Psycholoog Bart Verkuil over de strijd tegen burn-out

Facebooktwitterlinkedinmail

23 januari 2020 – Het aantal gevallen van burn-out stijgt. Dat komt door groepsdruk, het continu ‘aan’ staan en doordat we veel van onszelf eisen. Zeg vaker tegen jezelf ‘tot hier en niet verder’, adviseert klinisch psycholoog Bart Verkuil.

Dit artikel verscheen eerder in het alumni-magazine Leidraad. Het volledige tijdschrift is ook online te lezen.

Er lopen allang geen leeuwen en beren meer rond ons huis die ons kunnen verslinden, we gaan in Nederland niet dood van honger, er heerst geen oorlog en tóch ervaart een deel van de mensheid forse chronische stress: de interne alarmbel die waarschuwt dat er gevaar dreigt. De oorzaak: we eisen steeds meer van onszelf. ‘Mensen overschrijden steeds makkelijker hun eigen grenzen of worden door hun omgeving verleid om dat te doen’, zegt Bart Verkuil, hoofddocent klinische psychologie. ‘Vroeger ging je kantoor om vijf uur dicht, nu kun je dag en nacht werken als je wilt.’

‘We doen bewust en onbewust van alles om maar niet uit ‘de groep’ te vallen’

Ook groepsdruk als gevolg van ­sociale media levert stress op. ‘Op je telefoon is het vaak ‘de groep’ die zich meldt. Reageer je niet snel, dan dreigt onbewust het gevaar van ‘verstoting’.’ Daar komt bij dat we onszelf steeds beter kunnen vergelijken met anderen, wat invloed heeft op ons zelfbeeld: op Funda kunnen we zien of het huis van de buren niet mooier is, op Facebook kun je je aantal likes vergelijken met dat van anderen. ‘We doen bewust en onbewust van alles om maar niet uit ‘de groep’ te vallen. En dat leidt tot stress en piekeren.’

Geslaagd mens
Onderzoek toont aan, aldus Verkuil, dat we ook meer stress ervaren doordat we onszelf steeds hogere doelen stellen. Vijftig jaar geleden vonden we het belangrijk om een bijdrage aan de maatschappij te leveren, vaak in de vorm van vrijwilligerswerk.

Dan was je een geslaagd mens. Nu streven we bijvoorbeeld naar financiële onafhankelijkheid, iets wat lang niet voor iedereen is weggelegd en vaak omgeven is met onzekerheid. ‘En onzekerheid is de trigger bij ­uitstek voor stress.’

Stress is niet hetzelfde als ‘druk-druk-druk’ zijn, onderstreept Verkuil. ‘Het druk hebben is vaak tijdelijk en kan zelfs gepaard gaan met een soort prettige ‘flow’. Bij stress is sprake van dreiging: je werkt keihard omdat je bang bent te weinig studiepunten te halen of een slechte beoordeling te krijgen van je leidinggevende.’ De mens probeert die stress de baas te worden door te piekeren. ‘In eerste instantie is piekeren nuttig: je probeert je problemen op te lossen’, aldus Verkuil. ‘Maar vaak is het geen constructief nadenken, maar zijn het repeterende gedachten, waarbij je alleen maar nieuwe ramp­scenario’s verzint. Dan werkt piekeren averechts: je gaat slecht slapen, minder goed presteren, wat weer leidt tot meer stress.’

‘Een mensenleven kent een aantal beruchte piekermomenten’

Een mensenleven kent een aantal beruchte piekermomenten, zoals de pubertijd. Adolescenten hebben het mentale vermogen om zichzelf serieuze vragen te stellen: wat wil ik met mijn leven, vinden anderen me leuk? Dat levert veel gepieker op. Rond het veertigste levensjaar, als de meeste mensen hun draai hebben gevonden, neemt het piekeren af, om weer toe te nemen als je én pubers hebt én ouders die steeds meer zorg vragen. Pas na ons 65ste neemt stress voelbaar af.

In de genen
De ene mens is vatbaarder voor stress dan de ander, aldus Verkuil. ‘Al in de baarmoeder kan een moeder stress doorgeven aan de baby. Stressgevoeligheid zit in je genen en wordt ook bepaald door wat je meemaakt.’ Onderzoek wijst uit dat kinderen die al jong veel verantwoordelijkheids­gevoel hebben, bijvoorbeeld door ziekte van een ouder, op latere leeftijd meer piekeren. ‘Het nemen van de leiding kan een status quo worden: ze kunnen dat verantwoordelijkheidsgevoel niet meer loslaten.’

Stress is tot op zekere hoogte meetbaar, via vragenlijsten, hartslag, cortisolniveau en hersenscans. Verkuil: ‘Toch kun je dan nog niet zeggen: deze persoon lijdt aan stress, zoals je na een temperatuurmeting kunt zeggen of iemand koorts heeft.’ Volgens het Psychiatrisch Handboek DSM-5 lijdt een mens aan ­chronische vormen van stress (­angstproblemen, depressies) als dat gevoel een rol speelt in diens dagelijks functioneren, als hij of zij meer ruzie maakt bijvoorbeeld. Maar de een bereikt die grens veel sneller dan de ander. ‘Optimisten, mensen met zelfvertrouwen, die weten wat ze moeten accepteren, hebben meestal weinig last van stress. Mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel daarentegen, die heel loyaal zijn en altijd bereid zijn in te springen als anderen uitvallen, zijn gevoelig voor burn-out­klachten. Dat zie je nu veel in het onderwijs. In cognitieve gedrags­therapie proberen we mensen te leren wat binnen en buiten hun invloedssfeer ligt.’

Rempedaal
Wat heeft jarenlang onderzoek naar stress opgeleverd? Verkuil: ‘Onder andere dat langdurige stress een risicofactor is voor hart- en vaatziekten, darmklachten, hoofdpijn en vroegtijdig overlijden.’ Werd vroeger gedacht dat stress werd veroorzaakt door een reactie in ons sympathisch zenuwstelsel – kort gezegd: een gestrest persoon geeft te veel gas – nu is bekend dat stress ook te wijten is aan verminderde activiteit van het parasympathische zenuwstelsel, dat zorgt voor rust, herstel en spijsvertering. ‘Bij gestreste mensen werkt het rempedaal slecht, waardoor het gaspedaal voortdurend de overhand heeft’, aldus Verkuil.

‘We moeten af van het idee dat we voortdurend dolgelukkig en supergeslaagd moeten zijn’

Wat kun je doen tegen stress? ­‘Bewegen kan helpen’, luidt Verkuils advies. ‘Dan maak je het gelukshormoon endorfine aan, dat de werking van je ‘rem’ versterkt.’ Verder zouden we vaker moeten zeggen: tot hier en niet verder. ‘We moeten af van het idee dat we voortdurend dolgelukkig en supergeslaagd moeten zijn. Zo zit het leven niet in elkaar.’

Bron; universiteitleiden.nl

 

Dit bericht is 831 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail