Toeleiding naar werk ggz-client schiet tekort

Facebooktwitterlinkedinmail

reintegratie

Gemeenten hebben geen zicht op het aantal mensen met een psychische kwetsbaarheid zonder werk. Ook is er weinig kennis over de specifieke beperkingen en mogelijk­heden van deze doelgroep op de arbeidsmarkt.

Dat blijkt uit onderzoek van het Landelijk Platform GGz (LPGGz) onder 24 gemeenten. Momenteel worden nog eens 39 gemeenten getoetst op hun beleid voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. De resultaten daarvan worden begin volgend jaar naar buiten gebracht.

Vanaf 1 januari moeten gemeenten hen wel toeleiden naar betaald werk of vrijwilligerswerk. Hierdoor dreigen mensen met psychische problemen de aansluiting te missen. Om dit te voorkomen is samenwerking met hulpverleners, ervaringsdeskundigen en werkgevers hard nodig.

Slechts 7 procent van de respondenten in het onderzoek heeft regulier betaald werk. Dat is 10 procent lager dan uit eerder landelijk onderzoek naar voren kwam. 18 procent doet vrijwilligerswerk. Eenzelfde percentage krijgt ondersteuning via een sociale werkplaats. Nieuwe ggz-cliënten kunnen daar vanaf januari niet meer instromen.

Geen doelgroepenbeleid

De 24 gemeenten geven stuk voor stuk aan generiek beleid en geen doelgroepenbeleid te voeren. Het generieke beleid moet leiden tot participatie van alle inwoners. Gevolg hiervan is dat gemeenten aangeven geen zicht te hebben op het aantal mensen met een psychische kwetsbaarheid zonder werk. Ook is er weinig zicht op de specifieke beperkingen en potenties van deze doelgroep op de arbeidsmarkt. Vanwege het gebrek aan kennis, stellen gemeenten veel vertrouwen te hebben in de kennis van uitvoerende organisaties

Gemeenten kopen ondersteuning in

Met de Participatiewet op komst, zijn veel gemeenten zoekende hoe ze zo goed mogelijk maatwerk kunnen bieden en hoe ze het beste kunnen aansluiten op behoeften en mogelijkheden van de cliënten. Gemeenten zijn druk doende met het inkopen van juiste ondersteuning. Zij gaan wisselend om met de inzet van ervaringsdeskundigen. Sommige gemeenten werken daar helemaal niet mee, enkele gemeenten overwegen ervaringsdeskundigen in te zetten en andere gemeenten experimenteren daar al wel mee. Het is jammer dat ervaringsdeskundigen niet meer ingezet worden, vindt Nic Vos de Wael, beleidsmedewerker participatie en langdurende zorg bij het LPGGz:  ‘Ervaringsdeskundigen hebben meer tijd dan een gemeentelijk casemanager om met de cliënt mogelijk- en onmogelijkheden door te nemen. Ook snappen ze de problematiek beter, waardoor ze sneller toegang hebben tot een cliënt.’

Organisatorische knelpunten

Hoewel de banen niet voor het oprapen liggen, zien gemeenten via de Participatiewet wel meer mogelijkheden om werkgevers te bewegen mensen met een beperking in dienst te nemen. Naast het gebrek aan banen, spelen echter ook persoonlijke en organisatorische knelpunten parten bij het zoeken en vinden van een baan. Vos de Wael: ‘Eigen onzekerheid of schaamte – bijvoorbeeld over verslavingsachtergrond en schulden – speelt ook een rol. Begeleiding op de werkplek kan daarbij helpen, maar daar ontbreekt het juist vaak aan.’

Doorgroei naar betaald werk

Hoewel de arbeidsparticipatie erg laag is, zijn er volgens Vos de Wael mogelijkheden om mensen met een psychische kwetsbaarheid te helpen, zeker als gemeenten de verbinding tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet leggen. ‘De decentralisaties maken het mogelijk om meer te kijken naar doorgroeimogelijkheden. Via dag­besteding kunnen cliënten doorgroeien naar vrijwilligerswerk en  betaald werk. Dat vragen mensen vaak ook, want ze willen vooruit. Gemeenten moeten daarop inspelen.’ Bij iets meer dan de helft wordt (soms) rekening gehouden met doorstroommogelijkheden en bij 21 procent helemaal niet. 30 procent heeft geen behoefte aan doorstroming, zo blijkt uit het onderzoek.

Boete bij uitblijven beloofde banen

Het LPGGz ziet pluspunten in de Participatiewet. ‘De wet gaat uit van participatie door iedereen. Afschrijven van mensen is er niet meer bij.’ Wel vreest het platform voor de bezuinigingen die met de decentralisatie gepaard gaan. ‘We vrezen dat er onvoldoende budget voor begeleiding beschikbaar zal zijn’, stelt Vos de Wael. ‘Samenwerking met hulpverleners, ervaringsdeskundigen en werkgevers is hard nodig.’

Ook de Quotumwet biedt perspectief. Evenals de Participatiewet wordt deze wet op 1 januari van kracht, maar wordt pas van stal gehaald als bedrijven niet de beloofde banen creëren. Dan hangt werkgevers een boete boven het hoofd. Tussen nu en 2026 moeten in de marktsector 100.000 en bij de overheid 25.000 banen worden geschapen voor mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Vos de Wael: ‘Het is ook wel een paardenmiddel. Mensen moeten niet het idee krijgen dat ze worden binnengehaald om het quotum te halen. Het is belangrijker om iets te doen aan de beeldvorming en stigmabestrijding.’

Bron: binnenlandsbestuur.nl 

Dit bericht is 4240 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail