Wat betekent het Macrobeheersinstrument (MBI) voor zorgaanbieders? De meest gestelde vragen op een rij.

Facebooktwitterlinkedinmail

inzage onderzoekinzage onderzoekonderzoek

Vanaf 1 januari 2014 is het Macrobeheersinstrumen (MBI) voor ze ggz van kracht. Daarmee kan de minister van VWS in het uiterste geval overschrijdingen van het zorgbudget terugvorderen bij zorgaanbieders. Het onderwerp roept veel discussie op in social media en leidt tot veel vragen die het NIP graag wil verduidelijken.
Het NIP heeft de meest gestelde vragen voor u op een rij gezet. Hier worden een aantal vragen beantwoord als; wat is het MBI, waarom is het ingevoerd, voor wie geldt het en hoe groot is de kans op terugvordering?

Wat is het MBI en waarom is het ingevoerd?

Met het Macrobeheersinstrument (MBI) kan de minister van VWS als uiterst middel ingrijpen als de zorgkosten het macrobudget overschrijden. Het macrobudget voor de ggz is het totale budget dat per jaar binnen de ggz mag worden gedeclareerd binnen de basisverzekering van de zorgverzekeringswet. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het macrobudget in 2014 nog met 1,5% mag stijgen en in de jaren er na met 1%. Zorgaanbieders, verzekeraars en de overheid hebben een pakket van maatregelen afgesproken om deze zorgkosten beheersbaar te houden, zoals de invoering van de Generalistische Basis GGZ, het hoofdbehandelaarschap en ambulantisering. Zorgverzekeraars proberen de zorgkosten beheersbaar te houden door hun budget zo veel mogelijk te besteden aan contracten waarin omzetplafonds zijn opgenomen. Mocht dit pakket van maatregelen toch niet kunnen voorkomen dat het macrobudget wordt overschreden, dan kan de minister het MBI inzetten.

Hoe werkt het MBI?

Verzekeraars geven uiterlijk 1 juli 2016 (t+2) aan de NZa door hoeveel zorg in de ggz voor 2014 is gedeclareerd. Wordt het macrobudget overschreden en besluit de minister het MBI in te zetten, dan wordt deze overschrijding teruggevorderd bij alle zorgaanbieders naar rato van hun marktaandeel. In een voorbeeld:

Bedraagt de overschrijding van het macrobudget € 100 miljoen en heeft een grote zorginstelling een marktaandeel van 5%, dan wordt daar dus € 5 miljoen teruggevorderd.
Voor zelfstandige zorgaanbieders met een zeer klein marktaandeel is een andere berekening handiger. Wordt het macrobudget overschreden met 2,5% en is de omzet € 100.000, dan wordt hierop € 2.500 teruggevorderd. De NZa stelt het marktaandeel van alle zorgaanbieders vast als alle zorgkosten over het begrotingsjaar bekend zijn. Als bij een overschrijding het MBI ook wordt ingezet vordert de NZa het te veel gedeclareerde geld terug bij de zorgaanbieders. Deze moeten dit overmaken aan het zorgverzekeringsfonds. De NZa heeft het MBI vastgelegd in een beleidsregel (link naar document ), Als zorgaanbieder heeft u de mogelijkheid om tegen dit besluit van de NZa in bezwaar dan wel beroep te gaan volgens de gebruikelijke voorwaarden die de Algemene wet bestuursrecht hieraan verbindt.

Voor wie geldt het MBI?

Het MBI geldt voor alle zorgaanbieders in de ggz, zowel de basis ggz, de gespecialiseerde ggz als de dyslexiezorg. Het is van toepassing op alle gedeclareerde zorg bij zorgverzekeraars. Of dit nu rechtstreeks tussen zorgaanbieder en verzekeraar verloopt of via een factuur aan de cliënt die dit bij de verzekeraar declareert, maakt daarbij geen verschil. Het maakt geen verschil of men vrijgevestigd of een instelling is, en ook niet of men wel of geen contract heeft met een zorgverzekeraar. Slechts de hoogte van de omzet bepaalt hoeveel er uiteindelijk teruggevorderd kan worden bij overschrijding van het macrobudget.

Geldt het MBI ook als ik binnen de omzetplafonds van de contracten met de verzekeraars ben gebleven?
Ja, ook dan kunt u een terugvordering krijgen bij overschrijding van het macrobudget. Dit heet een generalistische toepassing van het MBI. Partijen zijn het er over eens dat dit geen rechtvaardig systeem is en dat de goeden die binnen hun budget blijven daarmee lijden onder het declaratiegedrag van de kwaden. Daarom wordt nog onderzocht of dit generalistische MBI vervangen kan worden door een gedifferentieerd MBI waarbij zorgaanbieders, die binnen omzetplafond van hun contracten blijven, gevrijwaard worden van terugvordering achteraf. Dit doet meer recht aan het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Om technische en organisatorische redenen is het niet gelukt om al in 2014 een rechtvaardiger gedifferentieerd MBI in te voeren. Ook voor 2015 gaat dit niet lukken omdat verzekeraars en zorgaanbieders het niet eens zijn over een werkbaar systeem. Het NIP blijft zich hier wel voor inzetten.

Wanneer krijg ik als zorgaanbieder te horen of ik moet terugbetalen?

Pas als er een overzicht is van alle declaraties kan worden bepaald of het budget is overschreden. Vanwege de lange doorlooptijd van DBC’s kan dit pas twee jaar na het begrotingsjaar. Verzekeraars moeten de declaratiegegevens voor 1 juli van dat jaar aanleveren bij de NZa. Dat betekent concreet dat op zijn vroegst in het 3e kwartaal van 2016 bekend is of en hoeveel er teruggevorderd wordt over 2014. Ook voor de volgende jaren geldt dit. Overschrijdingen van 2015 worden teruggevorderd in 2017, enzovoorts.

Hoe groot is de kans dat ik een deel van mijn omzet moet terugbetalen?

De kans dat het macrobudget wordt overschreden is beperkt door de maatregelen van het bestuurlijk akkoord. Vooral de omzetplafonds voor gecontracteerde zorg beperken het risico op overschrijding. In 2014 wordt naar schatting 90% van de zorg verleend door gecontracteerde zorgaanbieders met een omzetplafond. Omdat verzekeraars steeds meer risico gaan dragen zullen zij deze plafonds ook goed bewaken. Toch blijft het risico dat het macrobudget wordt overschreden aanwezig. Bijvoorbeeld wanneer ongecontracteerde aanbieders veel meer declareren dan waar verzekeraars vooraf rekening mee hebben gehouden. Dat moet dan wel een forse stijging zijn. Voor een overschrijding van het macrobudget met 5% zouden deze ongecontracteerde zorgaanbieders dan gezamenlijk 50% meer zorg declareren.

Hoe kan ik mij voorbereiden op een terugvordering?

Omdat er altijd een kans is dat het macrobudget wordt overschreden, is het verstandig een buffer op te bouwen door een deel van de omzet te reserveren. Hiervoor heeft u in principe twee jaar de tijd. U kunt bijvoorbeeld 5% van de jaaromzet reserveren. Houd u ook berichten in de gaten van de NZa en uw beroepsvereniging of het macrobudget wordt overschreden en het MBI wordt toegepast. Dit is sowieso verstandig om tegenvallers op te vangen, ook als er geen MBI wordt toegepast. Een zorgverzekeraar kan immers ook (een deel van) een declaratie terugvorderen als zij onjuistheden aantreffen of als het omzetplafond van een contract wordt overschreden. U kunt zich hier op voorbereiden door een overzicht te houden van hoeveel u per jaar declareert en uw eventuele omzetplafonds.

Wat doet het NIP voor mij?

Het NIP onderhandelt met zorgverzekeraars, NZa en VWS over een rechtvaardiger gedifferentieerd MBI. Het NIP neemt ook verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de zorgkosten zodat het MBI niet toegepast hoeft te worden. Mocht het MBI desondanks toch worden toegepast, dan bewaakt het NIP of dit eerlijk en transparant gebeurt en uitvoerbaar is voor de zorgaanbieders. Het NIP ondersteunt en adviseert zijn leden over dit onderwerp via het themadossier bekostiging en via de voorlichters van het NIP. Heeft u naar aanleiding van dit bericht nog specifieke vragen? Neemt u dan contact op met de afdeling Voorlichting (dagelijks telefonisch bereikbaar tussen 9.00 en 12:30 op 030-8201500 of per e-mail via info@psynip.nl).

Bron: psynip.nl 

Dit bericht is 6641 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail