Vooroordelen over angst

Facebooktwitterlinkedinmail

Angst

Een onderzoek door Motivaction in opdracht van Fonds Psychische Gezondheid, in het kader van de Landelijke Dag Psychische Gezondheid 2014

In augustus 2014 heeft onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van Fonds Psychische Gezondheid een onderzoek uitgevoerd onder de Nederlandse bevolking naar de kennis en vooroordelen over angststoornissen. 1102 mensen in de leeftijd van 15 tot 80 jaar deden mee aan het onderzoek. Zij vulden een uitgebreide vragenlijst in. In dit document vindt u de opvallendste uitkomsten van dit onderzoek naar de kennis en vooroordelen over angst.

1. Slechts 8% van de Nederlandse bevolking denkt dat een angststoornis een van de meest voorkomende aandoeningen is.

In werkelijkheid zijn angststoornissen een van de meest voorkomende aandoeningen in Nederland. Op dit moment hebben zo’n 963.744 mensen in Nederland een angststoornis.1

Schermafbeelding 2014-10-08 om 07.21.38

2. 40% van de Nederlanders geeft aan zich wel eens angstig of paniekerig te voelen.

8% zegt zich wel eens zo angstig of paniekerig te voelen, dat dit zijn of haar leven in sterke mate beïnvloedt.

Schermafbeelding 2014-10-08 om 07.21.53

3. Meer dan de helft (55%) van de mensen die wel eens last hebben gehad van angstgevoelens of paniekaanvallen zoekt geen hulp.

16% heeft bij het optreden van angst- of paniekaanvallen gesproken met de huisarts, 13% met een psycholoog en 12% met iemand uit de directe omgeving zoals familie, vrienden of kennissen.

4. Meer dan 1 op de 4 Nederlanders (28%) kent iemand in de omgeving die ooit een arts of psycholoog heeft bezocht vanwege angstgevoelens of paniekaanvallen.

11% zegt ‘misschien’, zij weten niet zeker of zij iemand kennen die ooit een arts of psycholoog heeft bezocht vanwege angst- of paniekklachten.

5. Nederlanders verwachten openheid, maar zijn zelf zwijgzaam over angstgevoelens of paniekaanvallen.

Als een goede vriend of naaste familie een angststoornis zou hebben, dan geeft namelijk bijna de helft (47%) van de Nederlanders aan dat zij dit wel zouden merken.

Schermafbeelding 2014-10-08 om 07.22.22

Maar wat blijkt: 29% zou zelf angstgevoelens of paniekaanvallen niet willen bespreken met een goede vriend of naaste familie.

Schermafbeelding 2014-10-08 om 07.22.33

6. Een ruimte meerderheid (86%) zou een naaste met angst- of paniekklachten adviseren om naar de huisarts of een psycholoog te gaan. Ook adviseert 71% contact te zoeken met lotgenoten en 62% vindt het een goed idee om informatie te zoeken op internet. Maar er is ook een aanzienlijk deel dat minder goed advies geeft.

37% zou namelijk adviseren dat mensen met een angststoornis situaties waar zij bang voor zijn voorlopig maar uit de weg moeten gaan. Terwijl het bij angst juist van belang is om datgene waar iemand bang voor is niet te gaan vermijden. En bijna een kwart van de Nederlanders (24%) zou het advies geven om ontspanning te zoeken met bijvoorbeeld een glas wijn of een biertje.

7. 39% van de Nederlanders zou als werkgever een sollicitant met een angststoornis minder snel in dienst nemen dan iemand met dezelfde kwalificaties zonder angststoornis.

Aan deze 39% vroegen we waarom zij een sollicitant met een angststoornis minder snel in dienst zouden nemen. 44% gaf aan dat dit is vanwege de kans dat de klachten misschien erger worden en dat dit later voor problemen zal zorgen op het werk. Ook geeft 33% aan te verwachten dat iemand met een angststoornis zich vaker ziek meldt.

1 Poos MJJC (RIVM), Gool CH van (RIVM), Gommer AM (RIVM). Verloren levensjaren, ziekte en ziektelast voor een selectie van ziekten. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheidstoestand\Sterfte, levensverwachting en DALY’s\Ziektelast in DALY’s, 5 juni 2014.

Bron: fondspychischegezondheid.nl  (pdf)

Dit bericht is 3194 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail