VNG: Niet meer bezuinigingen op WMO en Jeugd

Facebooktwitterlinkedinmail

euro_bezuinigen_1921409j

Gemeenten willen stabiliteit en rust voor hun burgers

Geef de Wmo2015 en Jeugd(wet) een kans!
Het voornemen van het kabinet om het budgettaire probleem in de Wlz bij gemeenten neer te leggen, is onterecht en geheel onacceptabel. Het trekt een zware wissel op de inwoners van gemeenten die zorg nodig hebben. Gemeenten vinden dat de nieuwe zorgstelsels Wmo 2015 en Jeugdwet in het belang van de burger de kans moeten krijgen te realiseren wat beoogd is. Dat kan niet al vier maanden na de start worden gedwarsboomd met een extra korting en een dreiging tot jaarlijkse bijstelling van het budget. Iedereen weet dat de vruchten van het nieuwe zorgstelstel pas op de (middel)lange termijn te plukken zijn. De plannen van het kabinet zijn om drie redenen onacceptabel:

    1. Ze brengen cliënten, aanbieders en gemeenten in de problemen;
    2. Ze gaan in tegen bestuurlijke afspraken;
    3. Ze gaan in tegen de interbestuurlijke verhoudingen en de systematiek van het gemeentefonds en leiden tot een valse start van Wmo 2015 en Jeugd.

“Wat betreft kwaliteit en capaciteit betreft lijkt het mij op dit moment ongewenst om daar verder op te bezuinigen. We zitten met overgangsrechten, nieuwe aanvragers en grote bezuinigingen op huishoudelijke hulp. Er zijn nu al grote tekorten. Transitie vraagt om rust en overzicht; laat gemeenten daar naartoe werken ipv het stapelen van maatregel op maatregel.”

Het is onacceptabel dat nu al geld weggehaald wordt bij gemeenten
Een belangrijk uitgangspunt van de stelselwijziging is dat zorg en ondersteuning het beste dicht bij de burger geleverd kan worden. Maatwerk leveren, aansluiten bij wat mensen wél kunnen, eigen kracht
en sociaal netwerk betrekken en naast individuele ook algemene voorzieningen ontwikkelen. Door dit alles is het mogelijk om de kwaliteit van leven op niveau te houden en tegelijk de kosten beheersbaar te maken.

Gemeenten willen de vernieuwing in de zorg en ondersteuning verder brengen. Zij zetten zich volledig in om van de nieuwe taken een succes te maken. De eerste maanden van 2015 zijn in relatieve rust verlopen: voor bestaande cliënten geldt een overgangsrecht en gemeenten bevoorschotten in veel gevallen de instellingen. Gemeenten hebben immers vaak moeten inkopen zonder over betrouwbare cijfers te beschikken. De fase waarin gemeenten zich nu bevinden bestaat uit: inregelen, afhechten, vereenvoudigen administratieve lasten, communiceren, verbindingen leggen met zorgverzekeraars, vernieuwen en afspraken maken over de inkoop voor 2016.

Het is dan ook onacceptabel dat er al na vier maanden geld bij de gemeenten wordt weggehaald. Het gaat daarbij om 270 miljoen euro in 2015. Daarnaast wil het kabinet ook voor de komende jaren de budgetten laten aanpassen aan de groei binnen de Wlz. Voor 2018 noemt het kabinet al een bedrag van 435 miljoen euro.

1 Cliënten, aanbieders en gemeenten in de problemen
Met een forse extra korting van 270 miljoen euro in 2015, die oploopt naar 435 miljoen euro in 2018, is het onmogelijk om het zorgniveau op een gewenst peil te houden.

2 Tegen gemaakte bestuurlijke afspraken: zorgcontinuïteit in 2015 in gevaar

VNG en VWS hebben bestuurlijk afgesproken dat 2013 het basisjaar is voor de bepaling van de hoogte van het budget voor Jeugd en Wmo. Het jaar 2014 is daarvoor niet geschikt vanwege voorsorteereffecten; anticiperend gedrag van bijvoorbeeld cliënten en aanbieders.

3 Strijdig met interbestuurlijke verhoudingen en de systematiek van het Gemeentefonds

Vanaf 2015 zijn de middelen Jeugd en Wmo onderdeel van het gemeentefonds. Als een taak is gedecentraliseerd naar gemeenten, dan geldt er na overgang van het budget, dat aanpassingen voor de jaren daarna bepaald worden door indexering (volume, prijs, loon-indexatie).

Mensen tussen wal en schip, maar vooral schrijnende situaties niet of te laat opmerken met als gevolg hogere kosten en of calamiteiten.

Wachtlijsten, sluitingen en minder toegang als gevolg van nieuwe zorgkortingen

De VNG vroeg haar leden naar de effecten als nieuwe kortingen door het Rijk op gemeentelijke zorgbudgetten doorgaan. De VNG ontving in korte tijd van 187 bestuurders een antwoord, waarmee de enquête een representatief beeld geeft van de achterban.

Meer besparen is onmogelijk

Aan gemeenten werd gevraagd of het opnieuw te bezuinigen budget door de gemeente kan worden bespaard? Slechts 4% geeft aan dat de nieuwe bezuinigingen te besparen zijn. Maar liefst 96% geeft aan dat dit niet mogelijk is.

Consequenties voor het beleid

Ook werd aan bestuurders gevraagd: Als het kabinet besluit de gemeentelijke budgetten voor Jeugd en Wmo te verlagen met een bedrag dat oploopt tot meer dan € 435 mln in 2018, wat betekent dat dan voor het beleid in uw gemeente? Bestuurders konden meerdere antwoorden aanvinken en dat resulteerde in het volgende beeld.

Schermafbeelding 2015-04-30 om 09.26.33

Eerstelijns zorg soberder, tweedelijns zorg zwaarder belast

Bestuurders die ‘Anders’ aanvinkten gaven ook blijk van grote zorgen. Zo schreef een bestuurder;

“Maatregelen die de doelgroep treffen wil je zo lang mogelijk voorkomen. Dat is mij heel veel waard. Maar als er geen andere mogelijkheden meer overblijven, wat moet ik dan. Maar met pijn in het hart.”

Klik hier voor het volledige artikel van VNG  (pdf)

Dit bericht is 781 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail