Veel vaker elektroconvulsie-therapie bij depressie mogelijk

Facebooktwitterlinkedinmail

27 februari 2019 – Mensen met een langdurige depressie komen veel vaker in aanmerking voor elektroconvulsie-therapie (ECT) dan wordt voorgeschreven. Ongeveer een kwart van de patiënten met een depressie die langer dan twee jaar aanhoudt, komt in aanmerking voor elektroconvulsietherapie, terwijl slechts 1,2 procent deze behandeling krijgt. Dit blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC dat is gepubliceerd in het Tijdschrift voor de Psychiatrie online.

Elektroconvulsietherapie (ECT) is een effectieve behandeling voor mensen met langdurige of ernstige depressies bij wie de meeste therapieën niet of nauwelijks helpen. De behandelaar wekt tijdens ECT een kortdurend epileptisch insult op. Dit gebeurt onder narcose nadat de patiënt een spierverslappend middel gekregen. Het opwekken van de aanval heeft een sterke antidepressieve werking. We weten bijvoorbeeld nog niet exact hoe het werkt. Maar wel dát het werkt.

In de richtlijnen voor behandeling van depressies staat ECT als één van de behandelopties voor mensen met langdurige, therapieresistente depressie. Toch krijgt slechts 1,2 procent van de patiënten met een persisterende depressie deze behandeling, terwijl psychiaters bij 26 procent de behandeling had kunnen overwegen.

Tijdig doorverwijzen is belangrijk, want hoe langer mensen depressief zijn, hoe slechter de kans op herstel. Geheugenverlies kan een bijwerking van ECT zijn. Wanneer dit optreedt, herstelt dit in de meeste gevallen na het stoppen van de ECT behandeling. Gemiddeld hebben patiënten twaalf tot twintig behandelingen nodig. De therapie wordt afgerond wanneer patiënten significant zijn opgeknapt of de klachten aanzienlijk verminderd zijn.

Bron: gezondheid.be

Dit bericht is 502 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail