Rol darmbacteriën bij ontwikkeling depressie en angststoornis

Facebooktwitterlinkedinmail

darm bacterie

30 juli 2015 – Tijdens de kindertijd kan stress invloed hebben op de samenstelling van de maag-darmbacteriën. Deze samenstelling kan vervolgens weer effect hebben op de ontwikkeling van angststoornissen en depressies later in het leven. Dat is de conclusie van een onderzoek bij muizen, dat mogelijk ook betekenis heeft voor de mens, zo staat te lezen in Nature Communications.

Veranderingen aan maag-darmbacteriën

Het overbrengen van maag-darmbacteriën van muizen die veel stress ondervonden toen ze jong waren kan bijdragen aan angstig en depressief gedrag bij de ontvangers, stellen de onderzoekers vast. Eerdere onderzoeken bij muizen toonden al aan dat veranderingen aan de samenstelling van maag-darmbacteriën tot veranderingen in gedrag kunnen leiden. “Als je een verlegen muis zonder maag-darmbacteriën koloniseert met microben uit een moedige muis, verandert hun gedrag en worden ze moediger,” zegt hoofdonderzoeker Bercik van McMaster University (Canada). Het gaat hierbij om een muis die ‘bacterievrij’ is opgevoed.

Angstig gedrag

Deze keer probeerden de wetenschappers te achterhalen welke rol maag-darmbacteriën spelen bij de gevolgen van stress op jonge leeftijd voor volwassenen. Ze ontdekten dat de stress die werd ervaren door babymuizen die tijdens hun eerste levensweken een paar uur per dag van hun moeders weg werden gehouden, de darmfauna veranderde en tot angstig gedrag leidde in de volwassenheid. Babymuizen zonder maag-darmbacteriën die dezelfde behandeling ondergingen, hadden op latere leeftijd weliswaar een hoger niveau van het stresshormoon corticosteron, maar ze vertoonden geen aangepast gedrag – evenals de controlegroep, die niet aan stress was blootgesteld. Wanneer de ‘bacterievrije’ muizen vervolgens maag-darmbacteriën van de gestreste groep kregen, gingen ook zij angstig en depressief gedrag vertonen. Een bacteriëntransplantatie van een gestreste muis naar een niet-gestreste was niet voldoende om angstig gedrag op te wekken als de ontvanger tijdens zijn eerste weken niet gestrest was geraakt door scheiding van de moeder.

Fecestransplantatie

De onderzoekers concluderen dat de maag-darmbacteriën niet de enige oorzaak zijn van depressie en angststoornissen. Het gaat om “een samenkomen van bacteriële factoren en andere factoren die met de gastheer te maken hebben,” schrijven de onderzoekers. Die resultaten hebben mogelijk gevolgen voor de behandeling van medische maag-darmklachten bij mensen, zoals het prikkelbaredarmsyndroom en dyspepsie, waarbij vaak fecestransplantatie (het overbrengen van darmbacteriën om de darmfauna te herstellen) wordt gebruikt. Volgens Bercik wordt daarbij nu vooral gekeken of de donoren geen parasieten of besmettelijke ziektes hebben. “We moeten misschien denken: ‘Is deze donor ook geestelijk gezond? Hebben ze in het verleden gekampt met depressie of een angststoornis?'”

Bron: nu.nl

Dit bericht is 2467 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail