Verzekeraars onderhandelen scherp bij inkoop GGZ

Facebooktwitterlinkedinmail

z-verzekeraars

Verzekeraars kopen in de GGZ steeds scherper in. Zij onderhandelen met aanbieders over de prijs van de zorg, maar ook over de manier waarop de GGZ is ingericht, constateert de Nederlandse Zorgautoriteit in haar jaarlijkse marktscan over de GGZ. Vooral over de afbakening tussen de Basis-GGZ en de gespecialiseerde GGZ en de vraag wie hoofdbehandelaar mag zijn, lopen de meningen uiteen.

Hoewel het goed is als verzekeraars zelf hun accenten leggen bij de zorginkoop moeten die verschillende visies niet leiden tot al te grote administratieve lasten voor aanbieders. De NZa roept het veld op normen voor de inrichting en afbakening van de GGZ te ontwikkelen.

De discussies zijn mede het gevolg van belangrijke wijzigingen die in 2013 in de curatieve GGZ zijn doorgevoerd. De budgettering is afgeschaft en zorgverzekeraars kopen nu ieder apart zorg in bij zorgaanbieders. Daarnaast is de basis-GGZ ingevoerd, die is bedoeld voor mensen met lichtere psychische problemen. Deze veranderingen maken dat de GGZ volop in beweging is.

Verzekeraars kiezen scherper bij wie ze zorg inkopen. De uitgaven aan GGZ lijken te dalen. Volgens de eerste voorlopige cijfers is de omzet in de GGZ in 2013 3% lager dan in 2012. In 2012 bleef de groei van de omzet al beperkt tot 0,7%.
Om op een goede manier zorg in te kunnen kopen is het voor verzekeraars belangrijk dat zij inzicht hebben in de zorgvraag van patiëntengroepen en de daarbij behorende behandeling. De NZa stimuleert veldpartijen om de  productstructuur voor de gespecialiseerde GGZ verder te ontwikkelen. Nu is die productstructuur gebaseerd op de diagnose en de bestede tijd, maar dat biedt onvoldoende inzicht in die zorgvraag.

Vanaf 2012 is de behandeling van een aanpassingsstoornis uit het basispakket gehaald. Die werd daarop veel minder gedeclareerd, terwijl aanbieders vaker depressieve stoornissen en angststoornissen opvoerden, die wel onder het basispakket vallen. Een aanpassingsstoornis kan gepaard gaan met een andere stoornis waardoor de keuze van de primaire diagnose niet altijd makkelijk is. De mate waarin verschuivingen plaatsvonden roept echter wel vragen op. Het laat daarnaast ook zien dat het niet eenvoudig is om alleen op basis van de diagnose grenzen te stellen aan het basispakket.

Verzekeraars moeten met aanbieders in gesprek gaan over gepaste zorg, zodat zij geen onnodige zorg betalen. In de curatieve GGZ zijn er aanwijzingen dat aanbieders bij de duur van de behandeling rekening houden met de tijdsgrenzen, en de behandeling soms net iets oprekken zodat zij een hoger tarief kunnen declareren. De NZa heeft daarom in 2014 ingevoerd dat aanbieders op de factuur de werkelijke bestede tijd moeten aangeven, zodat verzekeraars hierop beter kunnen controleren. De NZa houdt ook in 2014 verscherpt toezicht op de GGZ.

Bron: nza.nl 

Dit bericht is 2835 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail