Meer inzicht in depressie en angststoornis door beeldvormend hersenonderzoek

Facebooktwitterlinkedinmail

MRI onderzoek

Nienke Pannekoek gebruikte een relatief nieuwe beeldvormende techniek om in kaart te brengen welke hersengebieden betrokken zijn bij depressie en angststoornissen.  Ze promoveerde op 5 maart tot doctor in de neurowetenschappen.

Depressie en angststoornissen vallen onder de meest voorkomende psychiatrische stoornissen. Over het ontstaan hiervan is nog maar weinig bekend. Wel is duidelijk dat niet alleen afwijkingen in de hersenen zelf, maar ook genetische aanleg, hormonale processen en omgevingsinvloeden een rol spelen.

Pannekoek: “Om deze stoornissen te voorkomen en te behandelen is nog veel meer kennis nodig. We weten op dit moment nog niet genoeg om voor iedere patiënt de beste behandelmethode te bepalen. Het combineren van verschillende onderzoeksmethoden is een belangrijke volgende stap. Dat vergt verdergaande samenwerking tussen wetenschappelijke disciplines zoals de neurobiologie, de (epi)genetica en de neuro-endocrinologie. Met behulp van structurele MRI en resting-state fMRI, waarmee connectiviteit tussen hersengebieden onderzocht kan worden, heb ik gekeken naar anatomische en functionele hersenafwijkingen bij volwassenen en jongeren met depressie en/of angststoornissen.”

Op basis van vergelijkbaar onderzoek werden ruim 15 jaar geleden enkele neurobiologische modellen opgesteld waarin werd voorgesteld dat het goed of juist niet goed hersengebieden een belangrijke bijdrage leverde aan het ontstaan en/of instandhouden van depressie en angst. In de loop der jaren zijn nieuwe MRI technieken ontwikkeld.

Doel was te bepalen of de reeds bestaande neurobiologische modellen bevestigd danwel aangepast of aangevuld zouden kunnen worden met recent ontwikkelde onderzoeksmethoden. De resultaten van mijn studies bevestigden grotendeels de betrokkenheid van de hersengebieden in de modellen, maar wezen tevens op een rol voor uitgebreidere netwerken van hersengebieden dan in de modellen werd verondersteld.

Andere hersenstructuur bij angst en depressie 

Voor haar promotieonderzoek maakte Nienke Pannekoek gebruik van een bijzondere vorm van MRI: resting-state fMRI. Hierbij meten onderzoekers de activiteit van de hersenen en vooral ook de verbinding  tussen hersengebieden in rust. Dit houdt in dat de deelnemer in de scanner geen taakje doet, maar alleen goed stil moet liggen zonder in slaap te vallen.
Haar onderzoek bevestigde de resultaten van eerder beeldvormend onderzoek, namelijk dat de structuur en functie van bepaalde hersengebieden bij mensen met angst en depressie afwijkt van die van gezonde mensen. Daarnaast wezen haar resultaten erop dat er meer hersengebieden een rol lijken te spelen dan tot nu toe in neurobiologische modellen beschreven werd.

Filteren van informatie

De promovenda deed onder andere onderzoek onder volwassenen met een sociale angststoornis (SAS). Ze toonde met resting-state fMRI aan dat deze mensen afwijkende patronen vertonen in twee netwerken. In een ervan, met als kerngebied de amygdala, vond zij afwijkende koppeling met gebieden die betrokken zijn bij het waarnemen van gezichten. Pannekoek: “Dit is goed te interpreteren voor SAS omdat mensen met deze stoornis erg gevoelig zijn voor negatieve gezichtsuitdrukkingen van anderen.”

Het andere netwerk waarin mensen met SAS afwijkingen vertoonden speelt een rol bij het filteren van binnenkomende prikkels of informatie. “Misschien wordt daarin bij mensen met SAS een andere selectie gemaakt dan bij gezonde mensen, en ligt de nadruk op informatie die door patiënten als nadelig opgevat kan worden,” aldus Pannekoek.

Verstoorde emotieregulatie 

Een ander voorbeeld van de toepassing van resting-state fMRI was een studie onder depressieve jongeren. Op de scans was te zien dat zij vergeleken met gezonde jongeren een minder sterke verbinding hebben tussen de hersenschors en de amygdala in de kern van het brein. Daarnaast lijkt ook een gebied achterin het brein bij depressie betrokken te zijn. In deze groep jongeren keek Pannekoek ook naar de hersenstructuur. De anterior cingulate cortex, een gebied dat vaak in verband wordt gebracht met depressie, was bij depressieve jongeren kleiner dan bij hun gezonde leeftijdsgenoten. “Afwijkingen in deze gebieden dragen bij aan een verstoorde emotieregulatie en aan het uitvergroten van negatieve informatie, twee belangrijke kenmerken van depressie”, aldus Pannekoek.

Justine Nienke Pannekoek promoveerde op 5 maart op het proefschrift Using novel imaging approaches in affective disorders : beyond current models.

Bron: leidenuniv.nl  / psychiatrie-nederland.nl 

Dit bericht is 6021 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail