Jeugd-ggz en jeugdhulp nog te veel gescheiden werelden

Facebooktwitterlinkedinmail

8 juli 2019 – 4 jaar na invoering van de Jeugdwet is het werkveld, waaronder ook de jeugd-ggz, nog steeds in beweging. Er is nog geen eenduidige, door de verschillende partijen gedragen, vertaling van de ambities van de Jeugdwet naar de praktijk van ondersteuning en hulp aan kinderen en gezinnen. De jeugd-ggz opereert nog teveel als aparte sector binnen de jeugdhulp terwijl het juist de bedoeling van de Jeugdwet is integrale hulp en ondersteuning te bieden.

Dit is één van de conclusies uit het onderzoek dat is uitgevoerd naar de positie van de jeugd-ggz binnen het nieuwe stelsel van de jeugdhulp. De onderzoekers doen aanbevelingen over de toegang, triage, samenwerking, hoog-specialistische jeugd-ggz en leren. Aanleiding voor dit onderzoek vormde een motie van D66 in de Tweede Kamer.

Gedeelde visie ontbreekt
Volgens de onderzoekers is het ontbreken van een gedeelde visie een belangrijk obstakel om te komen tot samenwerking. Het professionele veld moet hier vaart mee maken. Deze visie moet recht doen aan de diversiteit aan ondersteuningsvragen van kinderen en gezinnen als ook een preciezere invulling geven aan begrippen als ‘normaliseren’, ‘eigen kracht’ en ‘passende, integrale hulp’. De expertise van de jeugd-ggz moet daarbinnen zijn plek krijgen. Voorbeelden uit de praktijk, waar professionals met verschillende achtergronden samenwerken, laten zien dat het heel goed mogelijk is om vanuit een gedeelde visie te werken.

Discussie over de juiste hulp op de juiste plek
Er is veel discussie over de vraag wanneer lichte ondersteuning vanuit een lokaal team passend is, wanneer de inzet van specialistische jeugdhulp nodig is, of wanneer andere benaderingen mogelijk dan wel beter zijn. Dit is een ingewikkelde discussie omdat de hulpvragen van kinderen en gezinnen met psychische problemen uiteenlopen. Goede data zouden helpen om tot antwoorden te kunnen komen en gerichter te sturen op de beschikbaarheid van passende hulp. Dergelijke gegevens ontbreken echter voor een belangrijk deel. Daardoor is het ook niet goed mogelijk adequaat te reageren op de zorgen die de sector heeft over de kwaliteit en beschikbaarheid van met name de hoog-specialistische zorg voor kinderen met zeer urgente en complexe problemen.

Gemeentes aan zet
Gemeentes geven uiteenlopend invulling aan hun verantwoordelijkheid voor de lokale jeugdhulp. De ruimte die gemeentes hebben gekregen is bedoeld om goed aan te sluiten bij de behoeften van hun burgers. Daarnaast verschilt de wijze waarop gemeentes sturing geven aan hun relaties met het veld. Zo biedt de ene gemeente het veld ruimte om te komen tot nieuwe samenwerkingsvormen, terwijl een andere gemeente vooral stuurt op kostenbeheersing.

Naarmate de kosten van jeugdhulp stijgen, des te meer is een gemeente geneigd om te kiezen voor deze laatste, op controle gerichte sturingsstijl. Een begrijpelijke reflex die tegelijkertijd wel de onderlinge samenwerking en vernieuwing frustreert. Daarnaast verschillen gemeentes als het gaat om aanbesteding en contracteren van jeugdhulp. Het veld ervaart die verschillen als groot en onnodig belastend. De onderzoekers doen gemeentes de aanbeveling om deze verschillen zo veel mogelijk te beperken en zich vooral te richten op de vraag of de jeugdhulp goed aansluit bij de behoeften van hun burgers.

Lokale teams
Lokale teams voor vrij-toegankelijke jeugdhulp vormen de belangrijkste toegang tot de jeugdhulp. Sommige lokale teams verwijzen vooral, terwijl andere teams ook hulp verlenen. Om echt laagdrempelige en passende hulp te kunnen bieden, een reële verwijsoptie te zijn voor de huisarts en ook een rol te kunnen spelen bij de afbouw van specialistische hulp is het belangrijk dat deze teams kunnen beschikken over brede expertise, waaronder die van de jeugd-ggz. De onderzoekers wijzen verder op het belang dat deze teams kunnen beoordelen hoe urgent hulpvragen van kinderen en hun gezinnen zijn en daarnaar handelen. Ook dit vraagt om specifieke expertise.

Het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van het Nivel, het Nederlands Jeugdinstituut, Stichting Alexander, Tranzo en het Pon met subsidie van ZonMw. Het bestaat uit 2 deelstudies: één op landelijk niveau en één op lokaal niveau. De landelijke deelstudie geeft breed inzicht in de ervaringen en perspectieven van diverse actoren in het onderzochte werkveld. De lokale deelstudie biedt hierop verdieping en inzicht in de wijze waarop er lokaal invulling wordt gegeven aan de Jeugdwet.

Meer weten?
Rapport ‘De jeugd-GGZ na de Jeugdwet: een onderzoek naar knelpunten en kansen’

Bron: zonmw.nl

Dit bericht is 389 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail