Verruiming dwangbehandeling in de beginselenwetten

Facebooktwitterlinkedinmail

uitzetcentrum

Het besluit tot wijziging van het ‘Reglement verpleging ter beschikking gestelden’, de ‘Penitentiaire maatregel’ en het ‘Reglement justitiële jeugdinrichtingen’ is vastgesteld en treedt per 1 juli 2013 in werking. Dit gebeurt tegelijkertijd met de wijziging van de beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Penitentiaire beginselenwet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen van 13 september 2012.

Met de wijzigingen zijn er in alle FPC’s, in de 5 PPC’s en voorlopig alleen in de forensische observatie en begeleidingsafdeling (FOBA) de Hartelborgt drie vormen van dwangbehandeling mogelijk:

  1. De gedwongen behandeling in een acute situatie, waarbij gevaar moet worden afgewend. Er is bij deze vorm geen relatie noodzakelijk met de stoornis van betrokkene. De middelen hoeven niet voorafgaand aan de behandeling opgenomen te zijn in het behandelingsplan. Ook hoeft de behandeling niet plaats te hebben op een speciale zorgafdeling. Wel dient de behandeling plaats te vinden door gekwalificeerd personeel op een daartoe geschikte ruimte. De meldingsprocedure is vergelijkbaar aan die in de Wet bopz, met aanvullende eisen gezien de justitiële setting.
  2. De zogenaamde a-dwangbehandeling kent een ander doel dan het afwenden van onmiddellijk (dreigend) gevaar, namelijk het voorkomen dat de betrokkene langdurig op een speciale afdeling of in de inrichting moet verblijven. Het gevaarscriterium is ruimer en ziet bijvoorbeeld ook op gevaar dat zich buiten de speciale zorgafdeling of de inrichting zou voordoen.
  3. De zogenaamde b-dwangbehandeling waarbij het volstrekt noodzakelijk is om het gevaar af te wenden dat de stoornis van de geestvermogens de betrokkene doet veroorzaken binnen de inrichting. Het gaat hier net als bij de eerste vorm om situaties waarbij sprake is van (dreiging van) een onmiddellijk gevaar binnen de inrichting.

Bij het besluit is een stroomschema gevoegd waar de drie vormen van dwangbehandeling staan uitgewerkt.

Het veld wil graag in overleg met het ministerie van V en J extra schema’s opstellen om het de instellingen makkelijker te maken volgens wet en besluit te werken.

Ten behoeve van de implementatie organiseert GGZ Nederland met het forensisch circuit enkele bijeenkomsten. Meer informatie hierover volgt.

Het betreffende Koninklijke Besluit staat ook gepubliceerd in het Staatsblad.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Ineke de Ridder via e-mail idridder@ggznederland.nl.

Bron: ggznederland.nl 

Dit bericht is 4840 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail