Onderzoek Radboud Universiteit Nijmegen; ‘Placebo even effectief als neurofeedback bij ADHD’

Facebooktwitterlinkedinmail
biof-150x150
Twee behandelingen waarbij kinderen met ADHD geen medicijnen krijgen, oftewel neurofeedback en werkgeheugentraining, blijken net zo effectief als een placebo behandeling. Dat blijkt uit onderzoek van Martine van Dongen-Boomsma van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Kinderen met ADHD kun je of wil je niet altijd met medicijnen behandelen. Het aanbod aan niet-medicamenteuze behandelingen is groot. Van Dongen-Boomsma onderzocht het efffect van neurofeedback en werkgeheugentraining. Beide bleken niet effectiever dan een placebobehandeling, concludeerde de onderzoekster.

Van Dongen-Boomsma deed haar onderzoek placebogecontroleerd: proefpersonen kregen dus ofwel de echte behandeling of een behandeling die op het oog het zelfde was, maar het veronderstelde werkzame element niet bevatte.

Neurofeedback

Bij een neurofeedbackbehandeling kijkt de patiënt naar een beeldscherm waarop live te zien is hoe zijn hersengolven eruitzien. Het idee is, kort samengevat, dat golven die afwijken van een ‘normaalpatroon’, meer in die richting getraind kunnen worden door daar op te oefenen. Van Dongen-Boomsma’s placebobehandeling kwam erop neer dat proefpersonen zonder dat ze het wisten een simulatie -in plaats van hun eigen hersengolfpatroon probeerden te trainen.

Uit voor- en nametingen bleek dat zowel de echte als de placebogroep van 8 tot 15-jarige ADHD-ers na de training beter functioneerde en minder last had van aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Cognitieve taken werden door beide groepen na afloop ongeveer even wisselend uitgevoerd.

Werkgeheugentraining

Bij werkgeheugentraining is het idee dat patiënten door hun werkgeheugen te trainen ook andere neurocognitieve functies verbeteren en zodoende ook de kernsymptomen van ADHD kunnen aanpakken.

De placebogroep kreeg in plaats van steeds moeilijker wordende taken steeds dezelfde eenvoudige taken. Ook hier lieten beide groepen verbetering zien in gedrag en kernsymptomen. Bovendien presteerden alle kinderen na de training over het algemeen beter op cognitieve taken.

Opvallend resultaat

Van Dongen-Boomsma spreekt van een opvallend resultaat. “Dat kan komen doordat een training hoe dan ook structuur biedt, of door de aandacht van de behandelaar, of door de verwachting beter te kunnen worden.”

“De verbetering kan ook simpelweg een kwestie van tijd zijn geweest. Zo’n studie met voor- en nameting duurt gauw vier maanden; misschien is het effect dat we vonden wel het effect van vier maanden rijping. Dat moet in vervolgonderzoek uitgezocht worden.”

Ook al vond ze geen duidelijke meerwaarde. De onderzoekster vindt het te vroeg om de door haar onderzochte behandelingen af te schrijven. “Ook op grond van ander onderzoek denk ik dat beide behandelmethoden te verbeteren zijn en daardoor wel een meerwaarde kunnen hebben vergeleken met de placebobehandeling.”

Bron: gezondheidsnet.nl 

Dit bericht is 5241 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail