
- Respondenten willen meer weten over diagnostiek (79%), symptomen (83%) en behandeling (82%)
“Als je dan weet dat je ADHD hebt, kan dat helpen”, vertelt mede-initiatiefnemer GZ-psycholoog Jolien Diekhorst: “Een diagnose geeft je niet alleen een verklaring, maar ook erkenning en de juiste handvatten om ermee om te kunnen gaan.”
Bij diagnostiek geven deelnemers aan het uitgebreid uitvragen van de levensloop (60%) en aandacht voor ingrijpende levensgebeurtenissen (56%) het belangrijkst te vinden. Deze elementen zijn inderdaad cruciaal om ADHD te onderscheiden van normale veroudering of andere aandoeningen. Bij ADHD zijn de symptomen er vaak al sinds de kindertijd, bij dementie beginnen de klachten pas op latere leeftijd. Omdat ADHD vaak erfelijk is, kan ook de familiegeschiedenis helpen om de juiste diagnose te stellen.
Bekijk de infographic voor een eerste overzicht van de opvallendste resultaten.
De uitkomsten van deze peiling maken duidelijk dat er dringend behoefte is aan betere voorlichting, diagnostiek en passende zorg.
De peiling ‘ADHD op latere leeftijd’ is een initiatief van prof. dr. Arjan Videler en Jolien Diekhorst, en wordt mede mogelijk gemaakt door Medice BV.
Bron: persbericht
Dit bericht is 4 keer gelezen.