Geen toename autisme vooral meer diagnoses

Facebooktwitterlinkedinmail

media_xl_1103558

22 mei 2015 – Het aantal kinderen bij wie een diagnose in het autismespectrum wordt gesteld neemt hand over hand toe. Dat lijkt echter, als we op Zweedse cijfers mogen afgaan, meer het gevolg van veranderingen in registratie dan van werkelijke toename van autisme onder kinderen.

Sebastian Lundström van de universiteit van Gotenburg en collega’s legden de cijfers van de grote Zweedse tweelingenstudie, waarin ouders onder meer wordt gevraagd naar autisme, ADHD en andere symptomen bij hun kinderen, naast het aantal klinische diagnoses onder alle Zweedse kinderen tussen 1993 tot 2002 (BMJ 2015; online 28 april).

‘De jaarlijkse prevalentie van het fenotype autisme was stabiel over de periode van 10 jaar. Daarentegen was er een monotoon stijgende, significante toename in de prevalentie van geregistreerde diagnoses van autismespectrumstoornissen in het nationale patiëntenregister,’ concluderen zij. Onder de tweelingen meldde steeds ongeveer 1% van de ouders fenotypische symptomen (de triade van sociale en communicatieve problemen en gedragsproblemen), onder de Zweedse kinderen als geheel steeg het aantal klinische diagnoses in 10 jaar tijd van 0,3 naar 0,6%. ‘Het grootste deel van de stijging van de geregistreerde prevalentie is toe te schrijven aan administratieve factoren. Het effect van veranderingen in de omgeving is waarschijnlijk marginaal.’

In 2011 kreeg 2,5% van de tieners in Stockholm de klinische diagnose ‘autisme’, in de Verenigde Staten werd in 2012 een prevalentie van 2% onder schoolkinderen gerapporteerd. Een Nederlandse studie onder schoolkinderen uit 2012 kwam tot een prevalentie van 2,3% in Eindhoven, 0,84% in Haarlem en 0,57% in Utrecht.

Bron: ntvg.nl 

Dit bericht is 3816 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail