SEMHP – beter aansluiten bij jongeren met ernstige en langdurige psychische problemen

16 januari 2026 – Jongeren met ernstige en langdurige psychische problematiek (severe and enduring mental health problems, SEMHP) behoren tot de meest kwetsbare groepen binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. In de praktijk lukt het vaak niet om hen passende en effectieve behandeling te bieden: velen doorlopen meerdere trajecten zonder verbetering of vallen voortijdig uit. In haar promotieonderzoek aan de Universiteit Leiden onderzocht Rianne de Soet hoe de behandeling voor deze jongeren beter kan aansluiten. Daarbij stonden de ervaringen, knelpunten en behoeften van jongeren, ouders en behandelaren centraal, zo meldt het Nederlands Centrum voor Angst, Dwang en Depressie.

Over het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd binnen het project DevelopRoad en richt zich op de vraag hoe jongeren met SEMHP beter ondersteund kunnen worden in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Deze groep heeft vaak te maken met hardnekkige, meervoudige en fluctuerende klachten, hoogrisicogedrag (zoals suïcidaliteit en zelfbeschadiging) en ernstige beperkingen op meerdere levensdomeinen, ook na jaren specialistische behandeling. Het onderzoek beoogt concrete handvatten te bieden door systematisch in kaart te brengen welke factoren bijdragen aan behandeling zonder verbetering of aan uitval, en welke elementen volgens jongeren, ouders en behandelaren helpend zijn in de zorg.

Resultaten: wat kwam naar voren?
In het onderzoek komen een aantal terugkerende punten naar voren:

  • Mismatch tussen behoefte en aanbod: behandeling faalt vaker wanneer het type zorg niet aansluit bij wat jongeren nodig hebben, of wanneer behandelaren onvoldoende aansluiten bij het perspectief van de jongere.
  • Belang van communicatie en houding: transparantie en communicatie vanuit behandelaren, en hoe zij naar de jongere en diens problematiek kijken, hangen sterk samen met het slagen of falen van behandeling.
  • Gebrek aan vertrouwen als knelpunt: jongeren voelen zich vaak niet gehoord of begrepen, wat motivatie voor behandeling kan verminderen. Ouders beschrijven machteloosheid en uitputting, mede door gefragmenteerde en crisisgedreven zorg.
  • Kloof in behandelfocus: de nadruk ligt nog vaak op symptoomvermindering. Jongeren en ouders vragen daarnaast om verbreding: aandacht voor onderliggende problemen, autonomie, toekomstperspectief en persoonlijke krachten. Behandelaren onderschrijven dit, maar jongeren en ouders ervaren dit niet altijd zo.
  • Autonomie en veiligheid zijn verweven: jongeren kunnen zich onveilig voelen als zij geen autonomie ervaren; autonomie is tegelijk alleen mogelijk binnen een veilige context. In crisissituaties ontstaat spanning tussen nabijheid en gezamenlijke besluitvorming versus procedures en kaders.

Conclusies en relevantie voor de klinische praktijk
Het onderzoek laat zien dat goede zorg voor jongeren met SEMHP volgens betrokkenen vraagt om een verschuiving: weg van gefragmenteerde, risicogestuurde zorg en richting een meer relationele en herstelgerichte aanpak, waarin vertrouwen en continuïteit centraal staan. Concreet wordt genoemd dat dit vraagt om:

  • samen werken en verantwoordelijkheid delen in teams, vooral in crisissituaties;
  • jongeren en ouders actief betrekken in gedeelde besluitvorming;
  • regelmatig en samen evalueren, inclusief erkenning dat er een kloof kan bestaan tussen wat behandelaren denken te bieden en wat jongeren ervaren;
  • continuïteit van zorg borgen, bijvoorbeeld met een vaste zorgcoördinator die betrokken blijft, ook bij opschaling.

Wat het onderzoek niet biedt: er worden geen specifieke interventies getest of effectcijfers genoemd; het onderzoek wordt beschreven als verkennend en benadrukt het belang van vervolgonderzoek.

De kernboodschap is dat betere ondersteuning voor jongeren met SEMHP begint bij aanwezigheid, vertrouwen en samenwerking, juist wanneer het complex en crisisgevoelig is.

Bron: nedkad.nl

Dit bericht is 6 keer gelezen.