Het beroep ervaringsdeskundige heeft een nieuwe naam nodig

Facebooktwitterlinkedinmail

8 mei 2019 – Al jarenlang is er discussie over wie zich ervaringsdeskundig mag noemen. Iedereen lijkt iets anders te verstaan onder dat woord. De onduidelijkheid is toegenomen met de groei van het aantal banen en opleidingen.

Trudy Jansen van de Veerkrachtcentrale pleit voor duidelijkheid. Dat kan door mensen die werken in ‘het beroep ervaringsdeskundige’ te onderscheiden van andere ervaringsdeskundigen. Herinvoering van de naam ‘Ervaringswerker’ kan hiervoor zorgen. Die naam zegt precies wat het vak inhoudt: werken met je ervaringen.

Tien redenen voor naamsverandering
1.      Ervaringsdeskundige is een containerbegrip

Zo’n 12 jaar geleden merkte ik voor het eerst dat het woord ervaringsdeskundige verwarrend werkt. In een gesprek op het ministerie hadden de ambtenaren niet door dat wij het over geschoolde ervaringsdeskundigen hadden, terwijl dat voor ons vanzelfsprekend was. Sindsdien lijkt de verwarring alleen maar groter.

Sommige mensen vinden dat je pas ervaringsdeskundig bent na het volgen van de opleiding, anderen vinden een korte cursus voldoende. In het dagelijks taalgebruik is de term ‘ervaringsdeskundige’ nog veel breder. Soms is ervaringsdeskundigheid gewoon hetzelfde als levenservaring of zelfs werkervaring. In vacatures staan teksten als: ‘Ben jij de ervaringsdeskundige op het gebied van informatietechnologie gerelateerde projecten?’en op TV wordt iedereen met ervaring aangekondigd als ervaringsdeskundige. Aangezien ervaringsdeskundige geen geregistreerde term is, klopt dit allemaal. Iedereen kan zijn eigen invulling aan dit woord geven. Het is een containerbegrip.

2.      Het woordenboek geeft een brede uitleg

Sinds het woord ‘ervaringsdeskundige’ in 1999 voor het eerste in de Dikke van Dale verscheen, hanteren alle woordenboeken de oorspronkelijke omschrijving. Volgens het Wikipedia woordenboekis een ervaringsdeskundige: ‘iemand die door ervaring deskundig is geworden op een bepaald terrein, die iets weet doordat hij het heeft meegemaakt‘. Het toonaangevende genootschap Onze Taallegt het uitgebreider uit. Een ervaringsdeskundige is ‘iemand die zelf (veel) ervaring heeft op een bepaald gebied. De kennis van de persoon in kwestie is dus niet gebaseerd op studie, maar op eigen ervaring. Op welk gebied een ervaringsdeskundige ervaring heeft, zal doorgaans uit de context (moeten) blijken.’

We kennen allemaal het gevoel dat je het makkelijkste contact hebt met mensen die op je lijken. Als ouder praat je makkelijker over je kinderen met andere ouders, als topsporter hoef je minder uit te leggen bij andere topsporters. Volgens de taalkundige-omschrijvingen gaat het hier dus om ervaringsdeskundigen onder elkaar.

3.      Het niveau van ervaringsdeskundigheid is onduidelijk

In de kern is een ervaringsdeskundige iemand die jou begrijpt omdat hij of zij hetzelfde heeft meegemaakt. Voor het beroep ‘ervaringsdeskundige’ is dit niet voldoende. Het volgen van een opleiding of het opdoen van praktijkervaring maakt van iemand een steeds betere ervaringsdeskundige. Er zijn zelfs verschillende niveaus aan te wijzen, gebaseerd op de drietrap ervaring → ervaringskennis → ervaringsdeskundigheid. Het beroepscompetentieprofielen het leerplan ervaringsdeskundigheid geven daarbij goede beschrijvingen van de competenties die ervaringsdeskundigen nodig hebben om in de zorgsector te werken. Op papier is het verschil in niveaus goed geregeld. In de praktijk is dit niet zichtbaar. De naam van het beroep voor ervaringsdeskundigen mét een opleiding blijft hetzelfde als dat van de vele vrijwilligers die zonder enige scholing hun ervaringen inzetten.

4.      De discussie over het beroep blijft voortduren

De meeste mensen zijn het eens dat ervaringsdeskundigen zich moeten ontwikkelen voordat ze anderen beroepsmatig kunnen ondersteunen. Ook over de voordelen van ervaringsdeskundige professionals is geen discussie meer nodig. Toch ontstaat er steeds opnieuw discussie over de vraag of ervaringsdeskundige een beroep is. Dit gaat in feite puur over de benaming. Het schept volgens mij duidelijkheid als het beroep niet dezelfde naam gebruikt als het gangbare begrip ‘ervaringsdeskundige’. Wanneer de naam de professionele inzet uitdraagt, is geen discussie meer nodig.

5.      Wildgroei aan namen

Binnen het vakgebied is de behoefte aan een andere naam zichtbaar. Medio 2019 werken er, met name in de GGZ, ongeveer 2.000 mensen als ervaringsdeskundige. Velen daarvan gebruiken een andere naam voor hun beroep. Ervaringswerker, herstelcoach of peerworker komen vaak voor. Hiermee vermijden ze de onduidelijkheid rondom het woord ervaringsdeskundige en kiezen voor een naam die de lading beter dekt.

Jargon leidt tot uitsluiting

Door een bestaand woord te pakken en daar een andere betekenis aan te geven ontstaat verwarring. De onduidelijkheid rond het begrip ervaringsdeskundigheid is dus logisch. Je zou zelfs kunnen zeggen dat geschoolde ervaringsdeskundigen onterecht een bestaand Nederlands woord claimen. Ik maak me zorgen over de effecten hiervan. Om dit beter te begrijpen is het zinvol om naar onze geschiedenis te kijken.

6.      Historische context

Begin vorige eeuw was er een oneindig vertrouwen in artsen en wetenschappers. Vanaf de jaren zestig veranderde dat en werden mensen mondiger. Ze wilden inspraak en meepraten, ook over hun medische behandeling. Ze wilden niet meer dat de dokter onbegrijpelijk met Latijnse woorden sprak, maar vroegen om uitleg. De visie op deskundigheid veranderde, de dokter was niet meer degene die alles wist. Praktijkkennis werd waardevol. Alleen de persoon zélf kon zijn eigen ervaringen inbrengen. Vanaf de jaren ’80 wordt het begrip ervaringsdeskundigheid gebruikt als aanvulling op theoretische kennis. Ervaringsdeskundigheid is verder gegroeid binnen de GGZ-cliëntenbeweging en de organisaties van mensen met een lichamelijke beperking. Het ging daarbij vooral om belangenbehartiging en voorlichting. De toegenomen mondigheid vertaalde zich in toegenomen invloed.

7.      Verbrokkelde cliëntenbeweging

De laatste jaren valt op dat ‘de cliëntenbeweging’ in brokjes opereert. Er zijn ‘categorale organisaties’ zoals de Depressie Vereniging en de Nederlandse Vereniging voor Autisme. In veel regio’s zijn ook breder opgezette organisaties, meestal bedoeld voor iedereen met een psychische kwetsbaarheid. Ook werken ervaringsdeskundige belangenbehartigers in cliëntenraden en binnen lokale Platforms voor mensen met een beperking. Tot slot werkt een groeiende groep ervaringsdeskundigen als beroepskracht.

Tussen de ervaringsdeskundigen in deze verschillende hoeken van de cliëntenbeweging is weinig contact. De landelijke koepelorganisatie MIND Platform zet stappen om iedereen te verbinden, maar dit gaat nog langzaam. Het verschillende gebruik van de naam ‘ervaringsdeskundige’ draagt daar volgens mij aan bij. Wanneer iemand zich al jarenlang inzet in de cliëntenbeweging, voelt het vreemd als anderen hem of haar niet ervaringsdeskundig vinden. Na de ‘Dag van de Ervaringsdeskundige’ kreeg ik een mail van iemand die geschokt was toen hij in een workshop hoorde dat je jezelf pas ervaringsdeskundige mag noemen na het afronden van een opleiding. Deze persoon kwam uit een werkveld met andere definities. Hij was gewend om, tussen allemaal specialisten, als dé ervaringsdeskundige gezien te worden.

8.      Het jargon sluit mensen buiten

Veel mensen ervaren de opmerking ‘jij bent niet ervaringsdeskundig, want jij hebt geen opleiding’ als kleinerend of zelfs een belediging. De visie dat je pas ervaringsdeskundig bent na het volgen van een opleiding, sluit mensen buiten. Een slechte zaak, want alle ervaringsdeskundigen zouden voor ínclusie moeten zijn. Voor de buitenwereld lijkt alsof er een standsverschil is ontstaan. Sommige ervaringsdeskundigen lijken zich door hun diploma meer waard te voelen dan de cliënten zonder opleiding. Een wrang idee, want oorspronkelijk was het standsverschil tussen hulpverleners en cliënten de reden om ervaringsdeskundigen in te zetten.

9.      Ervaringsdeskundigheid kan empoweren

De reden dat mensen vorige eeuw aandacht opeisten voor hun eigen deskundigheid geldt nog steeds. Het is zelfs een belangrijk onderdeel voor empowerment. Veel kwetsbare mensen hebben last van zelfstigma en een laag zelfbeeld. Door hen te wijzen op alles wat ze wél kunnen, leren ze positiever naar zichzelf te kijken. De oorspronkelijke betekenis van het woord ervaringsdeskundige heeft deze werking. Je kan mensen empoweren door te benoemen welke ervaringsdeskundigheid ze hebben opgedaan en door hen te leren om dit te gebruiken als basis voor zelfregie.

10.   Ongeschoolde ervaringsdeskundigheid blijft nodig

Ervaringsdeskundigheid hoeft niet altijd ontwikkeld te worden, ook in de prille vorm kan het mensen verbinden. Wanneer ik gespreksbegeleiders voor lotgenotengroepen train, blijkt al snel dat het contact tussen mensen met dezelfde ervaringen goed werkt. Al na het eerste rondje voelen mensen zich erkend, herkennen ze zich in anderen en hebben ze nieuwe inzichten gekregen die aansluiten bij wat voor hen belangrijk is.  Ze merken dat ze door hun ervaring deskundig zijn geworden.

Ook in de belangenbehartiging zie ik de meerwaarde van ongeschoolde ervaringsdeskundigen. Bij lobby’s is het belangrijk om mensen achter je te krijgen. Een rauw verhaal van iemand die nog vol emoties zit, komt dan goed over. Zo’n boodschap raakt mensen in hun hart. Door het hele land zetten ervaringsdeskundigen zich op deze manier in en doen daarmee zinnig werk.

Voorstel voor herinvoering van de naam Ervaringswerker

Niet iedereen die ervaring heeft, kan werken als ervaringsdeskundige. Ervaringsdeskundigen die zichzelf steeds verder ontwikkelen, krijgen steeds meer kennis en vaardigheden. De behoefte van geschoolde ervaringsdeskundigen om zich te onderscheiden van mensen zonder opleiding is dus logisch en invoelbaar. Laten we dit onderscheid duidelijker gaan maken. Taal is hier een geschikt middel voor.

We hebben een woord nodig dat het verschil aangeeft tussen ervaringsdeskundigen die geschoold zijn en diegene die het woord ervaringsdeskundige in de oorspronkelijke betekenis gebruiken. Een woord dat beroeps-ervaringsdeskundigen onderscheidt van de mensen die ervaringsdeskundigheid inzetten als vrijwilliger, of alleen in hun eigen leven.

Het zou voor de buitenwereld duidelijker zijn om de term ‘ervaringsdeskundige’ alleen als bijvoeglijk naamwoord te gebruiken, met daarachter het eigenlijke beroep. Iemand is bijvoorbeeld ‘ervaringsdeskundig coach’ of ‘ervaringsdeskundige herstelwerker’. Dat schept duidelijkheid. Voor het totale vakgebied is dit niet genoeg. Er blijft dan nog steeds behoefte aan een naam voor de totale groep beroeps-ervaringsdeskundigen. De omschrijving ‘ervaringsdeskundige medewerker’ zou de lading dekken. Tenslotte is iedere beroepskracht een medewerker.

In het verleden heeft het beroep een naam gehad die hier op leek: ervaringswerker. Volgens mij dekt die naam de lading. Een beroeps-ervaringsdeskundige maakt werk van zijn eigen ervaring. Ik stel voor om de term ‘ervaringswerker’ opnieuw te gaan gebruiken.

Ik hoop dat elke professionele ervaringsdeskundige zich vanaf nu ‘Ervaringswerker’ gaat noemen.

Trudy Jansen, Zaandam, mei 2019

Bron: veerkrachtcentrale.nl

Dit bericht is 3200 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail