Nieuwe referentiewaarden steun bij behandeling GGZ-patiënt

Facebooktwitterlinkedinmail

140129010933222

Psycholoog Yvonne Schulte-van Maaren stelde referentiewaarden vast die het mogelijk maken een psychisch zieke patiënt te vergelijken met de gezonde populatie. Dat helpt behandelaars bij het bepalen wanneer een patiënt terug- of doorverwezen moet worden. Op 21 januari promoveerde zij op dit onderzoek.

“Sinds 2002 gebruiken diverse instellingen in de geestelijke gezondheidszorg de zogenaamde ROM-vragenlijsten, die ontwikkeld zijn door de afdeling Psychiatrie van het LUMC en de Zuid-Hollandse GGZ-instelling Rivierduinen,” vertelt Schulte-van Maaren.

“Door regelmatig de aard, de ernst en het beloop van de klachten van patiënten te meten, krijg je inzicht in de resultaten van de behandeling. Maar wat nog ontbrak, waren referentiewaarden voor de gebruikte meetinstrumenten. Deze waarden zijn belangrijk om de patiënt te kunnen vergelijken met de normale populatie.”

Afkappen

Belangrijke referentiewaarden daarbij zijn de cut-off-waarden. Dat zijn ‘afkap’-waarden die het verschil markeren tussen de patiëntenpopulatie (psychisch ziek) en de referentiepopulatie (psychisch gezond). Schulte: “Met deze waarden kun je vaststellen wanneer een patiënt na behandeling qua ernst van de symptomen niet meer te onderscheiden is van de gezonde populatie.

Huisartsen kunnen de waarden gebruiken om te bepalen wanneer iemand zulke ernstige klachten heeft dat behandeling of doorverwijzen nodig is

Behandelaars kunnen die informatie gebruiken om te beslissen wat het beste is: de patiënt terugverwijzen naar de huisarts bijvoorbeeld, omdat hij geen specialistische hulp meer nodig heeft.” Andersom werkt het ook: huisartsen kunnen de waarden gebruiken om te bepalen wanneer iemand zulke ernstige klachten heeft dat behandeling of doorverwijzen nodig is.

Steekproef

Die referentiewaarden zijn er nu, als de resultaten van de NormQuest-studie waar Schulte op promoveerde. “We maakten gebruik van de gegevens van een steekproef van ongeveer 1300 patiënten uit 8 huisartspraktijken. Deze groep kan worden beschouwd als een steekproef van de algemene bevolking, want 99,9% van de Nederlanders staat ingeschreven bij een huisarts. Zij vulden 19 vragenlijsten in; dezelfde als die we aan patiënten voorleggen.”

Belangrijk hulpmiddel

De cut-off-waarden maken het straks makkelijker om een beslissing te onderbouwen. Maar sommige behandelaars maken zich zorgen: de cut-off-waarden zijn harde getallen, en iedere patiënt is weer anders. Wat is erger: een patiënt langer behandelen dan strikt noodzakelijk, of een patiënt te vroeg terugverwijzen? Schulte begrijpt die zorg: “Deze referentiewaarden moeten met veel beleid en inzicht worden gebruikt, door mensen die vooral ook hun klinische ervaring, tact en kennis moeten blijven gebruiken. Maar in dat geval kunnen ze een heel belangrijk hulpmiddel zijn.”

Goed volgen

Leidt het gebruik van de referentiewaarden daadwerkelijk tot een betere manier van doorverwijzen? De ervaringen van behandelaars en hun patiënten moeten de komende tijd goed gevolgd worden. Ook bij de huisartsenpraktijken, die in de nabije toekomst voor het eerst de ROM-vragenlijsten gaan gebruiken.

Yvonne Schulte-van Maaren promoveerde 21 januari op haar proefschrift NormQuest: Reference values for ROM instruments and questionnaires bij prof. Frans Zitman en prof. Bert van Hemert. Bij het onderzoek speelden ook copromotoren dr. Erik Giltay en dr. Ingrid Carlier een belangrijke rol.

Bron: lumc.nl  

Dit bericht is 3194 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail