Opbouw ambulante zorg voor mensen met chronische psychische aandoening blijft achter

Facebooktwitterlinkedinmail

27 juni 2018 – Uit onderzoek blijkt dat de opbouw van de ambulante ggz achter blijft. Er is gebrek aan continuïteit en onvoldoende afstemming binnen het zorgnetwerk. Daardoor zijn er risico’s voor mensen met chronisch psychische aandoeningen die thuis wonen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. (IGJ) vindt dat deze risico’s moeten afnemen. Vandaag publiceert de inspectie haar rapport Toezicht op de ambulante ggz.

Wat is er aan de hand?
De afgelopen jaren is de geestelijke gezondheidszorg sterk veranderd. De zorg die wordt gegeven binnen de ggz-instellingen door middel van opnames is sterk afgebouwd. Mensen met een chronische psychische aandoening zijn kwetsbaar. Bij deze doelgroep is meer aandacht nodig voor herstel en eigen regie. Het is belangrijk dat cliënten zorg op de juiste plek krijgen en daarbij zoveel mogelijk thuis kunnen herstellen. Zorg buiten de muren van een instelling noemen we ambulante zorg. Het lukt deze mensen soms niet om voldoende ambulante hulp te vinden. Er zijn namelijk verschillende partijen waar ze aan moeten kloppen. Deze partijen werken niet altijd even goed samen.

De inspectie roept alle betrokkenen op om over hun grenzen heen te kijken en daar waar mogelijk te investeren in zorg voor de meest kwetsbare groep in onze samenleving. Deze zorg kan en moet beter

Speciale aandacht
De inspectie heeft in haar toezicht speciale aandacht voor kwetsbare groepen in de samenleving. Omdat juist deze mensen verhoogd risico lopen op gezondheidsschade bij onvoldoende kwaliteit van zorg. In het toezicht kijkt de inspectie hoe het gesteld is met de netwerken rondom thuiswonende cliënten met chronische psychische aandoeningen. De eigen regie en herstel van de cliënt staan hierbij centraal.

Door middel van een rondgang heeft de inspectie in 2016 en 2017 een verkenning gedaan bij een aantal regio’s. Zo heeft zij een beeld gekregen van de ontwikkeling binnen de ambulante ggz. Tegelijkertijd kon zij een nieuwe toetsingsmethodiek testen in de praktijk. Bij ieder bezoek maakte de inspectie een rapport of verslag. Vanaf 2017 gebruikte de inspectie bij een deel van de bezoeken het concepttoetsingskader en daarbij gaf zij aan wat goed ging en waar verbetering nodig was. Deze bevindingen krijgen een vervolg bij toekomstige bezoeken die gaan over dit onderwerp.

De rondgang was zowel voor de zorgaanbieders als voor de inspectie een leertraject. Daarom vond geen handhaving plaats. Er zijn tijdens deze ronde geen situaties aangetroffen waar direct ingrijpen van de inspectie nodig was. De inspectie combineert deze toetsingsmethodiek met andere interventies binnen het toezicht op de ggz.

Enkele bevindingen

  • Ggz-instellingen hebben meer aandacht gekregen voor ondersteuning van cliënt bij herstel en eigen regie. Maar de betrokkenheid van de naasten van cliënten kan intensiever.
  • Er zijn problemen met het op- en afschalen van zorg voor mensen met chronisch psychische problemen, waardoor wachttijden worden beïnvloed.
  • De opbouw van de capaciteit van ambulante zorg blijft achter bij behoefte.
  • De samenwerking tussen ggz en huisartsen kan beter. Er is meer en betere informatie-uitwisseling nodig.
  • De uitstroom van cliënten uit de ggz-instellingen naar de thuissituatie stagneert door onvoldoende samenwerking tussen ggz-instellingen en gemeenten. Hierdoor blijven cliënten soms onnodig opgenomen in ggz-instellingen.
  • Ggz-instellingen hebben wisselende ervaringen met zorgverzekeraars.

De inspectie heeft het beeld dat de risico’s voor mensen met chronisch psychische problemen vaak met elkaar samenhangen. De inspectie vindt het dan ook noodzakelijk dat alle partijen met elkaar naar oplossingen zoeken. Zij moeten elkaar vinden en afspraken maken. Dit moet tussen individuele zorgverleners gebeuren, maar ook regionaal en op landelijk niveau.

De inspectie heeft, samen met andere partijen, een methode ontwikkeld voor  het toezicht. Zij zal de verschillende zorgnetwerken in de komende jaren regelmatig toetsen. Hiermee kan zij de voortgang in de samenwerking over langere tijd beoordelen. De inspectie wil vooral agenderen en stimuleren. Maar als duidelijk is dat zorgverleners binnen hun invloedssfeer meer kunnen doen, zal het toezicht scherper zijn.

Documenten

Toezicht op ambulante ggz: Betere zorg nodig voor thuiswonende mensen met chronische aandoeningen De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. (IGJ) heeft duidelijke signalen dat de opbouw van de ambulante ggz achterblijft bij… Rapport | 26-06-2018            

 Toetsingskader toezicht op de ambulante ggz voor cliënten met chronisch psychische aandoeningen De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. (IGJ) ziet toe op de naleving van een groot aantal wettelijke– en veldnormen. Om… Toetsingskader | 22-06-2018            

Bron: igj.nl

Dit bericht is 1023 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail