Jeugdwet is bijna openbaar

Facebooktwitterlinkedinmail

jeugd

Op woensdag 29 mei was het NIP uitgenodigd voor presentaties van VWS en VNG over de nieuwe Jeugdwet. Deze presentaties waren nog gebaseerd op het wetsvoorstel zoals dit naar de Raad van State is gegaan voor advies.

Het wetsvoorstel zoals dat voor de internetconsultatie voorgelegd was in het najaar 2012 blijkt op een aantal punten gewijzigd te zijn. Aan het besluit van de regering om alle zorg voor jeugd onder de regie van de gemeenten te brengen, is echter niets veranderd.

Eind mei het advies van de Raad van State aangeboden aan de regering. Het streven is het wetsvoorstel nog voor de zomer aan te bieden aan de Tweede Kamer. Dan is het dus openbaar. De regering hoopt dat het wetsvoorstel nog dit jaar door het parlement wordt behandeld, zodat gemeenten weten wat het wettelijk kader is. De geplande invoering is 1 januari 2015.

Er wordt al hard gewerkt aan de voorbereiding van de gemeenten op deze nieuwe taak. In het transitieplan staat hoe men dat aanpakt. In het transitieplan staat ook beschreven op welke wijze er overleg wordt gevoerd met allerlei partijen.

Het NIP is bij een aantal overleggen betrokken en probeert op die manier aandacht te vragen voor zaken die voor de leden van het NIP van belang zijn. De inzet is gebaseerd op het commentaar dat vorig jaar in een drietal ledenbijeenkomsten is verzameld. Ina Punt, voorzitter van de sector Jeugd NIP is namens NIP, NVO, NVP, NVVP en LVE aanwezig bij de bestuurlijk overleggen met staatssecretaris van Rijn van VWS. Het NIP participeert ook in een aantal werkgroepen met gemeenten/VNG en VWS o.a. over de jeugd-ggz en de werkgroep Kinderen met een beperking /AWBZ. Het NIP is verzocht mee te denken in een werkgroep die zich buigt over de certificeringseisen die gesteld worden aan aanbieders van jeugdbescherming/jeugdreclassering.

In het wetsvoorstel Jeugdwet zijn kwaliteitseisen opgenomen. Een daarvan is dat aanbieders van jeugdhulp, zo noemt het wetsvoorstel alle vormen van zorg voor jeugd, verantwoorde zorg moeten bieden door de inzet van geregistreerde professionals op HBO of WOplus niveau, tenzij de aanbieder kan motiveren waarom de inzet van niet geregistreerde niet ten koste gaat van de kwaliteit van de zorg. Vooruitlopend op de jeugdwet wordt deze norm al ingevoerd in de huidige jeugdzorg. Het NIP is daar zeer actief bij betrokken. Over de professionalisering Jeugdzorg en de oprichting van het Kwaliteitsregister Jeugdzorg leest u alles in het NIP themadossier professionalisering jeugdzorg

Op 31 mei 2013 is met de meicirculaire bekend gemaakt hoeveel geld elke gemeente krijgt voor de taken die voortvloeien uit de nieuwe Jeugdwet. Binnen enkele dagen wordt ook bekend hoe de gemeenten gaan samenwerken in 39 regio’s. Dat is belangrijke informatie voor de (zelfstandig gevestigde) NIP -leden omdat de gemeenten in deze samenwerkende regio’s voor 31 oktober 2013 een plan moeten maken. In dat plan moeten ze aangeven hoe ze de continuïteit van zorg garanderen voor jeugd die op 31 december 2014 in zorg is en aangeven hoe ze de frictiekosten voor aanbieders zoveel mogelijk beperken. Het is dus van belang dat aanbieders van zorg in contact treden met deze regionale samenwerkingsverbanden al dan niet in samenwerking met collega’s.

Voor een toelichting op het tijdpad zie de nieuwe versie van het spoorboekje

Lees hier de presentaties van VWS en VNG

Actuele informatie leest u ook op de website http://www.voordejeugd.nl/ en in het dossier jeugd van op de VNG-site en in het NIP themadossier professionalisering jeugdzorg

Bron: psynip.nl

Dit bericht is 3664 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail