Andere hersenenactiviteit bij mensen met depressie/angst

Facebooktwitterlinkedinmail

22 september 2017 – Een aantal studies heeft laten zien dat de activiteit of volume van bepaalde hersenengebieden bij mensen met angst en depressie verschillen van die bij mensen zonder deze stoornissen. Hersenactiviteit en volume kunnen gemeten worden met behulp van een MRI scanner, zo meldt De Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA)

Er wordt gedacht dat mensen met een depressie- of angststoornis een verstoorde verwerking, reactie en geheugen hebben voor emotionele prikkels uit de omgeving. Mensen met een stemmingsstoornis hebben meer aandacht voor negatieve prikkels, bijvoorbeeld verdrietige gezichten, en kunnen negatieve prikkels ook minder goed negeren dan gezonde personen. Daarnaast hebben patiënten minder aandacht voor positieve prikkels uit de omgeving.

De bevindingen uit het NESDA onderzoek ondersteunen de gedachte dat depressie en angst gekenmerkt worden door afwijkingen in zowel hersenfunctie als in structuur. Zo vonden onderzoekers Marie-José van Tol en Ramona Demenescu dat tijdens het verwerken van positieve woorden, met als doel deze te onthouden, een hersenstructuur genaamd de hippocampus minder activiteit vertoonde in mensen met een stemmingsstoornis. Daarbij maakt het niet uit of mensen een diagnose van depressie, angst of van allebei hadden. De hippocampus is een zeer complexe en belangrijke structuur voor het opslaan van informatie.  Tijdens het beoordelen van negatieve woorden functioneerde de hippocampus wel normaal. De bevinding zou mogelijk kunnen weerspiegelen dat positieve informatie als minder belangrijk bestempeld wordt, minder goed onthouden wordt en zo minder in staat is om de stemming op een positieve manier te beïnvloeden. De hippocampus was ook minder actief bij mensen die weer hersteld waren van hun stoornis, en dit kan mogelijk een kwetsbaarheid voor terugval weerspiegelen.

Daarnaast werden stoornis-specifieke afwijkingen vastgesteld: zo vertoonden alleen mensen met een huidig ernstige depressie meer activiteit van de dorsolaterale pre-frontale schors dan gezonde controles. De dorsolaterale pre-frontale schors is een gebied dat ook zeer belangrijk is voor het reguleren van de stemming. In de groep mensen met een angststoornis is deze afwijking niet te zien.

Schmaal_hippocampusBehalve over hersenactiviteit konden we ook gegevens verkrijgen over het volume van hersenstructuren die belangrijk zijn voor het reguleren van emoties en het verwerken van emotionele informatie. Algemeen wordt aangenomen dat een kleiner volume van de ‘grijze stof’, zo worden de zenuwcellen genoemd, een mindere activiteit weerspiegelt van dit gebied. In de NESDA studie werd aangetoond dat een hersengebied dat zeer belangrijk is voor het reguleren van emoties,  de cingulaire schors en dan specifiek het deel dat voor het de hersenbalk ligt, een kleiner volume heeft bij mensen met  een depressieve en/of angststoornis. Dit verminderde volume zou al aanwezig kunnen zijn voordat de stoornis zich ontwikkeld heeft, en zo een kwetsbaarheid zijn voor het ontwikkelen van een stemmingsstoornis, maar zou ook kunnen ontstaan onder invloed van bijvoorbeeld stresshormonen of andere neurobiologische verstoringen tijdens een depressieve stoornis. Dr. Lianne Schmaal vond later in de grotere ENIGMA studie (waar NESDA deel van uitmaakt) dat het hebben van een depressie samenhangt met een verkleining van de hippocampus; vooral bij mensen die meerdere episodes hebben meegemaakt. Dit was (nog) niet te zien bij mensen die voor het eerst in hun leven een depressie ervaarden. Dit resultaat benadrukt de noodzaak voor een snelle en effectieve behandeling van depressie, aangezien chronische depressiviteit of terugkerende depressie schadelijk kan zijn voor het brein.

Voor meer informatie: lees de Nederlandse samenvatting van het proefschrift van Marie-José van Tol.

Bron: nesda.nl

Dit bericht is 1663 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail