VNG: Wijzigingen in de Wet Langdurige Zorg (Wlz)

Facebooktwitterlinkedinmail

wlz, langdurig

30 september 2015 – De Wet langdurige zorg (Wlz) wordt op een aantal punten aangevuld. Hiervoor is een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd waarin onder andere de overbruggingszorg wordt geregeld. Daarnaast wordt de Wtzi-eis voor logeren voor het pgb losgelaten. Verder heeft de staatssecretaris een brief gestuurd, waarin hij aangeeft dat de voorgenomen overhevelingen van woningaanpassing, hulpmiddelen en huishoudelijke hulp naar de Wlz niet per 2016 ingaan.

Op 1 januari is de Wlz in werking getreden. Na inwerkingtreding van de wet is gebleken dat deze wet op een aantal punten nog aanvulling nodig had. Deze punten zijn opgenomen in een wetsvoorstel. Deze is op 18 september naar de Tweede Kamer gezonden.

Overbruggingszorg

Het wetsvoorstel bevat de regeling voor overbruggingszorg. Dit was in de Wlz nog niet geregeld. Er is sprake van overbruggingszorg wanneer een cliënt met een Wlz indicatie deze wil verzilveren in zorg met verblijf, maar dat deze mogelijkheid niet direct beschikbaar is. De cliënt kan dan thuis de benodigde zorg en ondersteuning ontvangen via een modulair pakket thuis (mpt) of een volledig pakket thuis (vpt). De voorwaarden die in de wet zijn opgenomen rond mpt en vpt over verantwoorde en doelmatige zorg zijn niet van toepassing bij overbruggingszorg. Dit omdat de overbruggingszorg tijdelijk is, in afwachting van een mogelijkheid tot zorg met verblijf.

Wanneer cliënten voorafgaand aan een Wlz-indicatie een pgb hadden om zorg en ondersteuning vanuit de ZVWen/of de Wmo/Jeugdwet vorm te geven kunnen zij overbruggingszorg krijgen in de vorm van een pgb. Een aantal voorwaarden zijn in deze situatie dan niet van toepassing, te denken valt aan het budgetplan. Overbruggingszorg geldt voor een periode van maximaal 13 weken.
In een ministeriele regeling zullen de nadere voorwaarden ten aanzien van het verstrekken van overbruggingszorg worden vastgelegd. Deze zijn nog niet bekend.

WTZi-eis logeren voor PGB

In de Wlz is geregeld dat een pgb-houder alleen de verblijfskosten van logeren vergoed kan krijgen wanneer hij dit doet in een instelling die op grond van de wet toelating zorginstelling (WTZi) is toegelaten. Deze eis is geëvalueerd en op basis hiervan is besloten om de Wtzi-eis voor logeeropvang te laten vervallen. In plaats daarvan zal bij algemene maatregel van bestuur andere voorwaarden worden gesteld. De staatssecretaris heeft het loslaten van deze eis al toegezegd in het debat met de Tweede kamer op 30 april j.l., dit wetsvoorstel regelt het formeel. Onder het voorbehoud dat dit wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt er nu al met betrokken partijen afspraken gemaakt.

Naar verwachting wordt dit wetvoorstel in 2016 vastgesteld en zal dan met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 ingaan.

Uitstel overheveling hulpmiddelen, woningaanpassingen en huishoudelijke hulp

In de Wlz staat dat met ingang van 2016 hulpmiddelen en woningaanpassingen voor Wlz cliënten onderdeel uitmaken van de Wlz. Via een brief aan de Tweede kamer heeft staatssecretaris van Rijn geïnformeerd dat in nauw overleg met betrokken partijen besloten is om dit nog niet per 2016 in te laten gaan. De reden hiervoor de randvoorwaarden nog onvoldoende zijn uitgewerkt om overheveling en uitvoering goed te laten verlopen. De overheveling is uitgesteld tot een nog nader te bepalen datum. De hulpmiddelen die al in de Wlz zaten blijven uiteraard onderdeel van de Wlz.

Eind 2014 zijn afspraken gemaakt tussen VWS en VNG dat gemeenten de huishoudelijke hulp voor cliënten met een mpt (waaronder ook de groep Wlz-indiceerbaren) in 2015 voorzetten. Ook voor de overheveling van huishoudelijke hulp naar de Wlz zijn de randvoorwaarden onvoldoende uitgewerkt. Hierdoor is het besluit genomen om deze ondersteuning vanuit de gemeente nog minimaal één jaar voort te zetten.

Bron: vng.nl 

Dit bericht is 1111 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail