Subsidie voor onderzoek naar depressie

Facebooktwitterlinkedinmail

depressie

Lianne Schmaal, onderzoeker bij GGZ inGeest en VUmc, heeft een fellowshipsubsidie van de Hersenstichting gekregen voor haar onderzoeksproject Beyond depression: redefining the depressive phenotype by combining clinical, biological and neuroimaging data. Het doel van deze subsidie is het stimuleren van vernieuwend onderzoek op specifieke gebieden. Schmaal ontvangt EUR 150.000,- om haar onderzoek uit te voeren.

Depressie is een veelvoorkomende, veelal terugkerende aandoening met een grote impact op het persoonlijke leven van de betrokkene. Behandeling van depressie is maar bij een derde tot de helft van alle patiënten effectief. Een verklaring hiervoor kan zijn dat depressie veel complexer is dan tot nu toe wordt aangenomen. Het kent waarschijnlijk verscheidene subtypes, die verschillende onderliggende oorzaken hebben. Echter, op dit moment is er nog weinig informatie over welke verschillende subtypes er precies bestaan. Dit heeft als gevolg dat in de klinische praktijk vooral gebruik wordt gemaakt van een ‘trial-and-error’ aanpak bij het bepalen van behandeling, in plaats van de juiste behandeling voor de juiste persoon voor te schrijven.

Biologische processen
Een eerste belangrijke stap voor het ontwikkelen van op maat gemaakte behandelingen is het identificeren van specifieke subgroepen van depressie en de kenmerken die deze subgroepen uniek maken. Hiervoor is het belangrijk dat naast psychologische kenmerken ook biologische informatie wordt meegenomen. Biologische processen spelen namelijk een belangrijke rol in de ontwikkeling van depressie en kunnen aanwijzingen geven waarop een behandeling zich moet richten. Daarom maakt het onderzoek van Lianne Schmaal gebruik van een innovatieve strategie die psychologische en biologische informatie, zoals  hersenfuncties, gewicht, cholesterolwaardes, bloeddruk, bloedsuiker, hormonen en het immuunsysteem, combineert. Daarnaast onderzoekt Schmaal of de  subtypes van depressie gekenmerkt worden door verschillende genetische profielen en of soortgelijke subtypes in andere studies bestaan. Ten slotte onderzoekt ze of de subtypes geassocieerd zijn met een verschillend beloop van de klachten en een verschillende respons op behandeling.

Bron: ggzingeest.nl 

Dit bericht is 2729 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail