Reactie GGZ Nederland op inspectierapport Justitie en Veiligheid

Facebooktwitterlinkedinmail

14  november 2019 – Vandaag gaan onze gedachten allereerst uit naar de familie en nabestaanden van Joost Wolters. Hij werd in juli 2017 vanuit het niets in de Amsterdamse metro doodgestoken door Philip O. die op dat moment was opgenomen op de afdeling psychiatrie in het AMC. De dader was al vaker, ruim vóór de steekpartij, met justitiële instanties in aanraking geweest.

Hij had al op jonge leeftijd forensische zorg moeten krijgen, maar ontkwam hieraan door een vlucht naar het buitenland. De Inspectie van Justitie en Veiligheid heeft het justitiële traject onderzocht dat Philip O. vóór die fatale dag heeft doorlopen. Met dit onderzoek wil de inspectie een volledig beeld krijgen van de momenten waarop de dader met justitiële instanties in aanraking kwam en op welke wijze deze instanties gehandeld hebben.

Philip O. werd na terugkeer in Nederland voor een delict veroordeeld tot een gevangenisstraf en niet tot behandeling in een beveiligde forensische zorginstelling. Na zijn vrijlating werd hij door zijn gedrag al snel weer gedwongen opgenomen in de reguliere geestelijke gezondheidszorg. Hier was hij niet op zijn plaats, aangezien hij meer beveiliging nodig had dan in deze kliniek aanwezig was. Het gaat hier bijvoorbeeld om bepaalde vrijheden die iemand binnen en buiten de kliniek heeft.

Zorg op juiste plek
GGZ Nederland vindt  dat de problematiek van de patiënt leidend is, niét het systeem of financieringsstelsel van de zorg. Patiënten moeten op juiste plek zorg en behandeling krijgen, en daarom moet het zorg- en veiligheidsdomein goed samenwerken. De juiste plaatsing begint bij een passend vonnis van de (straf)rechter. Op grond van informatie over het delict gedrag en psychiatrisch onderzoek moet een juiste keuze gemaakt worden tussen straf (gevangenis), zorg (reguliere geestelijke gezondheidszorg) of een combinatie van zorg en straf (beveiligde/forensische zorg). Het is belangrijk dat zorg- en veiligheidspartners goed samenwerken om binnen de zorg te kunnen op- of afschalen als het gedrag van de patiënt en het risico dit respectievelijk noodzakelijk maken of toelaten.
Samen afspraken maken
Een van de aanbevelingen van de Inspectie van Justitie en Veiligheid is dat ggz-instellingen beter op de hoogte zijn van de mogelijkheden tot plaatsing in een forensische instellingen.  GGZ Nederland heeft het afgelopen jaar hier veel in geïnvesteerd, onder andere met nieuwsbrieven, een website en regionale pilots. Voor een specifieke groep patiënten zonder strafrechtelijke titel met een ‘hoog veiligheidsrisico’ loopt een proef in vier regio’s waar tussen aanbieders en financiers speciale afspraken zijn gemaakt. De beveiligde intensieve zorg en voorafgaande- of aansluitende ambulante zorg wordt op individuele patiënten afgestemd. Elke patiënt heeft een casusregisseur of een regiebehandelaar en die houdt het contact met de patiënt, ongeacht waar de patiënt verblijft.
Goede informatie-uitwisseling
Uitwisseling van relevante informatie over patiënten en samenwerking tussen beroepsbeoefenaren van verschillende instanties (zorgverleners, politie, gevangeniswezen, reclassering, rechtelijke macht en gemeenten) is noodzakelijk. Wij blijven ons inspannen om de samenwerking en informatieoverdracht in de hele keten te optimaliseren. Dit doen wij in het belang van onze professionals die zich dag in dag uit inzetten om de kwaliteit van de zorg en de veiligheid van patiënten, medewerkers, én die van de samenleving telkens te verbeteren.

Dit bericht is 601 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail