Samenwerking van belang voor KOPP-kinderen (van ouders met psychische problematiek)

Facebooktwitterlinkedinmail

 ouders

6 oktober 2015 – Ruim 577.000 Nederlandse kinderen hebben een ouder met een psychische aandoening of een verslaving. Dit is bijna 16% van het totaal aantal zogeheten KOPP-kinderen. Deze kinderen lopen een verhoogd risico op verwaarlozing, mishandeling en misbruik. De Raad voor de Kinderbescherming Amsterdam vraagt daarom aandacht voor deze groep kinderen en organiseert op 1 oktober 2015 een Meeting of Minds voor ketenpartners.

Voor deze bijeenkomst zijn diverse netwerkpartners uit de regio uitgenodigd die werkzaam zijn binnen dit vakgebied. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de gemeente, GGZ, GGD, Politie, kinderrechters, politici en wetenschappers. Door met elkaar te spreken en van elkaar te leren over dit onderwerp, heeft de Raad het doel deze kwetsbare groep nog beter te kunnen helpen. Een van de ketenpartners GGZ. De Raad en de GGZ hebben elkaar nodig om de veiligheid van kinderenen met ouder met psychiatrische problemen te kunnen waarborgen.

Kopp-kinderen zijn gewone kinderen in een ongewone situatie

 

Lees in het dubbelinterview (Pdf) hoe Layla Assouik, teamleider bij de Raad voor de Kinderbescherming en Peter den Boer, psychiater bij de GGZ hier in de praktijk invulling aan geven.

Het eerste interview gaat over kinderen van ouders met psychische en psychiatrische problematiek, de zogeheten KOPP-kinderen. Deze kinderen hebben ook een verhoogd risico om zelf ook psychische problemen te ontwikkelen. De problematiek van ouders is van invloed op de ontwikkeling van het kind. Kopp-kinderen zijn gewone kinderen in een ongewone situatie. Ze houden thuis vaak de boel draaiende maar het draait er vaak niet om hen. Kinderen zorgen voor hun ouders, wie zorgt er voor het kind?

In het artikel leggen we de focus op de situatie van het kind en het belang van informatie-uitwisseling tussen de GGZ en de Raad.

Samenwerking in de keten

Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. De onderlinge samenwerking tussen de verschillende schakels in de jeugdhulp zijn daardoor soms veranderd. De onderzoekstaak van de Raad blijft hetzelfde. Als tweedelijns organisatie komen wij in beeld als het echt niet anders kan. Namens de overheid onderzoeken wij samen met het kind en zijn netwerk, wat effectief is om het kind veilig te laten opgroeien. Zo nodig vragen wij de rechter om in te grijpen en adviseren wij gerechtelijke instanties. Om te laten zien hoe als Raad met verschillende partners samenwerkt publiceren wij elke maand een dubbelinterview met een ketenpartner over ieders hulp en bijdrage aan kinderen en jongeren die dit nodig hebben. Doel van de interviews is om good practices maar ook de dillema’s in het werk zichtbaar te maken, want goed samenwerken in de keten is essentieel.

Bron: kinderbescherming.nl 

Dit bericht is 1190 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail