Rapid responder brengt de zorg naar iemand met verward gedrag toe

Facebooktwitterlinkedinmail

20 december 2018 – Mensen met verward gedrag worden in principe niet meer door de politie vervoerd. Het uitgangspunt is dat zorgorganisaties gezamenlijk voor passend vervoer zorgen. In Friesland gaan ze nóg verder: als het even kan wordt daar zelfs helemáál niet vervoerd, maar helpen sociaal psychiatrisch verpleegkundigen in een speciale bus mensen ter plekke.
‘Vroeger stopten we mensen met verward gedrag achter dikke deuren. De politie reed voor en bracht zo iemand naar de cel. Dat klopt natuurlijk helemaal niet. Iemand pleegt geen strafbaar feit, maar heeft hulp nodig.’

Sylvia te Wierik, sectorhoofd district Fryslân van Politie Noord-Nederland, is enthousiast over het Friese ‘Convenant passend vervoer voor personen met verward gedrag’ van 2 juli 2018. Dit convenant bevestigde een aanpak waarmee de partners al in april startten: een team van 4 sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen (spv’s) rijdt op afroep van de meldkamer in de Rapid Responder GGZ – een neutraal busje – naar de plek waar iemand met verward gedrag hulp nodig heeft.

Anne Kadijk van GGZ Friesland is een van de spv’s ‘op de bus’. ‘Onlangs werd ik op de bus gebeld over een vrouw die verward was. Ze bleek een ggz-cliënt te zijn, maar dat kon de politie natuurlijk niet weten. De agenten wilden haar naar het cellencomplex brengen. Ik zei: wacht even, we hebben een crisisbeoordelingslocatie! Daar heb ik ze toen naartoe gedirigeerd.’ Het is een mooi voorbeeld van de meerwaarde van de Friese aanpak. Dat is voor iedereen veel beter. Ook voor de politiemensen zelf, want ook zij weten natuurlijk dat de cel niet de beste plek is bij psychische nood.

Consult op afstand

Het convenant is een van de eerste vervoersconvenanten en is mede ondertekend door minister Grapperhaus (Justitie) en staatssecretaris Blokhuis (VWS). De convenanten zijn bedoeld om de samenwerking in de regio’s te verstevigen. En die samenwerking werpt in Friesland al duidelijk vruchten af. Te Wierik: ‘Zo kun je elkaars kracht veel beter inzetten. Als je snapt hoe verward gedrag “werkt”, kun je ook zelf makkelijker ter plekke interveniëren.’

Kadijk herkent dat ‘leereffect’: ‘Ik geef regelmatig een soort consult op afstand. Dan kan ik een politieagent vertellen: stel die persoon even rustig déze vraag. Soms blijkt iemand helemaal geen ggz-probleem te hebben, maar is ie gewoon boos. Dan is “vervoer” helemaal niet nodig. Zo kun je samen veel beter preventief te werk gaan.’

Elkaar leren kennen

In de afgelopen maanden hebben Kadijk en zijn collega’s veel politiemensen en andere betrokkenen leren kennen. Kadijk: ‘Op zich is het niet de bedoeling, maar ik word nu zelfs af en toe rechtstreeks gebeld. Politieagenten hebben er steeds meer vertrouwen in dat wij ze met een goed advies verder kunnen helpen bij onbegrepen gedrag.’

Te Wierik vertelt over de scholing die de mensen op de meldkamer intussen ondergaan. ‘Ze worden getraind om verward gedrag te herkennen. Zo kunnen ze beter beslissen of ze de Rapid Responder moeten inschakelen of dat een andere oplossing beter is.’

Kadijk merkt dat het steeds makkelijk wordt om samen de ‘twijfelsituaties’ eruit te filteren. Dat is ook voor de ggz beter, want zo hoeft de crisisdienst er ook niet steeds op af. Wat ‘de bus’ kan oplossen – ook op afstand – scheelt weer inzet van zwaardere middelen.

Nooit een zinloze rit

Kadijk en Te Wierik weten zeker dat de bus zich ook meetbaar gaat bewijzen. Kadijk: ‘Ik heb nog geen rit gemaakt waarvan ik dacht: dit is zinloos. Nu rijden we nog alleen tussen 15u en 23u, maar ik zou er zo een hele werkdag mee kunnen vullen.’ Ook Te Wierik is resoluut: ‘Als iedereen een keer heeft meegemaakt wat we nu samen kunnen oplossen, dan hebben we aan één bus al snel niet meer genoeg.’

Evert Boomsma over het Friese vervoersconvenant

‘Het convenant bevestigt de samenwerking die alle partijen in Friesland al graag wilden. We zijn het gewoon gaan doen. Dus geen ingewikkeld plan van aanpak en geen business case. De partijen hebben zelf een ton bij elkaar gelegd, aangevuld met subsidie van ZonMw. Het is echt een project van de praktijk, maar het bestuurlijk commitment is ook heel groot. Als er maar een kleine kink in de kabel zat, kon ik heel makkelijk even “omhoog schakelen”. En het helpt zeker dat De Friesland Zorgverzekeraar in de regio heel proactief is.

Als projectleider was ik een soort actieonderzoeker: ik ging gewoon mee met de politie en op de ambulance en dan zie je letterlijk wat er nodig is. In het convenant is afgesproken dat we de resultaten monitoren. Ik weet zeker dat we zullen aantonen dat je vooral aan de voorkant veel kunt bereiken. Door preventief te werken help je uiteindelijk veel meer mensen. Sinds april 2018 is de bus al zo’n 200 keer ingezet, en dat vind ik al een resultaat op zich. Een van de onderzoekers die de vervoersprojecten in Nederland monitort, zei me laatst: eigenlijk zijn de harde cijfers niet eens het belangrijkst. Dit soort projecten moet je waarderen op hun kwaliteitswinst. Dus dat het vooral heel fijn is voor de mensen zelf, hun familie én de hulpverleners.’

Meer informatie :

Bron: zonmw.nl

Dit bericht is 787 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail