LHV en NHG in overleg met zorgverzekeraars over verwijzing naar GGZ

Facebooktwitterlinkedinmail

bij-de-huisarts

Afgelopen week vond overleg plaats tussen vertegenwoordigers van LHV, NHG en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over de verwijzing van patiënten naar de GGZ. Aanleiding was de wens van zorgverzekeraars om  huisartsen te faciliteren bij het verwijzen naar de GGZ. NHG en LHV hebben aangegeven dat de screenings- of triageinstrumenten die nu de ronde doen niet wetenschappelijk zijn onderbouwd en daarom niet gebruikt zullen worden door huisartsen. Wel onderschrijft de beroepsgroep het belang van een goede verwijsbrief. Partijen gaan binnenkort verder in overleg om te komen tot een zo mogelijk betere aansluiting van het HHM verwijsmodel op de dagelijkse praktijk van de huisarts.

Patiënt op de juiste plek

De drie partijen kunnen zich vinden in het streven de patiënt met psychische problemen tijdig en op de juiste plek te behandelen. Dat kan binnen de huisartsenzorg zijn, in de generalistische basis GGZ of de gespecialiseerde GGZ. Huisartsen hebben daarin als poortwachter een belangrijke rol. De huisarts maakt, steeds vaker met ondersteuning van een praktijkondersteuner GGZ, de inschatting van de aard en ernst van de psychische klachten en adviseert de patiënt over het vervolgtraject, op basis van de NHG Standaarden. Het verwijsmodel (pdf) dat is ontwikkeld door bureau HHM in opdracht van het ministerie van VWS kan hierbij behulpzaam zijn. In een volgend overleg bekijken de drie partijen of er een goede aansluiting mogelijk is van dit model op de werkwijze van de huisarts.

Elementen goede verwijsbrief

Bij de verwijzing van de patiënt naar de GGZ is uiteraard een goede verwijsbrief van groot belang. Het doel van de verwijsbrief is enerzijds het geven van relevante informatie over de patiënt en anderzijds is de verwijsbrief noodzakelijk voor vergoeding van de zorg. Al eerder informeerde de LHV huisartsen over de elementen die de verwijsbrief voor de GGZ moet bevatten.

Naast de gebruikelijke gegevens die u opneemt in de verwijsbrief (zie ook richtlijn NHG informatie-uitwisseling huisarts- tweedelijns GGZ), zoals de datum en een duidelijke vraag aan de zorgverlener waar de huisarts naar verwijst, zijn sinds 1 januari 2014 een aantal extra zaken van belang:

  • Naam en functie van u als verwijzer. N.B. De POH-GGZ kan niet zelf verwijzen, dat doet alleen de huisarts. Wel kan de POH-GGZ de verwijzing voorbereiden.
  • Uw AGB-code.
  • De omschrijving dat er “sprake is van een (vermoeden van een) psychische stoornis” zoals bv. angststoornis of depressie.
    De huisarts hoeft deze stoornis echter niet DSM te classificeren, dat is een taak van de generalistische basis GGZ of de gespecialiseerde GGZ. Wat betreft de vergoeding geldt dat alleen patiënten waarbij sprake is van een (vermoeden van een) DSM-stoornis (zoals bv. een depressie, een angststoornis of psychose) kunnen worden behandeld in de verzekerde GGZ. Patiënten zonder (vermoeden van) een DSM-stoornis (zoals bv. relatieproblemen of aanpassingsstoornis) kunnen in de huisartsenpraktijk worden behandeld of op eigen kosten in de GGZ.
  • Belangrijk is het vermelden van het echelon waar u de patiënt naartoe verwijst: de generalistische basis GGZ of de gespecialiseerde GGZ.

Nieuw is de indeling naar zorgzwaartes. Er zijn dan 4 zorgzwaartes mogelijk: kort, middel, intensief, chronisch. In de generalistische basis GGZ wordt lichte tot matige problematiek behandeld, ongeveer vergelijkbaar met de vroegere eerstelijns psychologische zorg. De indicatie voor de zorgzwaarteproduct in de GGZ hoeft u als huisarts niet te doen, dat is een taak van de GGZ. In de gespecialiseerde GGZ (vroegere tweede lijn) worden patiënten met hoog risico en/of complexe aandoeningen behandeld, waarvoor zeer specialistische kennis nodig is.

Samenwerking

Daarnaast wordt door het NHG in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ het komende jaar landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisartsenzorg, generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ ontwikkeld. De LHV is hier ook bij betrokken. Daarbij wordt overeenstemming bereikt over criteria en inhoud voor consultatie, verwijzing en terugverwijzing, over taakafbakening, verantwoordelijkheidsverdeling en monitoring bij gedeelde zorg.

Bron: lhv.artsennet.nl 

Dit bericht is 2088 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail