‘Huisartsen kunnen GGZ goed op de kaart zetten’

Facebooktwitterlinkedinmail

huisarts

Het nieuwe zorgstelsel kan voor huisartsen een impuls zijn om de GGZ goed op de kaart te zetten. Omdat er in de spreekkamer vaak sprake is van een combinatie van lichamelijke en psychische problematiek kunnen meer uren voor de POH en de consultatiefunctie mogelijkheden bieden tot kwaliteitsverbetering van de huisartsenzorg. Dat meldt het blad Bijblijven.

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) monitort KPMG Plexus de ontwikkelingen binnen de GGZ.  In een eerste quickscan over de eerste paar maanden van 2014 wordt het volgende beeld geschetst. Hoewel er nog veel zaken onduidelijk zijn, is het veld over het algemeen positief over de ingezette koers. De instroom van patiënten binnen de GBGGZ verloopt bij kleinere vrijgevestigde praktijken over het algemeen voorspoediger dan bij de voorwaarts geïntegreerde instellingen. Het aantal huisartsen dat een POH-GGZ heeft is gestegen en ook het aantal uren van de POH-GGZ in huisartsenpraktijken neemt toe, aldus de auteurs in Bijblijven. 

Behandelfuncties

Ongeveer 70% van de POH-GGZ is sociaal psychiatrisch verpleegkundige en zij beheersen deels ook behandelfuncties. Er wordt binnen de huisartsenzorg nog maar beperkt gebruikgemaakt van e-mental health en van evidence-based preventie. De nieuwe verwijsinstrumenten worden door huisartsen als ontoereikend en niet evidence-based ervaren en daarom niet gebruikt. De eis dat er sprake moet zijn van een stoornis, evenals het eigen risico van patiënten, vormen soms een drempel voor behandelingen buiten de huisartsenzorg.

Ook GGZ Nederland heeft een eerste evaluatie gedaan onder zijn leden (N = 39). De meeste instellingen hebben afspraken met zorgverzekeraars gemaakt om een deel van hun zorg binnen de GBGGZ aan te bieden. 74% van de respondenten heeft afgesproken om 10% of minder over te hevelen naar de GBGGZ. Dit percentage lijken zij echter niet te halen. Oorzaak is dat de verwijzingen naar de GBGGZ tegenvallen. De respondenten, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, voeren momenteel overleg met de huisartsen om hierin verandering aan te brengen.

Onvrede

Uit een enquête van Frits Bosch, eerstelijnspsycholoog, oprichter van psyzorg Haarlemmermeer Kennemerland, actief binnen de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen en bestuurslid van de belangenorganisatie voor zorggroepen Cura Generalis, blijkt dat er onder zorgaanbieders binnen de GBGGZ veel onvrede heerst over het plaatsen van patiënten in zorgproducten. In de dagelijkse praktijk is er een brede variëteit aan hulpvragen die niet overeenkomt met de omschrijving per zorgproduct. Er is tevens nogal wat onvrede over de verhoogde administratieve last en er lijkt weinig vertrouwen te zijn dat dit systeem de zorg goedkoper maakt. De hoge organisatiegraad onder GZ-eerstelijnspsychologen wordt in dit onderzoek bevestigd.

Ook kleinschalige samenwerking met eerstelijnspsychologen (GBGGZ) kan volgens de auteurs in Bijblijven bijdragen aan de ontwikkeling van lokaal sterke GGZ-teams. Bovendien kunnen die weer gebruikmaken van een vaste psychiater, psychotherapeut of kaderhuisarts GGZ om ingewikkelde casuïstiek te bespreken.

Lees verder in Bijblijven nr. 9 2014

Bron: mednet.nl 

Dit bericht is 2541 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail