Geleerde lessen van KPMG van aanpak wachttijden GGZ in de regio: ‘Blijf niet praten, maar kom snel én samen in actie’

Facebooktwitterlinkedinmail

22 februari 2019 – Om de wachttijden in de GGZ regionaal aan te pakken, zijn regionale taskforces opgericht waarin betrokken partijen, zoals GGZ-aanbieders, huisartsen, zorgverzekeraars, gemeenten, cliëntvertegenwoordigers én ervaringsdeskundigen, samen werken aan oplossingen. Adviesbureau KPMG Health heeft het opzetten en begeleiden van deze regionale taskforces (RT’s) begeleid. Nu gaan de RT’s zelfstandig verder. Projectleiders Karin Lemmens en Karin Vernooij van KPMG Health zetten de geleerde lessen op een rij. Karin Lemmens: “Blijf niet praten, maar kom snel én samen in actie.”

Wachttijden zijn een complex probleem, waarvoor een eenduidige oplossing ontbreekt. Cliënten die dringend wachten op geestelijke gezondheidszorg zijn daarom goed geholpen met maatwerk in de regio. Regionaal kunnen de omstandigheden en knelpunten immers verschillen. Dat is het uitgangspunt van de vervolgaanpak Actieplan Wachttijden GGZ. Bij het opstarten van de RT’s bleek dat niet overal het belang van een regionale aanpak werd gezien. “Niet alle regio’s stonden ervoor open. Sommige regio’s vonden het lastig omdat ze het gevoel hadden dat ze ons kregen opgedrongen,” zegt Karin Lemmens. Haar collega Karin Vernooij vult aan: “In een aantal regio’s was er al wel iets van een regionaal overleg, maar op de schaal waarop wij het nu hebben opgezet, was het nog bijna nergens. Niet iedereen voelde zich ook probleemeigenaar. Maar bij andere regio’s was er juist veel bereidheid om samen aan de slag te gaan.”

Uitdaging voor regio’s om door te pakken en de wachttijden in de GGZ terug te brengen
In oktober 2017 is KPMG gestart met het opzetten van 8 RT’s, om daarin gezamenlijke plannen te maken voor het terugdringen van de wachttijden. Karin Lemmens: “In sommige regio’s dachten we: ‘dit wordt een lastige klus’. Dan was er bijvoorbeeld veel weerstand. Als partijen elkaar dan eenmaal hebben gevonden, gaan dingen opeens vliegen. Maar als niemand de bal oppakt dan komt er niets van de grond.” Inmiddels is er in de meeste van de 32 regio’s een regionaal overlegverband (een RT of een al bestaand regionaal overleg) en heeft KPMG haar taak afgerond. “We hebben veel energie gezien, maar soms ook frustratie over hoe dit ingewikkelde vraagstuk beet te pakken. Het liefst hadden we natuurlijk gezien dat de wachttijden enorm waren teruggelopen, maar dat kost meer tijd. We hebben denk ik wel veel beweging tot stand gebracht en ervoor gezorgd dat mensen elkaar leerden kennen. Het blijft voor veel regio’s een uitdaging om door te pakken en de wachttijden in de GGZ terug te brengen,” aldus Lemmens. “We hopen dat we zaadjes hebben geplant om gezamenlijk dit probleem per regio aan te pakken.”

Veelbelovende veranderingen: perspectief cliënt voorop en gezamenlijke verantwoordelijkheid
De beide projectleiders zien veelbelovende veranderingen in de regio’s. Lemmens: “Men omarmt nu meer het perspectief van de cliënt in plaats van het eigen perspectief. Men kijkt meer naar welke verantwoordelijkheid men samen heeft en ziet dat het noodzakelijk is dat het medisch en sociaal domein op elkaar moeten aansluiten en dat er dus samenwerking nodig is. In plaats van te denken in termen van concurrentie, erkent men nu meer de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de beste zorg te leveren. Dat levert mooie voorbeelden op, zoals het samen inrichten van groepsbehandelingen en het verbeteren van de triage, zodat de cliënt niet heen en weer gepingpongd wordt. Ook het onderling benutten van elkaars kennis gebeurt vaker.” Ook Vernooij is positief, al benadrukken beide dames dat het ‘een begin’ is. “Wat ik mooi vind, is dat bijvoorbeeld huisartsen na een paar gesprekken in de RT anders naar de GGZ-aanbieders gaan kijken. In het begin was er een houding van ‘het is jullie probleem’, maar na het horen van de problemen van de GGZ-aanbieders is er meer begrip gekomen en wordt er meer meegedacht over oplossingen.”

Belangrijkste knelpunten zitten op uitstroom en de échte vraag van de cliënt kennen
KPMG heeft een document opgesteld waarin ze de belangrijkste geleerde lessen én knelpunten hebben beschreven. Wat Vernooij betreft zitten de grootste knelpunten in het proces van de uitstroom: “Om in te kunnen stromen, heb je uitstroom nodig. Ik denk dat de angst om los te laten bij patiënten en professionals in de GGZ nu een probleem is. Daarnaast speelt mee, dat de uitstroom stokt als een professional een cliënt niet met een gerust hart over durft te dragen omdat het sociaal domein nog niet is aangehaakt. Ik geloof dat de wachttijden verder kunnen worden teruggedrongen als dat beter geregeld is.” Lemmens ziet ook een ander knelpunt. “Vaak is nu niet duidelijk wat de echte vraag van de client is, maar ook niet wat zijn behandelgeschiedenis is. Daardoor wordt zo’n, vaak chronische cliënt vaak heen en weer gestuurd tussen allerlei aanbieders en wordt er geen passende zorg ingezet.”

Leerpunten: samenwerken, communiceren en vooral niet te lang praten maar dingen doen
Als belangrijkste leerpunten voor de regio’s ziet KPMG: samenwerken, communiceren en vooral niet te lang praten maar dingen doen. “Je kunt wel zes boeken vol schrijven met actieplannen, maar het gaat vooral om het doen: ga samen over tot actie,” zegt Lemmens. Vernooij: “Blijf niet ellenlang praten, maar maak snel afspraken, ga er mee aan de slag en evalueer dit op korte termijn.” Lemmens: “Betere communicatie tussen partijen is daarbij belangrijk. Als zorgaanbieder moet je bijvoorbeeld geen ontslagbrief van zes pagina’s schrijven aan een huisarts, maar een korte, heldere terugkoppeling geven.”

Bron: Zorgverzekeraars Nederland

Dit bericht is 598 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail